Stromen van levend water
‘Rivieren van levend water zullen stromen uit het hart van wie in Mij gelooft,’ zo zegt de Schrift.’ (Joh. 7:38).
Woord en geest
Regelmatig wordt in de bijbel woord of geest vergeleken met water. De profeet Jesaja spreekt van de regen die van de hemel nederdaalt en de aarde doorvochtigt en haar vruchtbaar doet zijn en concludeert dan, dat het ook zo gaat met het woord van God: ‘zo geldt dit ook voor het woord dat voortkomt uit mijn mond: het keert niet vruchteloos naar mij terug, niet zonder eerst te doen wat ik wil en te volbrengen wat ik gebied.’ (Jes. 55:10,11). In Efeziërs 5:26,27 wordt het woord vergeleken met een reinigend waterbad. Wie erin gelooft, weet zich een rechtvaardige en heilige. Van de welbespraakte Apollos wordt gezegd, dat hij de planten had ‘begoten’. In onze tekst is het ‘levend water’ evenwel beeld van de Heilige Geest. Hier spreekt Jezus ‘van de Geest, die zij die tot geloof in Hem kwamen, zouden ontvangen’. Woord en Geest zijn beide uit God die geest is. Zij gaan samen met als doel iets tot stand te brengen naar Gods wil. Vóór de schepping zweefde de Geest van God boven de wateren. Hij was de kracht van God, maar er werd nog niets voortgebracht. Toen openbaarde God zijn eerste scheppingsgedachte en Hij sprak: ‘Er moet licht komen’. Daarna werkte de Geest deze gedachte uit, zoals er staat:
‘Door het woord van de HEER is de hemel gemaakt, door de adem van zijn mond het leger van de sterren. (Ps. 33:6)
Woord en Geest behoren ook in de mens samen te werken om hem tot het doel te brengen, waarover Gods Woord spreekt, namelijk de volmaaktheid. Met zijn oren neemt hij het gepredikte evangelie op, aanvaardt en gelooft het en bewaart het in zijn hart. Dan moet de menselijke geest de woorden van God realiseren of tot openbaring brengen. Omdat de eigen geest in de strijd tegen de destructieve, demonische machten te zwak is, schenkt de Heer zijn Heilige Geest tot versterking. Deze geeft de grote groeikracht aan het woord. Het is dus van groot belang dat wij de volle waarheid leren kennen met ál de beloften Gods. Hoe meer woorden van God wij in de innerlijke mens verstaan en bewaren, hoe meer Gods Geest tot leven en tot ontplooiing kan wekken. Het is noodzakelijk dat het Levenswater over de bodem van het hart vloeit om het gerechtvaardige gewas te doen groeien. Het is mogelijk dat mensen gedoopt worden met Heilige Geest, maar als zij de goede kennis van Gods Woord missen, zal deze ervaring hun noch geluk, noch heerlijkheid brengen. Wij hebben opgemerkt dat door zonde, onkunde, leugen en gebrek aan ware kennis, de Geest Gods niets kan doen. Jezus sprak immers:
‘Want Hij zal het uit Mij (het vleesgeworden Woord) nemen’.
Wanneer er geen goede kennis van Gods Woord is, is er ook niets tot volheid te brengen. Wanneer de Geest van God uitgebeeld wordt door water, zien wij dat het woord van God voorgesteld wordt als een zaad. Wij merken in het leven van veel christenen dat zij wel het woord horen, maar dat dit door gebrek aan geestkracht niet tot ontwikkeling komt.
