Rijk van geest

 

In het dagelijks taalgebruik komen woorden en uitdrukkingen voor, die door hun veelvuldig gebruik niet of nauwelijks meer opvallen. Het zijn spreek- en omgangsgewoonten geworden. Denk in dit verband maar aan het veel gehoorde ‘dag!’.. .’tot ziens’ . . . ‘hoe maakt u het?’. . . etc. Vele gelovigen kunnen hun ‘halleluja’ en ‘prijs de Heer’ daaraan toevoegen. En zeker niet te vergeten de traditionele briefeinden zoals: ‘de uwe in Christus’. .. ‘in Hem verbonden groet ik u’. . . en dergelijke. Ook de apostel Paulus sluit zijn brieven graag af met een ‘christelijke’ groet. De dagelijkse Bijbellezer zou door de overbekendheid ervan verleid kunnen worden om er maar snel over heen te lezen. De brief is immers uit, we weten het meeste en belangrijkste. Nou ja, die slotfase heeft verder geen nieuws meer te bieden. Zo lijkt het; maar toch gaat dat niet altijd op. Vier geschriften van hem eindigen namelijk met eenzelfde en bijzondere groet:

‘De genade van Jezus Christus zij met uw geest!’ (NBG-1951).

Vele malen zal dit door miljoenen gelezen zijn, maar de opgesloten rijkdom werd er niet in opgemerkt. Ja, over genade en over Jezus weet men wel iets, maar deze in verband te brengen met de menselijke geest, neen, dan moet je echt bij Paulus terecht. Omdat de Heer in deze tijd de geweldige denkwereld van het Koninkrijk der hemelen voor ons opent, willen wij graag een ogenblik stilstaan bij deze tekst. 

God, de Vader van de geesten

Bovenstaande term komt men tegen in de Hebreeënbrief. De schrijver wil ons hiermee zeggen, dat God de oorsprong en schepper is van alle geest en leven. Daarbij is Hij ook de grote inspirator en onderhouder van alle geest, die naar Hem luistert. Door Hem is er een verleden, heden en toekomst mogelijk.

Tijdens zijn schepping ging er geest uit God. Allereerst kreeg dit proces gestalte in de ontelbare engelen. Daarna bracht zijn levensgeest plant, dier en mens tot ontwikkeling. We zouden de Schepper kunnen vergelijken met een enorme oceaan die buiten zijn grenzen treedt, het land overspoelt en na terugtrekking talloze meren en plassen op het droge achterlaat. Deze wateren krijgen dan een zelfstandig bestaan. Hoewel allen uit dezelfde bron geboren, bezitten ze nu een eigen leven. Elk watertje ontvangt een naam en heeft voor landschap en mens diverse betekenis en bekendheid. Zo is het ook met de wereld van de geesten. Zowel engel als mens zijn uit God. Beide schepselen zullen dus absoluut eigenschappen en talenten bezitten, die uit de grote Bron zijn meegekomen. Van de mens staat zelfs overduidelijk geschreven dat hij naar het beeld en de gelijkenis van God geschapen is. We zijn dus van goede komaf!

De engel echter verschilt bovenal hierin dat hij een ‘kant en klaar’ schepsel is. Voor alle eeuwigheid bepaald in grootte, talent en functie. De mens daarentegen is zo geformeerd dat hij groei en ontwikkeling kent. Een voorbeeld hiervan is zijn natuurlijke vooruitgang van steentijdmens tot ruimtevaartmens. Veel belangrijker echter zijn de ontwikkelingsmogelijkheden voor zijn geest. Is deze dan niet voor goed begrensd? Neen! Nogmaals: qua afkomst en samenstelling is de menselijke geest goed. En toch. . . hij kan verder komen. Er is een ingeschapen mogelijkheid aanwezig om uit te dijen, te stijgen tot een voor nu nog ongekende hoogte. Petrus noemt het: deel krijgen aan de goddelijke natuur. En Jezus zegt:

‘Wees dus volmaakt zoals jullie hemelse Vader volmaakt is’.

Wil deze mogelijkheid in de mens benut worden, dan moet hij van buitenaf een aanvulling krijgen. Op dit gebeuren doelt de grote apostel als hij schrijft: genade van Jezus voor je geest! 

