Noodzakelijk

 

Heel het volk liet zich dopen, en toen ook Jezus was gedoopt en hij aan het bidden was, werd de hemel geopend en daalde de heilige Geest in de gedaante van een duif op hem neer, en er klonk een stem uit de hemel: ‘Jij bent mijn geliefde Zoon, in jou vind ik vreugde.’ (Luc. 3:21,22).

Wanneer iemand zich in water heeft laten dopen, is dit een getuigenis van het feit dat hij het oude leven afgelegd heeft en een nieuw leven is begonnen. Hij zal in verwachting uitzien naar een leven in gemeenschap met zijn Heer. Zijn hart zal zich hiernaar uitstrekken en ook naar de kracht om het kwade te overwinnen en om als een rechtvaardige te kunnen leven.

In 1 Petrus 3:21 staat:

‘De doop is niet een afleggen van lichamelijke onreinheid, maar een bede van een goed geweten tot God’.

De gelovige wil in het Koninkrijk Gods, waarin hij door de wedergeboorte overgeplaatst werd, bewust leven, wandelen, strijden en overwinnen. De toerusting om werkelijk als geestelijk mens te leven, ontvangt hij door de doop in Heilige Geest. Hij moet bekleed worden met ‘kracht uit de hoge’ (Luc. 24:49), ofwel kracht uit de onzienlijke wereld. Dan kunnen in hem de geestelijke gaven zich ontwikkelen, die onmisbaar zijn om de vrucht van de Heilige Geest voort te brengen en om de gemeente van Jezus Christus op te bouwen. Zonder deze hemelse kracht is het onmogelijk in de voetsporen van Jezus te wandelen. Met zijn doop in de Heilige Geest was Jezus de eerste van vele broeders. Samen met Johannes de Doper vervulde Hij alle gerechtigheid, want de hele weg van de reddende kracht werd aan de Jordaan geopenbaard. In Lucas 3:21 staat dat Jezus in water gedoopt werd. Hij was daar met Johannes in de rivier. Het water droop nog van hoofd en handen. Toen sloeg de Mensenzoon zijn ogen naar de hemel en bad. Hij begeerde de ‘kracht uit de hoge’, de gave van de Heilige Geest.

‘En het gebeurde, terwijl al het volk gedoopt werd, dat, toen ook Jezus gedoopt werd en in gebed was, de hemel zich opende, en de Heilige Geest in lichamelijke gedaante als een duif op Hem neerdaalde’.

Op zijn waterdoop volgde de doop in Heilige Geest. Zowel Johannes als Jezus blikten in de onzichtbare wereld en beiden zagen hoe dit heils-feit zich voltrok. Op dit ogenblik werd de menselijke geest van Jezus verbonden met de Heilige Geest. 

Bidden om vervulling

Jezus was in water gedoopt en daarmee getuigde Hij dat Hij ingegaan was in het Koninkrijk Gods. Door de doop in Heilige Geest begon dit Koninkrijk zich in en door Hem te openbaren. Toen begonnen ‘de krachten van de toekomende eeuw’ in Hem te werken, zodat Hij met kennis van zaken het evangelie van het Koninkrijk der hemelen kon verkondigen, demonen kon uitwerpen, zieken genezen en bezetenen bevrijden, teneinde zo de obstakels weg te nemen, die de mens beletten het Koninkrijk Gods binnen te gaan. Er waren veel profeten en grote mannen Gods in het oude verbond geweest, maar niemand van hen ging rond om zieken de handen op te leggen en gebondenen te bevrijden. De verlossing van de mens staat in verband met de doop in de Heilige Geest, want door middel van de geestelijke gaven is een kind van God in staat zichzelf en zijn naaste op dezelfde wijze te helpen als Jezus dit deed. Onze Heer zei:

‘Maar indien Ik door de Geest Gods de boze geesten uitdrijf, dan is het Koninkrijk Gods over u gekomen’,

dat wil zeggen: is binnen uw bereik gekomen (Matth. 12:28).