Menselijke geest en Heilige Geest
God heeft aan de mens een geest geschonken: ‘die de mensen op aarde levensadem geeft, en levensgeest aan allen die daar verkeren:’ (Jes. 42:5), of ‘O God, God van de geesten van alle levende schepselen’ (Num. 16:22) en volgens de Nieuwe Vertaling: ‘De geest die Hij in ons deed wonen’ (Jac. 4:5). God blies de levensadem in de mens en ‘zodoende werd de mens tot een levend wezen’ (Gen. 2:7). De menselijke geest is er een, die hoewel wonende in een lichaam, deel kan nemen aan het leven in de onzienlijke wereld. Die geest begeert God met jaloersheid ten einde ermee verenigd, te wonen in het lichaam dat Hij hem geschonken heeft. Wij geloven dat iedere engel afzonderlijk uit God is voortgekomen en een zelfstandig leven is begonnen. De menselijke geest draagt evenwel het kenmerk van de gehele levende natuur, dat is doorgaande vermenigvuldiging en ontwikkeling. Zoals ieder kind opgroeit tot onafhankelijkheid, zo ontwikkelt ook zijn geest zich tot zelfstandigheid. God die geest is, zoekt gemeenschap met de vele menselijke geesten en wil wonen in vele lichamen: ‘In het huis van mijn Vader zijn veel woningen’.
Het is Gods bedoeling dat al deze woningen of kamers op harmonische wijze tezamen gevoegd, één huis of één tempel vormen. Iedere menselijke geest bepaalt zelfstandig zijn keuze, voor of tegen deze gemeenschap met zijn Schepper. Iedere engel heeft als zelfstandig geestelijk wezen zijn keus gemaakt: voor of tegen God. Een deel is in de waarheid staande gebleven en functioneert dus mee in Gods plan en een deel is gevallen. Zo moet ook iedere menselijke geest, wanneer hij tot een zekere rijpheid gekomen is, zelfstandig zijn keuze bepalen. Kiest hij de weg van de waarheid en van de gerechtigheid, dan zal hij hoe langer hoe meer aan de gedachten Gods beantwoorden. Kiest hij de weg van de leugen en van de ongerechtigheid, dan zal hij hoe langer hoe meer van dit doel verwijderd raken. Zijn einde is het verderf, ver van het aangezicht van de Heer. De Heer wist dat door de tegenwerking van de vijanden in de onzienlijke en in de zienlijke wereld de door het geloof gerechtvaardigde menselijke geest toch nimmer door eigen kracht het einddoel des geloofs bereiken zou. Daarom laat Hij de mens niet als ‘wees’ achter, maar Hij komt tot hem en vervult hem met zijn Heilige Geest. Deze Geest raakt evenwel nooit los van zijn Bron. Johannes zag dit in beeld, toen hij schreef: ‘En toonde mij een rivier van Levenswater, helder als kristal, ontspringende uit de troon van God en van het Lam’ (Op. 22:1). ‘Door deze Geest zijn wij allen tot één lichaam gedoopt’.
Doop en vervulling met de Heilige Geest
De doop met Heilige Geest is de aanvang van het proces van éénwording van de menselijke geest met God. Jezus riep:
‘Als iemand dorst heeft, kom tot Mij en drink!’
Het beeld is duidelijk. Jezus is de rots, waaruit het Levenswater vloeit en de mens zet door het geloof de mond aan deze geluksbron. De doop in Heilige Geest vraagt dus een gelovig komen en drinken. Men ontvangt de Heilige Geest, omdat men gelooft dat dit in de geestelijke wereld zo werkt. In Openbaring 22 geeft Johannes nog een ander beeld. De levensbomen zuigen door middel van hun wortels het Levenswater in zich op. Hoe dichter zich deze wortels bij de stroom bevinden, hoe meer water zij ontvangen. Deze levensbomen zijn de gemeente van Jezus Christus. Haar leden bevinden zich allen aan dezelfde stroom. Zolang de wortels aan de stroom blijven, is het geboomte gedrenkt. Vervuld met dit Levenswaterwater is de permanente groei verzekerd. Daarom is in de gemeente van Christus de grote kracht. Zij creëert een cirkel van zegen of zoals het beeld het uitdrukt: in haar schaduw, dus onder het bladerdak van de levensbomen, is genezing voor de volkeren. Wij begrijpen nu ook de uitspraak van de psalmist in Psalm 91:1:
‘Wie in de schuilplaats van de Allerhoogste (de gemeente) is gezeten, overnacht in de schaduw van de Almachtige’.