Eén van geest

Als er één religie op deze aarde door de eeuwen heen is verbasterd, dan wel de christelijke. Waar vele heidense godsdiensten onveranderd voort bleven gaan, veranderde het christendom per volk en per cultuurperiode. De grootste misleiding – ook in onze tijd – is het ‘veraardsen’ van de geestelijke boodschap. Overal meent men dat de Heer met vrijheid en naastenliefde een politieke, maatschappelijke en sociale revolutie bedoeld. Daarbij is ‘rood’ erg in! De meer fundamentele groeperingen beklemtonen een vermeend godsplan met oranje, volk en vaderland. Weer anderen wijzen op goddelijke borgstelling voor portemonnaie, voorspoed en rust. Om over de Israël-fans maar te zwijgen.

Maar waar wordt gesproken over de ware en volle inhoud van Jezus’ evangelie? De overweldigende heerlijkheid van genade voor de menselijke geest? Duidelijk spreekt de bijbel over gééstelijke zegeningen in Christus en dat alles in hémelse gewesten. Over een wandel en burgerschap in de hemelen. Over een worsteling tegen boze geesten in de ónzienlijke wereld. Over een werken met gééstelijke capaciteiten. En de aarde dan? God zegt: Ik geef je wat je voor het natuurlijke bestaan nodig hebt, lig daar maar niet over wakker. Met deze korte, maar zekere belofte ontslaat Hij ons van zorg, zodat wij voortaan ons volkomen kunnen concentreren op het leven met en in geest. Want dit laatst genoemde terrein heeft eeuwen en eeuwen braak gelegen. Weinig heeft de christen in de hemel tot stand gebracht, weinig schatten gevonden en benut. Op dit punt is zijn geest onontwikkeld gebleven.

Wij zouden ons een treinwagon kunnen voorstellen. Op zich een modern vervaardigd voertuig, eerste klas, super-de-luxe. Maar zonder locomotief ervoor is hij onbruikbaar en doelloos. Zo ook de locomotief zelf. Hoe vernuftig hij mag zijn uitgerust, met computer en al, als er geen wagons aan verbonden zijn, is hij werkeloos. Zie hier een voorbeeld van de geest van de mens en die van God. Deze zijn immers voor elkaar bestemd, hebben elkaar wederzijds nodig, zijn op elkaar ingesteld. Beide hebben een ingebouwd koppelingsmechanisme. Ze horen bij elkaar. Het schepsel is uit de Schepper. ‘Wij zijn van Zijn geslacht’. Beide geesten zijn ‘soort gelijk’, naar verschillen enorm in niveau en grootte. God begeert onze geest met jaloersheid. De Vader heeft altijd al het principe van de Geestesdoop gekend en gewild. Onze geest is te zwak in vermogen en van grootte om gelijkwaardig aan Hem in de hemelen eeuwig te functioneren. Daarom komt Hij met zijn verheven en volmaakte Geest onze zwakheid te hulp. Armoede van geest verandert in: rijkdom, verlatenheid in: samen getuigen en leegte in: volheid van God. Dit nu kwam Jezus ons brengen. Dit is de liefde van de Vader, dat wij één van geest met Hem zouden zijn. Gode zij dank voor zijn onuitsprekelijke gave!

 Gevolgen

God is leven en kracht. Als zijn hogere gedachten, via het evangelie van Jezus in onze denkwereld worden overgeplant als kostbare zaadkorrels, zal dit ongetwijfeld een steeds toenemende vrucht opleveren. Wij zullen als het ware ‘met de handen tasten’ wat ons is beloofd in zijn woord. De zo noodzakelijke, voorop gaande theorie wordt beslist gevolgd door een reëel ervaren. Dit zeggen ons geloof en onze volharding. Ter verduidelijking willen we dit met enkele praktische voorbeelden toelichten. Een van de functies van de geest is denken. Nu is dit alleen mogelijk als er taal aanwezig is. Door het gesproken woord kunnen we anderen meedelen wat er in ons omgaat. Omdat bij de christen echter voorop moet staan, dat hij geen hoge dingen zoekt of begeerten van deze aarde, zal hij zijn denken en spreken bovenal gebruiken en ontwikkelen voor zijn hemelse of geestelijke wandel en handel. Het zal dan snel blijken dat zijn vermogen op dit punt tekort schiet. Maar –  prijs God – dan is daar de aanwezigheid van de genade van Jezus voor zijn geest. De vervulling van de belofte:

‘De heilige Geest zal u al Mijn woorden in gedachten brengen’,

gaat beginnen. De goddelijke Geest vult aan, en brengt de gedachten en woorden van Jezus bij hem te binnen. En daarmee redt hij het wel in de geestenwereld. Gods woord houdt stand in de hemelen!

