Het proces van herleving

 

‘Hij redt ons na twee dagen van de dood, de derde dag doet hij ons opstaan: in zijn nabijheid zullen wij leven. Dan zullen wij hem kennen, ernaar jagen om de HEER te kennen.

Even zeker als de dageraad zal hij komen, hij komt naar ons als milde regen, als de lenteregen die de aarde drenkt.’ (Hoséa 6:2,3).

Er is een tijd nodig om in het geestelijke leven tot volle wasdom te komen. De opstanding volgt altijd een ontwikkelingsproces. God manifesteert Zich pas ten volle na een tijd van voorbereiding. In het oude verbond ontving Mozes het bevel: ‘Heilig het volk vandaag en morgen, en laten zij hun kleren wassen. En tegen de derde dag zullen zij gereed zijn, want op de derde dag zal de HEER neerdalen voor de ogen van het hele volk op de berg Sinaï’.

Er is een fase van reiniging en heiliging, die aan de openbaring van de Heer voorafgaat. Met elkaar trekken wij op naar een glorierijk doel dat zeker bereikt zal worden. Wij willen immers de top van de berg Sion bereiken. Daar is het Lam en daar zal ons overwinningsgezang worden gehoord. Spiraalvormig zijn wij gestegen en staan nu op een plateau, waar wij uitzicht hebben op wat achter en beneden ons ligt. Wij maken ons gereed voor de laatste etappe. Hoséa spreekt over een tijdperk van voorbereiding, dat gevolgd wordt door herleving, door een herrijzenis, een krachtige doorbraak van de Geest van de Heer. Hij bevestigt deze belofte in een nieuw beeld: ‘Zo zeker als de ochtendstond is zijn opgang’. De nieuwe dag van verlossing en glorie komt. De eerste stralen van de zon doorbreken het duister al. Wij weten dat dit slechtst de aanvang is, want de zon stijgt al hoger en hoger, totdat zij het zenit bereikt. Niemand kan deze loop tegenhouden, want deze verrijzenis behoort tot het verbond van dag en nacht. Zo zal Gods volk het doel bereiken: de zonen van God zullen geopenbaard worden. De ontwikkeling is niet te stuiten. 

De vroege én late regen

Nog een derde gelijkenis volgt. De Heer is al tot ons gekomen als de vroege regen, nu zal Hij naderen als de late regen. Deze milde regen doordrenkt het land, zodat de vrucht kan rijpen. Hij is de profetie van ‘een voor ons bestemde genade.’ Jacobus schreef hierover:

‘Heb dus geduld, broeders, tot de komst van de Heer! Kijk, de landman wacht op de kostelijke vrucht van het land en heeft geduld, totdat de vroege en de late regen erop gevallen is’.

De Heer komt om verheerlijkt te worden in de zijnen. Hij zal dan met verbazing aanschouwd worden in allen, die tot geloof gekomen zijn. Eerst hebben wij de vroege regen ontvangen. De harten werden bereid om het zaad van het evangelie van het Koninkrijk der hemelen te ontvangen. De dorheid week en het leven begon op te bloeien. De steppe werd tot een hof. Wij wachten nu nog op de late regen, op de tijd dat de boodschap van de redding vergezeld gaat van tekenen en wonderen van herstel.

Ook Jezus heeft in zijn leven dit ontwikkelingsproces gekend. Hij groeide op en werd krachtig, en werd vervuld met wijsheid, en de genade van God was op Hem. Ook werd Hij gedoopt met de Heilige Geest en Hij groeide uit tot het volwassen zoonschap. Hij leerde gehoorzaamheid uit zijn lijden en bereikte daarna het einde, dat is de voltooiing. Hij trok door het land en streed tegen de vijand. Hij genas allen die door de duivel waren overweldigd. Hij sprak: ‘Kijk, Ik drijf boze geesten uit en volbreng genezingen, vandaag en morgen en op de derde dag ben Ik gereed’. Er was groei in zijn werk en in zijn lijden, maar de dag zou komen dat ook Hij zou rusten van zijn moeitevolle werk. Hij wist dat de duivel zou toeslaan, toen Hij al reinigende en genezende rondtrok en het herstel realiseerde. Op de derde dag kon Hij tot de Vader zeggen:

‘Ik heb U verheerlijkt op de aarde door het werk te voleindigen, dat U Mij te doen gegeven hebt. En nu, verheerlijkt U Mij, Vader, bij Uzelf met de heerlijkheid, die Ik bij U had, voor de wereld was’.