Als u met uw gedachten bezig bent met de dingen die boven zijn, dus bezig bent met bidden, dan mag u allereerst om de Heilige Geest vragen. De verhoogde Meester is de Doper in Heilige Geest, want er staat:

‘Nu Hij dan door de rechterhand Gods (dat is Heilige Geest) verhoogd is en de belofte van de Heilig Geest van de Vader ontvangen heeft, heeft Hij dit uitgestort, wat gij ziet en hoort’ (Hand. 2:33).

In Lucas 11:13 staat:

‘Als u dan, hoewel u slecht bent, goede gaven weet te geven aan uw kinderen, hoeveel meer zal uw Vader uit de hemel de Heilige Geest geven aan hen, die Hem daarom bidden?’

Hier is dus sprake van kinderen Gods die om Heilige Geest bidden. Zij zijn dus al wedergeboren en ingegaan in het Koninkrijk der hemelen. Zij moeten om de Heilige Geest bidden, omdat deze niet automatisch aan de christen ten deel valt, en ook niet zonder dat hij het wil, bezit van hem neemt. Hij moet erom vragen in het vaste geloof aan de belofte en in het vertrouwen dat God hem zeker de Heilige Geest zal schenken. Het kind van God bidt een geloofsgebed, wetende dat Jezus, die de Doper is met de Heilige Geest (Matth. 3:11) en ‘die de belofte van de Vader ontvangen heeft’, ook stellig het antwoord geven zal. De gelovige moet zich niet in spanning, maar vol blijde verwachting openstellen voor de Heilige Geest, die hem wil vervullen. Ook de discipelen ontvingen de Heilige Geest na gebed, want er staat:

‘Deze allen bleven eendrachtig volhardend in het gebed’ (Hand. 1:14).

Zij wachtten op de realisering van de belofte van de Vader en hun geloof bleek uit de grote blijdschap, waarmee zij in de tempel voortdurend God loofden (Luc. 24:53). Door de wedergeboorte hebt u ‘een plaats ontvangen in de hemelse gewesten’, de doop in Heilige Geest maakt het mogelijk ‘om de overweldigende rijkdom van Zijn genade in u te tonen’ (Ef. 2:6,7). 

Volgorde

De doop in Heilige Geest is de heerlijkheid die op de doop in water volgt. De bijbel zegt:

‘Allen die Hem aangenomen hebben, heeft Hij macht gegeven om kinderen van God te worden’ (Joh. 1:12).

Dit is al een rijke genade. Maar daarop volgt als een overweldigende rijkdom van genade de kracht en de heerlijkheid:

‘Immers uit zijn volheid hebben wij allen ontvangen zelfs genade op genade’ (Joh. 1:16).

Wanneer de onzienlijke wereld zich opent, wordt Jezus in Heilige Geest gedoopt. Vanaf dat ogenblik begon zijn bediening. Hij werd aangedaan met ‘kracht uit de hoge’. Toen klonk een stem uit de hemelen, zeggende:

‘Dit is mijn Zoon, de geliefde, in Hem vind Ik vreugde’ (Matth. 3:17).

Jezus was ons voorbeeld en wij willen in zijn voetsporen wandelen. Ook tot ons spreekt bij de doop in Heilige Geest de stem uit de hemelen: ‘Jullie zijn kinderen van vreugde en zonen Gods’. Vanaf dit ogenblik weten wij ons erfgenamen van God en mede-erfgenamen van Jezus Christus.

De doop in water en de doop in Heilige Geest horen elkaar op te volgen; dit is het fundament van het evangelie. Het komt in onze dagen geregeld voor, dat iemand gedoopt wordt in Heilige Geest, terwijl hij nog niet in water gedoopt is. Dit vindt zijn oorzaak in het feit, dat een juist begrip inzake de waterdoop ontbreekt en het christenvolk door valse leringen op een dwaalspoor is gekomen. Door verkeerde inzichten geleid durfde Petrus, Cornelius en de zijnen niet te dopen, maar toen de Heilige Geest op hen allen viel, sprak hij:

‘Zou iemand het water kunnen tegenhouden, om dezen te dopen die evenals wij de Heilige Geest hebben ontvangen?’ (Hand. 10:47).