Naarmate iedere boom groter is en meer schaduw geeft, wordt het klimaat om te herstellen, gunstiger.
Wie gedoopt is in Heilige Geest en het levenswater zonder ophouden drinkt, dus aangesloten blijft aan de bron, zal bemerken dat dit water in hem wordt ‘tot een fontein van water, dat ontspringt voor het eeuwige leven’. Jezus was zo’n fontein en wie binnen zijn kring toevlucht zocht, ontving geluk. Zo zien wij ook dat door zijn gemeente de zegen doorgegeven wordt. Het oplegging van de handen is hiervan weer een beeld. In de gemeente wordt de belofte vervuld: ‘Je zult zijn als een goed bevloeide tuin, als een bron waarvan het water nooit opdroogt. Je eigen mensen zullen weer opbouwen wat al eeuwenlang verwoest ligt; fundamenten, door vroegere generaties gelegd, zullen weer worden hersteld. Dan zal men je noemen ‘Hersteller van muren’, ‘Herbouwer van straten’. (Jes. 58:11,12). Wij zien met verlangen uit dat dit in onze gemeenten volop gerealiseerd wordt. Wij kennen allemaal die overoude puinhopen, die reeds van geslacht op geslacht verwoest hebben gelegen. Deze beschadigden, deze armen van geest, deze ‘hopeloze’ gevallen, zullen komen onder de besproeiing van de fonteinen in de hof. De tijd is gekomen dat de ongelovige in het midden van de gemeente, het paradijs van God, op het aangezicht zal vallen en erkennen zal dat de Heer in haar midden is. Het Levenswater dat over het woord van God stroomt, brengt geestelijke groei en rijke vrucht voort. Woord en Geest resulteren in het Koninkrijk Gods in vrede, gerechtigheid en blijdschap.
Hoe werkt het?
Men wordt zo maar niet Geestvervuld of vol van Heilige Geest. Het is geen hocus pocus. Paulus schrijft in Efeziërs 5:18,19:
‘Maar wordt vervuld met de Geest, en spreek onder elkaar in psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, en zing en jubel de Heer van harte’.
Het geloof van de ware christen blijkt uit zijn belijdenis. Met psalmen en gezangen belijdt men de positieve woorden Gods. Door geestesliederen of het zingen in tongen geeft men de Heilige Geest gelegenheid de mond te gebruiken tot verheerlijking van God. In beide gevallen geldt: ‘Ik heb geloofd en daarom zing ik’. De apostel richt zich tot de heel de gemeente en niet ieder pas bekeerde heeft in tijden van nood en aanvechtingen dadelijk de juiste Schriftplaats ter beschikking. Maar psalmen en gezangen leert men al gauw. Wij zijn blij als wij door onze opvoeding nog heel wat psalmen en gezangen ter beschikking hebben. Nu kunnen wij deze liederen zingen en leven bij hun inhoud, terwijl vroeger de betekenis ons menigmaal ontging. Maar er was ook een grote behoefte aan nieuwe liederen en wij danken de Heer dat wij tegenwoordig zo’n schat van blijde geloofsliederen hebben. De duivel probeert immers de aandacht van de christen bij de onoplosbare situatie te bepalen. Maar in verdrukking en strijd belijden wij toch de woorden van Gods. Wij geloven zijn beloften met het hart en belijden ze met de mond tot behoudenis. In de verdrukking laten wij Gods toezeggingen niet los. Wij loven dan de Heer, omdat Hij goed is en barmhartig, groot en sterk, vol van liefde, trouw en genade. Misschien moeten wij daarbij onze ogen wel dichtdoen, om ons af te sluiten voor de omstandigheden die zo vrees-aanjagend en heilloos zijn, maar wij gaan door. ‘Wie een dankoffer brengt, geeft mij alle eer, wie zo zijn weg gaat, zal zien dat God redt,’ zegt Asaf in Ps. 50:23.
