Eén weg: Jezus Christus!

 

Godsdienst is ‘in’

Dacht men geruime tijd geleden nog dat de moderne mens, te beginnen bij de jeugd, geleidelijk aan minder religieus van inslag zou worden, juist de laatste jaren zien we een ontwikkeling die eerder het tegengestelde doet vermoeden. Niet dat het kerkbezoek plotseling drastisch is toegenomen – allerminst zelfs! Plaatselijke oplevingen buiten beschouwing gelaten, is er onder het kerkpubliek nog steeds sprake van een dalende tendens in belangstelling voor de kerk van hun vaderen. Maar dat wil niet zeggen dat de godsdienst als zodanig op z’n retour is: wat interesse voor religieuze aangelegenheden betreft, valt er juist een niet te onderschatten toename te constateren. En zoals dat met zoveel zaken het geval is, is het ook hier: dat heeft verheugende, zowel als bedenkelijke kanten.

Daagt het in het Oosten?

Vanuit het verre Oosten opereert de god van de ‘verlichting’, Boeddha. Hij probeert op veel manieren binnen te dringen in het westerse denken en hij doet dat met redelijk succes. Vroeger meenden wij dat deze god een afgod in de zin van een product van het menselijk brein was, maar het is ons allang duidelijk geworden dat hij een bestaande figuur is, reëler zelfs dan de oosterse boeddhisten hem kennen. Zij zien hun god immers niet als een persoonlijkheid, maar als het absolute ‘zijn’, als een ‘iets’ dat in ‘alles’ is en waarin de mens in zijn hoogst denkbare status zal oplossen en dus op dat moment zal ophouden een persoonlijkheid te zijn. Tot voor enkele decennia vormde het boeddhisme hoegenaamd geen bedreiging voor nuchtere westerlingen: het werd gezien als een vorm van heidendom – zij het als een wat minder primitieve. Maar vandaag de dag zien velen het als een schat van oosterse wijsheden met onnoemelijk veel facetten, die alle hun functie hebben op de weg van de ‘verlichting’. Veel factoren hebben dit in de hand gewerkt, niet in de laatste plaats het onvoldane gevoel dat bewerkstelligd wordt door een als christelijk aangeduide beschaving die over z’n hoogtepunt heen is.

Acupunctuur, yoga en zen

Acupunctuur, yoga en transcendente meditatie hebben in het Westen de weg ge-baand voor wat met name vroeger het Zenboeddhisme genoemd werd. Tegenwoordig wordt hetzelfde levensbeschouwelijke, religieuze denken kortweg als ‘Zen’ aangeduid. En dat is niet het gevolg van de zich steeds spontaan ontwikkelende wijzigingen in een levende taal, noch ook is het een natuurlijke verkorting van een voor het dagelijks gebruik wat lang bevonden uitdrukking. Het is eerder een weldoordachte poging het boeddhistische image aan ‘Zen’ te ontnemen, zonder evenwel het boeddhistische karakter ervan aan te tasten. Vandaar dat de zennistische goeroes ook tegenwoordig aan boeddhisten nog steeds leren Boeddha in gedachten te houden, maar dat ze een mohammedaan rustig adviseren aan Mohammed of aan Allah ten denken en een christen om Jezus of God voor de geest te halen om tot ‘verlichting’ te komen. De praktijk voor een christen die deze raad opvolgt, is dat hij via een andere ‘jezus’ bij een andere ‘god’ belandt. Want de hooggeroemde ‘verlichting’ als schakel in de procesmatige ontwikkeling naar de oplossing in het ‘zijn’, voert de mens regelrecht de duisternis in. Dat kan ook niet anders, want denken aan Jezus zonder zijn woorden ter harte te nemen en toe te passen, doet ons de verwezenlijking van de reddingsboodschap missen. En trouwens: de ‘Jezus’ van ‘Zen’ herstelt geen enkele persoonlijkheid, maar tracht die juist te doen opgaan in een vaag en ondefinieerbaar ‘zijn’ in ‘alles’.

