Tekenen van het geloof
Veel vertalers en uitleggers hebben moeite met het slot van het evangelie van Marcus. Vanaf vers 9 tot het einde hebben zij daarom het laatste gedeelte van hoofdstuk 16 tussen haakjes gezet. Beweerd wordt, dat dit gedeelte later toegevoegd werd. Dit ‘later’ ziet dan beslist niet op onze tijd, want er is geen gedeelte van de bijbel dat aan het zogenaamde gezonde verstand zoveel aanstoot geeft, als deze verzen. Geen synode of concilie zou zulke zinnen in onze moderne tijd durven formuleren en toevoegen.
In zijn inleiding tot het Nieuwe Testament schrijft dr. J. de Zwaan
‘dat het oorspronkelijke slot van de schrijver door slijtage of ongeval (bij enkele oude handschriften) was weggeraakt’.
De inhoud van dit slot vindt u echter in de drie andere evangeliën haast gelijkluidend terug. Hoe het ook zij, de schrijver van Marcus 16:16-18 was een christen, die geheel in de sfeer van zijn Meester leefde. Hier volgt de gewraakte passage, die Jezus in de mond gelegd wordt, toen deze van zijn leerlingen afscheid nam:
‘Wie gelooft en gedoopt is zal worden gered, maar wie niet gelooft zal worden veroordeeld. Degenen die tot geloof zijn gekomen, zullen herkenbaar zijn aan de volgende tekenen: in mijn Naam zullen ze demonen uitdrijven, ze zullen spreken in onbekende talen, met hun handen zullen ze slangen oppakken en als ze een dodelijk gif drinken zal dat hun niet deren, en ze zullen zieken weer gezond maken door hun de handen op te leggen.’
Gelooft u deze laatste woorden van de Meester? Hij zegt hier dat de tekenen, die Hem vergezelden, ook de gelovigen zullen volgen. Voor dit testament van onze Heer gelden wel in het bijzonder de woorden van de profeet: ‘Wie heeft onze prediking geloofd?’ Toch bevat deze slotconclusie de samenvatting van het evangelie van de apostelen en profeten. Zij is het kort begrip van het ‘evangelie van Jezus Christus’ dat Marcus beschreef (1:1). Zij is de boodschap van redding, genezing, bevrijding en verlossing. Zij spreekt van het herstelplan van God. Daarom schamen wij ons dit evangelie niet, ook niet de slotverzen van Marcus, want het is een kracht van God tot behoud. (Rom. 1:16). Voor een evangelie dat het mensenleven vernieuwt, hoeven wij ons toch waarachtig niet te schamen. Wij willen deze woorden van de Jezus Christus nader bezien.
Allereerst is sprake van geloof
Als u de woorden van Jezus Christus aanvaardt, wordt u behouden. Dit is het begin van uw redding naar ziel, geest en lichaam. De meeste mensen geloven in wat de duivel hun voorhoudt. U moet echter geloven wat de bijbel zegt. Daar staat in:
‘God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om een oordeel over haar te vellen, maar om de wereld door hem te redden. Over wie in hem gelooft wordt geen oordeel uitgesproken, maar wie niet in hem gelooft is al veroordeeld, omdat hij niet wilde geloven in de naam van Gods enige Zoon. (Joh. 3:17,18).
Wie niet in Jezus gelooft, heeft niets dan schuld die hem scheidt van God. Maar wie gelooft dat Jezus voor de zonde van heel de mensheid gestorven is, weet dat hij geen zondeschuld meer heeft. ‘Het bloed van Jezus, zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde’ (1 Joh. 1:7). Dan is de scheiding tussen God en de mens weggenomen. De Hebreeënschrijver spreekt over een ‘geloof, dat de ziel behoudt!’ (10:39). Richt daarom uw geloof niet op de leugen, maar op de waarheid dat Jezus Christus ook voor u gestorven is.
Laat u dopen!
