Opstanding van zonen
De Nieuwtestamentische uitspraak ‘zonen van God’ doet vandaag de dag bij vele christenen de haren recht overeind staan. Wat voor geest drijft toch sommige godsdienstige mensen, dat zij liever een gevallen of ter aarde geworpen, dan een opgestane christen zijn. De apostel schreef eenmaal:
‘Houd stand, met de waarheid als gordel om uw heupen’.
Waarom wekt het dan zoveel ergernis, als iemand dit dan ook doet? Wij zullen hier eens verder op ingaan opdat onze bezoekers dan ook weten, hoe groot de verblinding is en hoe fel de aversie tegen de boodschap van het koninkrijk der hemelen, die wij als volgers van onze Heer Jezus Christus uitvoeren. Dat wij met deze site vragen oproepen, is wel duidelijk. Wij tasten immers veel heilige huisjes aan. Wij proberen de dwaalgeesten, die eeuwenlang ongestoord hun werk deden, het masker af te rukken. Dat er christenen zijn die denken zich tegen ons te moeten verzetten, vinden wij inmiddels vanzelfsprekend. Als wij echter merken dat christenen door valse leringen misleid worden, weten wij ons geroepen de leugengeesten openlijk ten toon te stellen. Wij doen dit door gebruik te maken van de sleutels van het Koninkrijk der hemelen, die ons op betrouwbare wijze zijn overgeleverd (Hebr. 2:3). Dit alles komt hard bij de boze geesten over, want zij willen zich camoufleren als engelen van het licht. Zij kunnen ons met het Woord van God niet weerleggen en daarom vallen zij ons persoonlijk aan met beschuldigingen op het emotionele vlak, waarbij geen argumenten worden genoemd. Zij spelen niet op de bal maar op de man! Jezus sprak echter:
‘Gelukkig zijn jullie wanneer ze je omwille van Mij uitschelden, vervolgen en van allerlei kwaad betichten. Verheug je en juich, want je zult rijkelijk worden beloond in de hemel; zo immers vervolgden ze vóór jullie de profeten’.
“Zo zend Ik jullie uit”
Het grote geheim van de ware christen is, dat hij zich identificeert met zijn Heer. Hij behoort immers tot Zijn lichaam en is één geest met Hem. Zoals in een goed huwelijk de vrouw zich vereenzelvigt met haar man, zo geldt dit ook voor de gemeente van Jezus Christus met haar leden. Zo schreef de apostel in Romeinen 6:3-5, dat wij allen ‘in Zijn dood gedoopt zijn’. Wij zijn met Hem begraven door deze ‘doop-in-de-dood’.
‘Als wij delen in Zijn dood, zullen wij ook delen in Zijn opstanding’.
Wij zijn ‘in Christus’ gestorven, begraven en opgestaan tot een nieuw leven. Sterven is een bestaan leiden los van de gedachten van God en van Zijn wetten. Het is een proces van wetteloosheid en van destructie, waarbij men afgevoerd wordt naar dood en dodenrijk. Het levensproces komt echter overeen met de gedachten van God. Door wetmatigheid, groei en opbouw wordt de christen toebereid voor het eeuwige leven. Het opstandingproces vangt aan bij de inwendige mens en eindigt, nadat iedere vorm van wetteloosheid door zonde, ziekte en dood, is overwonnen in een opgroeien naar volmaaktheid. Men heeft immers déél aan de opstanding (Openb. 20:6). Het tijdstip nadert dat wij niet meer zullen ontslapen, maar dat wij allen veranderd zullen worden (1 Cor. 15:51). De zonen van God zijn dus opgestaan met Christus en zij zullen de dood niet zien en ervaren, dankzij hun eenwording met de Heer. De opstanding is een levensproces dat bij de innerlijke mens begint en dat voltooid wordt als het geestelijke lichaam wordt opgewekt. Dit lichaam ontvangt dan ook de mogelijkheid in de stoffelijke wereld te functioneren. Het is tevens een antwoord op een vraag uit de Catechismus: ‘Wat nut ons de opstanding van Christus?’ Het betekent dat de zonen van God de weg van hun Heer zijn opgegaan. Het toont ons de mogelijkheid dat de zonen van God ook eenmaal de dood zullen overwinnen en evenals hun Heer geopenbaard zullen worden in een verheerlijkt opstandinglichaam. Niet langer gebonden door afstand, tijd, plaats en materie.
De uitdrukking ‘zonen van God’ wijst op een Bijbels begrip. De zonen zijn opgestaan, want anders waren ze zelfs nog geen kinderen van God. Deze zonen richten zich op de volwassenheid. Iemand die opstaat, begint zijn dag. Hij begint met werken. Hier zijn dan enkele fundamentele begrippen wie deze zonen van God zijn:
‘Want door het geloof en in Christus Jezus bent u allen zonen van God’ (Gal. 3:26).
Eenmaal waren wij in de hemelse gewesten ‘dood in zonde en misdaden’. Voor ons geldt echter: maar
‘waar tegen hen gezegd is: “Jullie zijn mijn volk niet,” zullen ze zonen van de levende God worden genoemd’ (Rom. 9:26).
De Heer spreekt tot hen die met de ongerechtigheid breken:
‘En jullie zullen Mijn zonen en dochters zijn’ (2 Cor. 6:18).
‘Zij zijn zonen van God, omdat zij zonen van de opstanding zijn’ (Luc. 20:36).
Tijdens hun groei wordt opgemerkt:
‘Allen die door de Geest van God geleid worden, zijn zonen van God’ (Rom. 8:14)
en
‘als jullie zonen zijn, dan zijn jullie ook erfgenamen’ (Gal. 4:7).
Zo willen wij ook onze vijanden liefhebben en bidden voor wie liegend allerlei kwaad van ons spreken, opdat wij zonen mogen zijn van onze Vader die in de hemel is (Matth. 5:45).
De sfeer van het Koninkrijk van God is die van waarheid, die de zuchtende schepping zal vrijmaken. De zonen van God groeien op tot de volwassenheid, wanneer zij zich aan de waarheid vasthouden (Ef. 4:15). Onze prediking is erop gericht om tot de realisatie van dit doel te komen. Wij willen zien wat de Heilige Geest in en door ons vermag. Wij zijn wij ‘in Christus’. In Hem zijn wij opgestaan, dat wil zeggen volkomen veranderd van denken, dus wedergeboren. Wij leren niet dat de zonen van God al volkomen geopenbaard zijn, maar wij zien uit naar hun voleinding of hun voltooiing. Daarom juichen wij met de engelen in de hemel dat ze al opgestaan zijn.