Zo wekken wij de Heilige Geest in ons op door onze positieve woordenstroom en deze Geest mee getuigend met onze geest, wordt in ons als een fontein, die ons hart of onze innerlijke mens bevochtigt, en alle dorheid en matheid verdrijft. Gods Geest getuigt immers met onze geest dat wij kinderen van God zijn. Van ieder woord van de Waarheid dat onze mond belijdt, zal Hij medegetuigenis geven. Met iedere lof die wij de Vader en de Zoon brengen, stemt Hij in. Ja, Hij zal zelfs de leiding gaan nemen en ons de weg wijzen tot de volle waarheid, zodat ons geloof zeker van de overwinning naar het einddoel wordt gericht. Onze menselijke geest kan zich dan weer oprichten en wij worden ‘vurig van geest’. Wij weten dat de Heer op deze wijze in de beproeving de uitkomst schenkt, zodat wij tegen de druk van de vijand bestand zijn. Het is als bij een boom die aan een waterstroom geplant is. Niet altijd neemt hij door zijn wortels evenveel water op. Hoe feller de zon schijnt, hoe meer water hij nodig heeft om niet te verdorren. Hoe groter de verdrukking, hoe meer de gelovige zal drinken uit de bron van levend water en hoe meer de kracht van de Heilige Geest openbaar wordt. Zo zal in tijden van strijd en zorg de Heilige Geest door ons geloof ons meer kracht en wijsheid doen toekomen dan wanneer alles rust en vrede is. Zo worden wij sterk in de strijd. Paulus zegt:
‘Omdat Christus mij kracht schenkt, schep ik vreugde in mijn zwakheid: in beledigingen, nood, vervolging en ellende. In mijn zwakheid ben ik sterk.’ (2 Cor. 12:10).
Wanneer de verdrukking komt en Paulus zich zwak begint te gevoelen, houdt hij niet op met roemen, maar looft en prijst hij nog meer. En de fontein van het levende water zal nog krachtiger door hem heen gaan sproeien. Let maar op zijn verblijf in de gevangenis te Filippi, waar hij en Silas samen de Heer groot maakten door hun lofzangen. Gegeseld, geboeid en gevangen waren zij zwak, maar door hun liederen baanden zij de weg dat Gods Geest hen kon bevrijden en een geheel huisgezin tot bekering werd gebracht.
Zegen voor anderen
Wanneer de fontein van de Geest begint te sproeien, wordt niet alleen het eigen leven verkwikt en vruchtbaar gemaakt, maar ook anderen komen onder dit levenverwekkende water. Wat een vreugde voor de christenen, indien zij zo’n fontein zijn die hun gezin besproeit. Hun kinderen merken dat zij bescherming vinden in de onzienlijke wereld en dat ook de vrede en de blijdschap van hun ouders over hen komt. Niet alleen de eigen omgeving, maar ook de zwakke en aangevochten broeders en zusters mogen van deze fontein profiteren. De neervallende druppels zullen allengs veranderen in een stroom van levend water. Jezus sprak:
‘Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien. Dit zeide Hij van de Geest, die zij, die tot geloof in Hem kwamen, ontvangen zouden’.
Een man van God is een heilige of een geheelde. Hij jaagt naar de heiligmaking, dat is een volkomen losmaking van de duistere machten, want deze zullen alles in het werk stellen om de fontein te verstoppen en de stroom af te dammen. Hij streeft ernaar om een geheelde te zijn, dat is hersteld van alle verwondingen en beschadigingen, zodat de stroom van het leven een God welbehaaglijke bedding zal hebben om zich in deze wereld te openbaren. Hij is niet een geestelijk gebrokene, maar hij heeft de band met de duivel verbroken. Geen kamer van zijn hart staat meer ter beschikking van de boze. Hij wordt wel eens aangevallen, maar hij weerstaat de duivel, vast in het geloof aan de beloften van God.
‘Hij is als een boom, geplant aan waterstromen, die zijn vrucht geeft op zijn tijd, waarvan het loof niet verwelkt; alles wat hij onderneeemt, lukt hem.’ (Ps. 1:3).