‘Als uw hart gelooft, zult u rechtvaardig worden verklaard; als uw mond belijdt, zult u worden gered.’ (Rom. 10:10). Als u gelooft, doet u dit met uw innerlijke mens, het hart. Als u aanvaardt wat de Heer voor u deed, bent u een rechtvaardige, die zonder schuld voor God is. U bent dan door een poort gegaan, die u op een geheel nieuwe weg voert. Dan moeten er volgende stappen gedaan worden. De eerste stap op deze weg van behoud is uw doop. U gaat openbaar maken dat u werkelijk in Christus Jezus gelooft. Uw doop volgt dus op uw geloof. Uw doop is de eerste daad, waarmee u uw geloof openbaar maakt. U getuigt dan in de zichtbare wereld wat er in uw hart plaats gevonden heeft. U belijdt dat u met het oude leven gebroken hebt en opgestaan bent uit het water(graf), tot een nieuw leven. Petrus sprak op de Pinksterdag:
‘Keer u af van uw huidige leven en laat u dopen onder aanroeping van Jezus Christus om vergeving te krijgen voor uw zonden.’ (Hand. 2:38).
Philippus zei tot de kamerling, toen zij bij een water kwamen: ‘Als u met heel uw hart gelooft, is het geoorloofd’ (Hand. 8:36). Beiden daalden toen af in het water. Zo werd ook Jezus Zelf ondergedompeld!
Dan komen de tekenen, die de gelovigen volgen
Veel christenen blijven staan bij de poort van de schuldvergeving en komen niet verder. Zij kennen geen bevrijding, geen genezing, geen redding, geen doop met de Heilige Geest, geen ontplooiing van de geestelijke gaven, geen geestelijke groei en geen heerlijkheid. Onze Heer sprak echter van tekenen, die het bewijs zijn dat God in de gelovigen met zijn Geest woont. Wij moeten ons niet alleen bekeren en laten dopen, maar de apostel Petrus vervolgde zijn toespraak op de Pinksterdag met de woorden: ‘En u zult de gaven van de Heilige Geest ontvangen, want voor u is de belofte’. Jezus spreekt ook tot u: ‘En zie, Ik doe de belofte van mijn Vader op u komen…, u zult bekleed worden met kracht uit de hoge’ (Luc. 24:48,49). Na zijn waterdoop werd ook onze Heer Zelf in de Heilige Geest gedoopt en Hij is ons voorbeeld. Toen begonnen de krachten van het Koninkrijk van God zich in Hem te openbaren. De tekenen volgden Hem als bewijs, dat de Geest van God in Hem was. Er staat: ’Hoe God, Jezus uit Nazareth met de heilige Geest heeft gezalfd en met kracht heeft bekleed. Hij trok als weldoener door het land en genas iedereen die in de macht van de duivel was, want God stond hem bij.’ (Hand. 10:38). Is God ook zo met u? Jezus was ‘een man, u van Godswege aangewezen door krachten, wonderen en tekenen, die God door Hem in uw midden verricht heeft’ (Hand. 2:22). Maar ook ‘door de handen van de apostelen geschiedden veel tekenen en wonderen onder het volk’ (Hand. 5:12). Van een diaken wordt vermeld: ‘En toen de mensenmenigte Philippus hoorden en de tekenen zagen, die hij deed’ (Hand. 8:6). Paulus bracht het evangelie ‘door kracht van tekenen en wonderen, door de kracht van de heilige Geest’ (Rom. 15:19). Jezus sprak dat deze tekenen de gelovigen zouden volgen. Het is vanzelfsprekend dat de gelovigen in zijn voetsporen wandelende, de werken doen, die Jezus gedaan heeft (Joh. 14:12).
Wat er nu volgt, is voor de fatsoenlijke burgerchristen zeer moeilijk te accepteren:
De gelovigen zullen demonen uitdrijven!