Voor de aanverwante functies zoals kennis, wijsheid en inzicht geldt uiteraard hetzelfde. De gelovige kent nog onvolkomen, mist in bepaalde gevallen wijsheid en doorziet niet te altijd de situatie. Maar… ook hier weer: in hem is een uitnemende Geest, de Heilige, als genadegift gekomen. Van deze staat geschreven dat Hij kennis draagt van alle dingen. Hij is Christus in ons, de bron van alle wijsheid. Hij kan ons in alle zaken inzicht geven. Hij komt onze geest te hulp! Hij alleen kan en zal ons wijs maken over het dagelijks leven in de onzienlijke wereld. Een andere uiting van geest is kracht. Men merkt dit al op aards niveau wanneer de ene mens een sterkere persoonlijkheid openbaart dan de ander. Zo zullen leidinggevende functionarissen bepaalde eigenschappen in grote mate moeten bezitten. In de hemelen echter schiet de menselijke geest aan kracht tekort. Dáár komt meer voor kijken. De genade echter die de Heer in de vervulling met de Geest schonk, doet ons ‘boven’ sterk tevoorschijn treden. Hoe overweldigend groot is immers zijn kracht aan ons die geloven. Samen met deze sterke God in ons, worden wij onbeweeglijk, onoverwinnelijk. Aan het ‘wijs van geest zijn’ is nu tevens het ‘sterk van geest zijn’ toegevoegd. In dit verband moet ook gedacht worden aan profetische begaafdheden. Van nature is dit talent in de mens aanwezig. Als voorbeeld: de staatsman. Hij dient een vooruitziende blik te hebben. Er moeten plannen gemaakt worden voor de toekomst en een te voeren beleid uitgestippeld. Gaat nu de mens – als christen – zich bemoeien met de gang van zaken in de hemelse gewesten, dan zijn zijn intuïtie en voorvoelend vermogen ontoereikend. Een beroep mag dan gedaan worden op het uitnemend talent van Gods Geest, die ons naar belofte de toekomst zal verkondigen.

Evenzo is het spreken in tongen een normale zaak. Geest kan taal scheppen. Als kwajongens maakten wij in onze jeugd geheimtalen. Wij verzonnen ‘eenvoudig’ nieuwe woorden voor bestaande dingen en regen ze aaneen tot zinnen. Niemand buiten de club kon het begrijpen. Als volwassenen onthoud je je wel van dergelijke kinderspelletjes, maar het feit blijft inmiddels even belangrijk, dat de menselijke geest zelf talen kan bedenken. De Heilige Geest echter kent alle talen, van mensen en engelen. Als Hij door vervulling in ons woont, schenkt Hij in volle rijkdom talen in ons denken, die de diepste roerselen van onze ziel vertolken voor God. Door geloof aan zijn capaciteiten spreekt, zingt en bidt de gelovige in nieuwe tongen. Werkelijk, al deze ‘gaven’ zijn de mens eigen; voor de leerling van het Koninkrijk der hemelen komen zij tot volle ontplooiing doordat de genade van Jezus Christus aan zijn geest wordt toegevoegd! Tenslotte letten we op de gave van gezondmaking. De levensgeest in het schepsel heeft kracht tot herstel van beschadigde lichaamsdelen. Als de ziekte door wetteloze inwerking van demonen, te sterk blijkt te zijn voor zijn geest, mag hij een gelovig beroep doen op de Levensgeest in hem. Samen met Hem één geest vormende, zijn zij meer dan welke tegenstander dan ook. Dit verbond overwint!

Conclusie

Waar de genade van Jezus zich met de menselijke geest verbindt, ontstaat een nieuwe schepping: de mens Gods. In plaats van een aardse mislukkeling wordt hij een zoon van de Allerhoogste. Immers: tot wie de woorden van God komen, worden ‘goden’ door de Vader genoemd (Joh. 10:35). Hun géést groeit, terwijl het natuurlijke en het tijdelijke minder worden. Gelukkig wie nederig van hart zijn, want voor hem is rijkdom bereid in deze nieuwe staat van geest. Door Hem bekwaam gemaakt, staan zij op vanuit een naamloosheid tot vorsten en priesters voor God in de hemelen. Dit geheim is echt groots.