Op de Pinksterdag noemde Petrus de Bijbelse volgorde, toen hij sprak:

‘Bekeer u en laat ieder van u zich dopen…, en u zal de gave van de Heilige Geest ontvangen’ (Hand. 2:38).

In Handelingen 8 zien wij deze volgorde ook zeer duidelijk toegepast bij de Samaritanen. Eerst geloofden dezen wat Filippus predikte. Toen werden zij bevrijd van de onreine geesten. Daarna gaven deze ‘mannen en vrouwen’ getuigenis door de waterdoop dat zij veranderde mensen waren. Zij waren zich bewust rechtvaardigen te zijn met een goed geweten, omdat Jezus door zijn lijden en sterven hun zonden verzoend had. Zij wisten dat zij burgers waren van het Koninkrijk der hemelen. Toen kwam de volgende stap op de geloofsweg. Zij strekten zich uit naar de doop in Heilige Geest en zij ontvingen deze toen Petrus en Johannes hun de handen oplegden. Door deze doop in Heilige Geest werden zij pas echte nieuw-testamentische christenen. Dezelfde volgorde vinden wij ook in Handelingen 19:1-7, waar Paulus ongeveer twaalf leerlingen van Johannes de Doper eerst in de naam van de Here Jezus doopte en hen daarna de handen oplegde voor de doop in Heilige Geest. 

Bouwen

Het oude verbond kende geen voortbouw op de rechtvaardigheid. Men moest zich zijn gehele leven inspannen om een rechtvaardige naar de wet te worden. Men was hier nooit mee klaar. In het nieuwe verbond is men een rechtvaardige, omdat men gelooft in de schuldvergeving door het bloed van Jezus Christus. Men is ingegaan door de enge poort en men is gekomen op de weg die naar de volkomenheid leidt. In de Bergrede stelde Jezus dat wij volmaakt zouden zijn, zoals de hemelse Vader volmaakt is. Dit woord ‘volmaaktheid’ betekent ook ‘volwassen zijn’. In Efeziërs 4:13 spreekt de apostel over de mannelijke ‘rijpheid’ en gebruikt hiervoor hetzelfde woord. In Hebreeën 5:14 komt dit woord voor als ‘volwassenen, die door het gebruik hun zinnen geoefend hebben in het onderscheiden van goed en kwaad’. Paulus schreef in 2 Timotheüs 3:16 aangaande het doel van het evangelie, dat het de mens tot de volkomenheid voert, zodat hij tot alle goed werk volmaakt is toegerust. Jezus was geschikt tot goed werk en wij zullen dit ook zijn, indien wij in dezelfde Geest gedoopt zijn en werken met dezelfde begaafdheden en kracht. Het oude verbond kende ook geen vervolg op de rechtvaardigheid. Men kon de geloofsweg dus niet tot het einde toe lopen. Van deze rechtvaardigen staat geschreven:

‘Al deze mensen, die van oudsher om hun geloof geprezen worden, hebben de belofte niet in vervulling zien gaan, omdat God voor ons iets beters had voorzien, en hij hen niet zonder ons de volmaaktheid wilde laten bereiken.’ (Hebr. 11:39).

Wij mogen de beloften van de Vader wél in ontvangst nemen. De Vader en de Zoon willen bij ons komen wonen, door de Heilige Geest (Joh. 14:23). Het nieuwe verbond berust daarom op betere beloften (Hebr. 8:6). In het oude verbond kende men de inwoning van de Heilige Geest niet,

‘want de Geest was er nog niet, omdat Jezus nog niet tot Gods majesteit verheven was’ (Joh. 7:39).

In Openbaring 3:20 staat deze heerlijke toezegging:

‘Zie Ik sta aan de deur en Ik klop. Indien iemand naar mijn stem luistert en de deur opent, Ik zal bij hem binnenkomen en maaltijd met hem houden en hij met Mij’.