Wij hebben deze woorden niet verzonnen, maar de mond van de Waarheid heeft deze gesproken! Ga eens met deze bijbelse uitspraak naar uw voorganger. Hij zal u verwonderd en misschien medelijdend aankijken. Wie gelooft er nu nog in boze geesten? En in de mogelijkheid dat men deze in de naam van Jezus kan gebieden heen te gaan? Maar Jezus ‘dreef de demonische geesten uit met zijn woord’ (Matth. 8:16). Jezus Christus, waarnaar de christenen zich noemen, sprak:
‘Let op, ik drijf demonen uit en vandaag en morgen genees ik mensen, en op de derde dag bereik ik de voltooiing.’ (Luc. 13:32).
Hij wilde dat de gelovigen Hem in dit opzicht ook zouden navolgen. Hij leerde ook u bidden: ‘Verlos mij van de boze’. De demonen zijn de veroorzakers van alle ellende en rampen. Zij zijn de verleiders van de mens, kunnen in hem dringen en hem zelfs in bezit nemen. Ze kunnen ook bepaalde sectoren van hen zó overheersen, dat de mens uitroept: ‘Want ik doe niet wat ik wens, maar waar ik een afkeer van heb, dat doe ik’ (Rom. 7:15). De bron van alle kwaad en alle ziekte en alle gebondenheid ligt bij de boze geesten, die hun wetteloos principe door de mens in deze wereld brengen. Wie verder wil op de weg naar het geluk, moet verlost worden van de boze geesten. Wie deze oplossing verwerpt, zal tot de dood moeten belijden, dat hij een zondaar is; dus een dienstknecht en handlanger van de duivel. Wanneer u moet liegen, moet stelen, onreinheid moet bedrijven, wanneer u opgejaagd wordt door dwangvoorstellingen, door vrees of door angst of op andere wijze gedwongen wordt tot wetteloosheid, bent u een gebondene. Herken uw vijand, want u kunt in de naam van Jezus van hem bevrijd worden.
In nieuwe tongen zullen zij spreken
Haal nu niet ongelovig de schouders op, maar onderwerp u aan de uitspraak van de Meester. Hij weet beter wat goed voor u is dan uzelf. Paulus ontmoette in Efeze enkele leerlingen, die niet met Heilige Geest gedoopt waren. Hij legde hun de handen op en zij ontvingen de Heilige Geest na hun bekering én waterdoop. Het resultaat was dat zij in tongen begonnen te spreken. Hij legde ongeveer twaalf mannen de handen op en allen begonnen zij in tongen te spreken, evenals het op de Pinksterdag gebeurd was:
‘Zij werden allen vervuld met de Heilige Geest en begonnen met andere tongen te spreken’ (Hand. 19:6,7 en 2:4).
Toen Petrus in het huis van Cornelius het evangelie bracht, begonnen allen die zijn woord hoorden, in tongen te spreken en God groot te maken (Hand. 10:44-48). De apostel schreef: ‘Ik wilde wel, dat jullie allen in tongen spraken’ (1 Cor. 14:5). Van zichzelf getuigde hij ‘Ik dank God, dat ik meer dan jullie allen (de Corinthiërs spraken dus allen in tongen) in tongen spreek’ (1 Cor. 14:18). Echt, u kunt beter de woorden van de apostel serieus nemen dan die van de christenen, die de woorden van God alleen maar aanvaarden, als het hen zo uitkomt. Spreken in tongen is goed voor u. Wanneer iemand spreekt, vormt hij met zijn geest gedachten en met zijn verstand de woorden en zinnen. Wie in nieuwe tongen spreekt, vormt met de geest gedachten, maar zijn woorden worden door de Heilige Geest gevormd. ‘Indien ik bid in een tong, bidt mijn geest wel, maar mijn verstand blijft onvruchtbaar’ (1 Cor. 14:14).