Veel christenen bemoeien zich niet met heiligmaking of heelmaking. Zij belijden dat zij zondaar blijven tot de dood. Maar het water van de Geest kan over deze leugen niet heen stromen om nieuw leven te wekken. De Heilige Geest is immers de Geest van de waarheid! Anderen proberen hun heiligmaking te bereiken door inspanning, boete doen, het eigen ik te doden, of door zich te vervreemden van de wereld. Zij kennen helaas de Geest niet, die anderen hebben ontvangen die wél hun mond hebben gezet aan de waterbron van het leven. Zij weten niet dat de Heilige Geest ook door hun geloof Zich mee wil inzetten tegenover de ziekte- en zondemachten, en dat zo de Geest gezet wordt tegenover geest en Kracht tegenover kracht. Zij gaan verloren, worden dus een prooi van de demonen, omdat zij geen kennis hebben van de woorden van God, die daarom niet bevloeid kunnen worden door de Heilige Geest. De apostel zegt echter:
‘Ik heb u geschreven, jongelingen, want jullie zijn sterk en het woord van God blijft in jullie en jullie hebben de boze overwonnen’ (1 Joh. 2:14).
Er is een weg tot overwinning, een hoge of geestelijke weg, door deze doop en vervulling met de Heilige Geest.
Niet verdeeld
‘Laat een bron soms uit eenzelfde ader zoet en bitter water opwellen?’ (Jac. 3:11) Jacobus spreekt over christenen die met dezelfde mond vloeken en zegenen. Zij zetten hun mond afwisselend aan verschillende aders. Wanneer de duivel hen verleidt, onder druk zet of aanvalt, drinken zij niet langer met hun mond het levende water op; zij vullen hun bewustzijn niet langer met gedachten van God. Zij zetten hun mond aan de bronnen van de duivel. Zij geloven zijn leugens en zij spreken zijn taal. Dan komt over hen het klimaat van het rijk van de duisternis. Hun hart is verdeeld en dit is een gruwel in de ogen van de Heer. Broeder en zuster, zet daarom uw lippen aan de levensbron, Jezus Christus. Belijd zijn woorden en laat zijn Geest deze woorden realiseren. Laat u niet verleiden tot negatieve gedachten en negatieve belijdenissen, maar wordt gedrenkt door het levende water en laat het in u worden tot een fontein die zijn zegen tot ver rondom verspreidt. Jezus sprak: ‘Als iemand dorst heeft’. Hij weet wel dat niet iedereen verlangt naar deze gemeenschap met de Heilige Geest. Maar wanneer wel, Jezus is het vleesgeworden Woord van God en wie gelovig tot Hem nadert, ontvangt de beloofde Heilige Geest. Deze brengt de oplossing van al de problemen en van alle noden.
Regelmatig hebben wij in ons leven over deze boodschap de uitspraak gehoord: ‘Dit evangelie werkt’. Een gemeente die deze weg heeft gekozen en in de woorden Gods blijft, bereikt het doel, namelijk de volkomenheid. De apostel schreef reeds:
‘Het einde van de eeuwen is over ons gekomen’.
Wij weten dat wij in de tijd leven dat het geloof zal toenemen en dat er steeds meer water uit de bron gedronken zal worden. Het zal immers zijn in de laatste dagen dat God van zijn Geest zal uitstorten. Maar het betekent ook dat wij te maken zullen krijgen met de neerstortende demonen. Voor de gemeente die gedoopt en vervuld is met de Geest Gods, gelden dan:
‘Zusje, bruid, een besloten hof ben jij, een gesloten tuin, een verzegelde bron.
Aan jou ontspruit een boomgaard vol granaatappels, met een overvloed aan vruchten, hennabloemen, nardusplanten, nardus en saffraan, kalmoes en kaneel, wierookbomen, allerlei soorten, mirre, aloë, balsems, van het allerfijnste.
Je bent een bron omringd door tuinen, een put met helder water, een bergbeek van de Libanon.’
(Hooglied. 4:12-15).