Wel een duidelijk beeld van de doop in Heilige Geest. Indien wij de deur van ons hart openzetten, komt de Heilige Geest in ons. Dan heeft onze geest gemeenschap met de Geest van Christus. Samen verzadigen zij zich aan het levensbrood, dat is aan het Woord van God. 

Oud en nieuw

Vele christenen leven nog op oudtestamentisch niveau. Zij komen niet verder dan de heiligen uit het oude verbond en dezen zijn hun vaak nog een voorbeeld van ‘christelijke’ levenswandel. Toch sprak Jezus, dat de kleinste in het Koninkrijk der hemelen groter is dan de godvruchtigste heilige uit de oude bedéling. Zo merken wij op, dat de gelovige Abraham ‘de stad verwachtte met fundamenten, waarvan God de ontwerper en bouwmeester is’ (Hebr. 11:10). Veel christenen zoeken deze zelfde stad. Hun liederen spreken van de poorten van parels en de gouden straten van het nieuwe Jeruzalem. Maar wie denkt er nog aan dat Christus zijn gemeente tot een meer ‘eervolle bestemming’ geroepen heeft? Wij horen méér te zijn dan toekomstige inwoners van de hemelstad. Wij zijn immers ‘een tempel van God in de geest’ en ‘een koninklijk priesterschap’. Om priester te zijn, moet men gezalfd worden. Van Jezus, onze Hogepriester, wordt meegedeeld

‘hoe God Hem met de Heilige Geest en met kracht heeft gezalfd’ (Hand. 10:38).

Zo zijn slechts die bewoners van het hemelse Jeruzalem gezalfd met de Heilige Geest, die deel uitmaken van de tempel Gods. De doop in Heilige Geest is het kenmerkende teken van het nieuwe verbond. Door de doop in Heilige Geest is God niet alleen BIJ zijn volk, maar Hij is IN hen. Dan vormt zijn Geest met de menselijke geest een eenheid of geestelijke huwelijks-gemeenschap, want ‘die zich aan de Heer hecht, is één geest met Hem’ (1 Cor. 6:17). Het is ook niet goed dat de menselijke geest alleen is! Zoals in het natuurlijke leven in een goed huwelijk man en vrouw één zijn en tezamen één huis bewonen, zo vormen in de onzienlijke wereld Gods Geest en de menselijke geest één geheel. Zij bewonen de tempel Gods, dat is het menselijke lichaam.  Men komt niet automatisch in het nieuwe verbond, doordat men tweeduizend jaar na de geboorte van Christus leeft, maar men krijgt deel aan dit verbond, doordat men zijn ‘Pinksteren’ beleefde. De bijbel spreekt over het oude verbond als het verdwijnende, maar men moet het dan ook willen laten verdwijnen.

Vraag uzelf eens af: wat bezit ik nu eigenlijk meer dan de gelovigen in het oude verbond? Wat heb ik meer dan de vergeving van de zonden en de rechtvaardigheid? Indien u daar althans geloofszekerheid van hebt. Is in u werkelijk dat goddelijke vermogen om te spreken zoals Jezus sprak en te denken en te handelen zoals Hij? Jezus verwacht van zijn volk, dat het nog grotere werken zal doen dan Hij gedaan heeft (Joh. 14:12), maar dit kan alleen wanneer het aangekleed is met de ‘kracht uit de hoogte’. Slechts door de doop in Heilige Geest ontvangt de christen de mogelijkheid om de schepping te bevrijden, te genezen en te herstellen op dezelfde wijze als de Heer dit deed. Hij sprak van de gelovigen van het nieuwe verbond: 

‘In Mijn Naam zullen ze demonen uitdrijven, ze zullen spreken in onbekende talen, met hun handen zullen ze slangen oppakken en als ze een dodelijk gif drinken zal dat hun niet deren, en ze zullen zieken weer gezond maken door hun de handen op te leggen.’ (Marc. 16:17).