Wie in tongen bidt, wordt niet door zijn verstand in zijn woordkeus geleid en ook niet door zijn gevoel overheerst, maar er staat: ‘Zij begonnen (met hun geest) in andere tongen te spreken, zoals de Geest het hun gaf uit te spreken’ (Hand. 2:4). ‘Wie in een tong spreekt, sticht zichzelf’, bouwt zichzelf op en versterkt zijn gemeenschap met God (1 Cor. 14:4). Hij is rechtstreeks bezig in de geestelijke wereld, en kan zich daar nauwkeuriger en directer uitdrukken dan door middel van zijn normale spreektaal. Mensen zoals Paulus, zoals u en ik hadden en hebben de tongentaal nodig. Zij is een van God gegeven gave!
Wie een slang opneemt…,
grijpt zo’n beest achter de kop en maakt hem op deze wijze machteloos. Paulus maakte het mee, dat een giftige slang zich aan zijn hand vastbeet. Hij nam dit dier toen niet op, maar schudde het van zich af in het vuur zonder enige letsel te ondervinden (Hand. 28:5). Slangen zijn echter ook beeld van boze machten en daar hebben wij meer mee te maken. In Lucas 10:19 staat:
‘Kijk, Ik heb jullie de macht gegeven om op slangen te gaan staan’.
Jezus noemde de leiders van zijn tijd: slangen en addergebroed. Deze onreine dieren typeren de boze geesten. Toen Jezus eens met die duistere machten, die deze Farizeeën inspireerden, discussieerde, nam Hij ze op en maakte ze onmachtig, want er staat: Evenmin durfde iemand van die dag af Hem meer iets te vragen (Matth. 22:46). Ook beloofde de Heer de gelovigen dat het hun geen schade zou doen, indien zij iets dodelijks zouden drinken. Wij geloven, dat indien nodig, God deze belofte ook letterlijk vervult, maar in de geestelijke wereld is er nog meer sprake van vergiftiging. Op tientallen manieren probeert de duivel het geestelijk leven van de christenen te vergiftigen. Allereerst door verleidende leugenleringen, die het geloofsleven vergiftigen en tot dwaling voeren, maar ook door de vergiftiging van het moderne cultuurleven. Hoewel wij in een geestelijk verziekte wereld leven, hoeven wij toch niet beïnvloed te worden door de heidense, goddeloze verleidingen, of de ziekelijk en perverse verlokkingen van de film, de pers, de roman, de radio, televisie en internet, of allerlei reclame.
De gelovigen zullen de handen op zieken leggen
Zij doen dit ook in de naam en in de autoriteit van Jezus Christus. De hand is het beeld van Gods Geest. Wanneer de psalmist zegt, dat hij door Gods hand geleid wordt, bedoelt hij door Gods Geest. Wie zo de hand op een zieke legt, gelooft dat de ziektemachten en onderdrukkende geesten moeten wijken voor de naam van Jezus door de kracht van de Heilige Geest. Het kan zijn dat de menselijke levensgeest niet meer in staat is een ziektemacht tegen te houden of zijn wetteloos werk te verhinderen. De kracht van de Heilige Geest komt dan te hulp. Wanneer de ziektegeest wijken moet, kan het lichaam weer herstellen. Alleen wanneer de schade zo groot is, dat de natuur het niet meer aan kan, is het mogelijk dat diezelfde Geest ook het herstel plotseling bewerkt. Wanneer de Heilige Geest met ‘geweld’ herstelt, noemen wij dit een wonder. Wie echt de woorden van God gelooft en echt een gelovige is, bidt: ‘Uw wil zal gebeuren’. Deze wil is naar Romeinen 12:2: ‘Het goede, volmaakte en Hem welgevallige’. Gelovigen kennen de wil van God, want Deze wil het herstel van de mens naar geest, ziel en lichaam. God, wil de zondeloosheid en Hij wil de ziekteloosheid. Deze dingen zijn mogelijk door de Heilige Geest, die in ons woont. Verwerp dit heerlijke Woord van God niet, maar accepteer het. ‘Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde’ (Hebr. 13:8). Hij is dit ook voor u.