Jezus was de eerste mens zoals de Vader Zich die van eeuwigheid had voorgesteld. Hij bereikte het doel en de Vader had toen in een ondeelbaar ogenblik zijn vernederd lichaam in een verheerlijkt lichaam kunnen transformeren. Dan had Hij zijn plaats in de troon van de Vader kunnen innemen. Was dit echter gebeurd, dan had Hij nooit vele zonen tot dezelfde heerlijkheid kunnen brengen. Daarom moest Hij ook in zijn vernedering het dieptepunt bereiken, om uiteindelijk een nog grotere heerlijkheid te verwerven. Hij sprak ook:

‘Maar vandaag, morgen en overmorgen moet Ik nog verder trekken, want het past niet dat een profeet omkomt buiten Jeruzalem.’ (Luc. 13:33 WB.95).

Zo werd vervuld dat God Hem verheerlijkt had en nogmaals zou verheerlijken. De overwinning die Hij door zijn sterven heen op de dood zou behalen, zou een nog heerlijker resultaat geven dan Hij ooit te voren in zijn aardse leven bereikte. 

Het oordeel tot overwinning

Een nieuwe worsteling vond plaats. De strijd tegen de laatste vijand begon. Daarna zou Hij uit de dood verrijzen. Dan zou opnieuw bewaarheid worden: na twee dagen van verdrukking zal Hij doen herleven, de derde dag doen verrijzen, opdat Ik leef voor zijn aanschijn als hoofd van de nieuwe schepping. Er is tijd nodig om tot zulk leven te komen. De opstanding wordt vooraf gegaan door een innerlijk proces. In de zichtbare wereld lag in de hof van Jozef van Arimathéa het dode lichaam. Niets wees uiterlijk op een herleving. Maar bij zijn sterven werd de geest van Jezus herenigd met de Geest van het leven van de Vader. Samen met de Heilige Geest daalde onze Heer in de diepte van het dodenrijk. Daar bracht Hij het oordeel tot overwinning. De scheiding tussen de rechtvaardigen en de onrechtvaardigen werd voltooid. Veel lichamen van de gestorvenen werden opgewekt en zij gingen uit het dodenrijk en kwamen met hun opstandinglichaam in de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem. In het dodenrijk werd aan de Heer meerdere glorie toegevoegd. Voortaan bezit Hij bij de sleutels van het Koninkrijk der hemelen ook die van de dood en het dodenrijk. Hij heerst nu in alle dimensies van hemel en aarde.

Ook wij volgen een opstandingproces, ‘want gelukkig is hij, die deel heeft aan de eerste opstanding’. Wij zijn overgezet uit de dood in het leven. Wij zijn naar onze innerlijke mens door de wedergeboorte of de vernieuwing van ons denken begonnen aan een nieuw leven. Ook wij zijn verbonden met de Heilige Geest die het oordeel of de scheiding, in ons tot overwinning voert. Wij zien nu uit naar de derde dag, opdat zichtbaar worde welk een heerlijkheid ons gegeven is. Nu hebben wij geen bedekking meer, maar weerspiegelen de heerlijkheid van de Heer en veranderen naar hetzelfde beeld van heerlijkheid tot heerlijkheid. Wij leven voor zijn aangezicht om te komen tot de volle openbaring van het zoonschap. In de wereld heerst chaos en is er een doodssfeer. Er is angst en donkerheid. Over ons gaat het licht op. De zon klimt naar haar middaghoogte. In deze tumultueuze tijden ontwaakt het volk van de Heer uit een diepe slaap. Met de profeet spreken de gelovigen van nu: wij willen de Heer kennen en leven voor zijn aangezicht. Wij willen niet tot de geestelijk doden behoren. Wij willen Hem kennen naar zijn barmhartigheid, naar zijn sterkte en naar de kracht van zijn opstanding.

In de afgelopen jaren heeft er een vernieuwing in ons denken plaats gevonden. Er kwam een revolutie in de geestelijke wereld van onze inwendige mens. Wij werden ‘geheel anders’. In deze demonische tijd is de opgang van de zon toch niet meer tegen te houden. De zonen van de ochtendstond worden geopenbaard. Zij zullen naar de hemel stijgen en met God op zijn troon zitten. Zij zullen zetelen op de berg van de samenkomst, op de heilige berg, want zij zijn afgescheiden van iedere duistere macht en opgegroeid tot volledige volwassenheid. Zo wordt deze berg die wij genaderd zijn, tot een vreugde voor de hele aarde!