 De Jezus van de parallelweg

Zo overkomt het de velen die een andere ‘Jezus’ volgen: ze bewegen zich wel een beetje parallel aan de weg die de Mensenzoon voor ons heeft gebaand, maar ze kunnen geen deel hebben aan de verwezenlijking van Zijn doelstellingen. Jezus heeft een brug geslagen van de mens naar het Vaderhart van God, door ons Hem als onze Vader te doen kennen. Zij die het van de ‘Jezus’ van Zen verwachten, komen terecht bij een onpersoonlijk geachte, en daarom geen hart bezittende, geestelijke grilligheid. De ‘verlichting’ door Boeddha voert regelrecht naar een geestelijk vacuüm, waarin Beëlzebul z’n kansen weet te grijpen. Maar zo zijn er vele parallelwegen met even zoveel ‘Jezussen’. Wat dacht u van hen die (zoal niet het evangelie ván, dan toch wel de boodschap óver Jezus kennende) de essentie van Jezus’ woorden verloochenen, door de door Hem vervulde wet als normgevend voor hun en anderen leven te propageren? Zij zijn bezig met het houden van de stenen-tafels-wet van de Sinaï die hen veroordeelt en onder de vloek brengt, in plaats dat zij zich verheugen in de gave van God aan iedereen die het maar geloven wil… de koopsom, gevormd door Jezus’ bloedstorting op Golgotha, waardoor de mens tot zijn zegen is vrijgekocht van de vloek van de wet.

Jehova’s getuigen

En wat te denken van hen die zichzelf met de wijdse naam Jehovah’s getuigen tooien? Hun jezus is niet het Hoofd van zijn Lichaam, zoals dat uitgedrukt wordt in het organisme dat we elk met anderen in een plaatselijke of streekgemeente vormen, maar hun jezus wordt geacht aan het hoofd van hun organisatie te staan, waarvan het centrum in Brooklyn ligt. Via hem heten al Jehovah’s instructies langs de hiërarchische ladder omlaag te komen -  totdat deze tenslotte de gewone getuigen in de gemeente-kernen bereiken.

Jodendom en islam

Hoe hebben we overigens de Jezusfiguur van het orthodoxe jodendom te beschouwen en welke waarde hechten we aan de mohammedaanse visie op Jezus? De joden erkennen Hem als een wijze rabbi en de moslims zien Hem als een grote profeet, maar Hij is in hun religieuze systemen (en ook in hun gedachtegangen) monddood gemaakt door Hem op een ondergeschikte plaats te zetten. Als men de vele, vele stromingen binnen het christendom de revue laat passeren, lijkt het wel of elke groep zijn eigen Jezus heeft: die van de ene denominatie lijkt soms wel hemelsbreed met die van de andere te verschillen. Soms is dat ook zo: de ‘Jezus’ van Zen bijvoorbeeld is er één van de verkeerde kant van de hemelse gewesten! Maar in veel gevallen zal men toch wel één en dezelfde persoon kennen, doch ziet men Hem elk door een andere bril. En dat is gevaarlijker dan men misschien op het eerste gezicht zou zeggen.

 De goede bril dragen. . .

Waarom schaft een mens zich een bril aan? Meestal omdat het gezichtsvermogen achteruit is gegaan en men dat op deze manier weer zal kunnen corrigeren. Brildragers onder ons zal het wel eens zijn overkomen dat ze een verkeerde bril op hun neus gezet hebben. Ze hebben dan ongetwijfeld gemerkt dat een bril met glazen die voor de ogen van een ander geslepen zijn, de blik niet verheldert, maar deze juist vertroebelt! Het is dus zeker een goede zaak, erop toe te zien dat men de juiste bril krijgt aangemeten. Welke bril hoort er bij een vrijgekochte van de Heer? Door welke bril zien we Jezus zoals Hij werkelijk is? Door vele zien we de gekruisigde en opgestane Heer en dat is een verheugend verschijnsel.

Een Judaïstisch bril

Een Judaïstisch bril doet dat niet, de in de lens geslepen Davidster ontneemt Hem bijna helemaal aan het oog van de drager.

Een moslimbril

Een moslimbril zal waarschijnlijk op de Kaäba geslepen zijn, en vertoont degene die hem opzet een verkleinde Jezus zonder afgewentelde grafsteen en verscholen achter een levensgrote Mohammed.

De Rooms-katholieke bril

Door de rooms-katholieke bril valt Jezus zeker te ontwaren, maar vanwege de vele heiligenfiguren zijn er zoveel facetten aan geslepen, dat het gevaar niet denkbeeldig is door prismawerking de blik op de donkere kant van de hemel gericht te krijgen. En wat te denken van Jezus als een baby’tje op schoot bij Maria? Wat een denigrerend karikatuurtje. De Heer van de heren en de Koning van de koningen zit nu op de troon van zijn Vader en heeft alle macht in de hemel en op de aarde. Over de Waarheid gesproken!

De Calvinistische bril

Calvinistische brillenglazen zijn gevat in een zwaar en donker montuur. Als dat echter het enige was, zou het nog wel zijn uit te houden. Maar het blijkt dat op de Dordtse slijpsteen geslepen glazen, de zaken danig kunnen vertekenen. Degene die zich een dergelijke bril heeft aangeschaft, denkt zodoende dat de knoppen van de deuren zich altijd aan de van de mens afgekeerde kant bevinden. Men zal de deur van het hart op Jezus’ kloppen dus niet gauw openen, denkende dat de Heer dit zelf zal moeten doen.

De Maranathabril

Maranathabrillen staan doorgaans bol van de natuurlijke Israëlvisie en belemmeren een juiste kijk op het plan van God, dat in het vormen van geestelijke mensen voorziet. En zo kunnen we nog wel een poosje doorgaan, want ik geloof dat er in elk brillenglas wel een bepaalde vertekening zit.

De Pinksterbril

En in Pinksterkringen dan: draagt men daar geen geestelijke brillen die tot vertekening van geloofszaken kunnen leiden? Wel wis en zeker! Men kan binnen de rijkgeschakeerde pinksterwereld een bonte sortering van deze attributen aantreffen: bijna alle soorten die ook elders te vinden zijn. Dat komt doordat velen van hen hun oude glazen alleen maar wat hebben laten bijslijpen. Het zijn dezelfde lenzen nog, waar slechts enkele facetten aan zijn toegevoegd, zoals de doop in Heilige Geest en de doop in water. Maar ik meen dat op een goede evangelieneus geen enkele geestelijke bril zal passen, want de heilige Geest verlicht de ogen van onze harten op een dusdanige wijze dat we hoe langer hoe meer Jezus Christus in zijn ware gedaante gaan onderscheiden. Daarvoor hebben we geen hulpmiddelen nodig, sterker nog: we zouden er alleen maar last van hebben. Wat is dan de enige bril die onder ons nog een functie heeft? De veiligheidsbril van de onderscheiding van de geesten… die geen vertekening geeft, maar ons helpt om scherp te onderscheiden wat vanuit de onzienlijke wereld tot ons komt.

 Eén weg. .. Jezus Christus !

Jezus heeft gezegd: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij’. En het is een heerlijke waarheid, dat Jezus de weg tot het leven is, want Hij heeft voor ons de weg naar het werkelijke leven geopend door de toegang tot Gods vaderhart te ontsluiten. Dit wil natuurlijk niet zeggen dat met name de getrouwen uit de oudheid geen contact met God zouden hebben gehad. Ondanks dat Jezus toentertijd nog niet gekomen was, wandelde Henoch met God, ontving Abraham de belofte en Mozes de wet van God, en was David de man naar Gods hart. Maar zij hadden allen slechts een beperkte kennis van God; zij kenden Hem niet zoals Hij werkelijk is: enkel goed, alleen maar licht, uitsluitend liefde – kortom: de grootst gemene deler van alles wat positief is. En als zodanig heeft Jezus Hem ons geopenbaard en voorgeleefd, met de toezegging dat wie zich in Christus Jezus laat invoegen, God daarmee ook als zijn of haar Vader zal leren kennen. Jesaja kondigt de Messias onder meer aan als onze ‘eeuwige Vader’. Jezus is een getrouw beeld van de Vader. Hij kon terecht zeggen: ‘Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien’, omdat Hij de drager is van beide kenmerken van het vaderschap: Hij is onze levengever en Hij heeft tevens (als onze oudste broer) volmaakte vaderlijke zorg. Daarom kunnen wij het eenvoudigweg zo stellen: er zijn vele wegen die naar de onzienlijke wereld leiden, doch er is maar één weg die naar Gods vaderhart voert. . . en dat is Jezus Christus!

Te zeggen dat het er niet toe doet welke voorstelling iemand van Jezus heeft, is zonder meer een hopeloze zaak. Het staat gelijk met te veronderstellen dat iemand die op een autosnelweg de linkerbaan voor de rechter aanziet, ook wel op de plaats van bestemming zal aankomen. Ik meen dat hij nog van geluk zal mogen spreken als hij, zijn weg vervolgende, binnen de kortste tijd met loeiende sirenes in een ziekenhuis zal belanden. Iedereen die de eerder in dit betoog genoemde ‘veiligheidsbril’ weet te gebruiken, zal daarmede ongetwijfeld hebben ontdekt dat een Jezusfiguur die afwijkt van de ons in de Schrift geopenbaarde Mensenzoon, de mens binnen het domein van de duivel brengt. Daarom kan het niet met genoeg nadruk worden gesteld: alleen de Herrezene en Gods vaderbeeld volmaakt dragende, voert ons in de armen van de eeuwige God. Door deze Jezus mogen we God niet slechts onze Vader noemen, maar hebben we Hem ook als zodanig leren kennen.