Pinksteren 2
Gods plan
Van eeuwigheid heeft God een plan in zijn gedachten, dat Hij ook uitvoert en wel in verschillende fasen. Zijn bedoeling is om een geestelijk huis te bouwen, waarin Hij met een gelijkwaardige partner wonen kan. De hele schepping is hierop ingericht. God schiep eerst de hemel met zijn dienende geesten en daarna construeerde Hij de aarde. Hij maakte deze klaar als woonplaats voor de mens. Zijn eeuwig voornemen was niet de natuurlijk volmaakte mens Adam, maar deze zou naar lichaam en ziel moeten worden omgevormd tot een geestelijk wezen dat zich vrij bewegen kon in de zichtbare en in de onzichtbare wereld. Met de geest van zo’n mens wilde God die geest is, in eeuwigheid verbonden zijn. In het Oude Testament wordt meegedeeld, hoe God ondanks de zondeval, de natuurlijke mens in stand wilde houden. Hij zocht naar rechtvaardigen die zijn geboden en eisen onberispelijk wilden onderhouden. Het oude verbond heeft deze natuurlijke volmaaktheid niet kunnen voortbrengen, omdat het geen rekening hield met de onzichtbare vijanden van de mens. Dezen verleidden en dwongen zelfs de meest wetsgetrouwe rechtvaardige om dingen te doen, die hij zelf niet wilde. In het nieuwe verbond kwam Jezus met zijn prediking over het Koninkrijk der hemelen. Hij stelde de boze geesten openlijk ten toon en triomfeerde over hen. Hij kwam om de mens volkomen herstel te schenken en hem het oog te doen richten op de Vader van de lichten, van wie nog veel grotere en rijkere gaven zouden afdalen. Want beter dan het tijdelijke leven in het oude verbond, is nu de goedertierenheid van God in het nieuwe, dat op betere beloften gegrondvest is.
Toen de Heer Jezus met de Heilige Geest gedoopt werd en God intrek nam in deze volkomen mens, kwam de Schepper weer een stap dichter bij zijn doel. Het was zijn wil dat de Zoon veel zonen tot heerlijkheid zou leiden en toen deze Zichzelf beschikbaar had gesteld om de weg daartoe te openen, werden in de opperzaal honderdtwintig leerlingen vervuld met kracht uit de hoge en vervuld met de Heilige Geest. Het tijdperk was aangebroken dat er geestelijke mensen zouden komen, kinderen van God die met hun geest verbonden waren met de Schepper. Steeds meer mensen kwamen tot het geloof en werden ingevoegd in het lichaam van Christus. Allen vormden zij bouwstenen van het geestelijke huis, dat God voor Zichzelf begeerde en waarvoor Hij zijn Zoon opdracht gegeven had dit te bouwen.
Een schepping van ‘duizenden’ jaren
Voor de realisering van zijn plan heeft de Schepper in al de fasen ruimschoots de tijd genomen. De schepping van hemel en aarde gebeurde niet plotseling en abrupt. Petrus deelt ons mee dat de hemelen er al heel lang zijn. Ook lezen wij in Genesis dat God het water onder het uitspansel van het water daarboven scheidde. Vanaf het ogenblik dat God sprak tot het einde van dit fenomenale proces op de tweede dag, heeft de uitvoering van zijn woord ongetwijfeld geruime tijd gevergd. Zo geloven wij in ‘dagen’ van duizenden jaren die nodig waren om het droge voort te brengen, toen de ‘bergen oprezen en de dalen zonken’. Als daarna Gods woord het zaad van veel planten en bomen in de aarde neerlegde, begon deze jong groen voort te brengen en er startte een eindeloze kringloop van ontspruiten tot vrucht dragen, van telkens zaaien en groeien, zodat de aarde met planten overdekt werd. Ook deze ontwikkeling eiste een dag van God, voor de mens gelijk aan eeuwen en eeuwen. Hoe lang de hemellichamen nodig hadden om te voorschijn te treden, om te gaan functioneren en om de aarde bij dag en nacht te verlichten, is alleen bij de Schepper bekend. Hij heeft geen haast, en heeft ook de bezielde schepselen hun ontwikkelingsfasen gegeven in geboorte, groei en vermenigvuldiging, zodat de hele aarde hun woonplaats werd.
Groeiproces naar de volkomenheid
Ten slotte schiep God ook de mens in wie Hij een uitnemende geest blies, die in staat zou zijn de gedachten én intenties van de Allerhoogste over te nemen. Vanaf het begin openbaarde de Heer zich aan hem, sprak met hem en schonk hem het vermogen de ‘onzienlijke dingen te verstaan en te doorzien’. Adam doorgrondde het wezen van de dieren en gaf ieder een naam naar zijn aard. Hij moest heersen over de aarde en over de hele levende schepping, maar de bedoeling was dat de geestelijke mens ook zou regeren over de onzienlijke schepping en de aard van de engelen zou kunnen onderscheiden. De mens moest immers deel krijgen aan de goddelijke natuur en kennis bezitten van alle dingen. De bijbel is het boek van de schepping en herschepping. Met de Pinksterdag begonnen de laatste dagen, de eindstadia van het eeuwig voornemen van God. Toen brak de dag van Christus aan, die met de herboren en Geestvervulde mensen een begin maakte met de bouw van het huis Gods. Zij vormen de levende stenen die nodig zijn voor de woonplaats van God in de geestelijke wereld. Zij ontvangen de belofte van de Vader, de gave van de Heilige Geest, en in hen ontwikkelen zich de geestelijke begaafdheden, die nodig zijn om medewerkers van Christus te zijn op aarde, en mederegeerders met Hem in de geestelijke wereld. Ook dit proces heeft zijn tijd nodig. Eén heeft reeds zijn eindbestemming bereikt. Hij is bekleed met alle macht in hemel en op aarde. Wij groeien, ons aan de waarheid van het plan van God vasthoudende, naar Hem toe. Het is een bijzondere genade dat God ons in deze laatste dagen met dit plan bekend heeft gemaakt. Wij mogen kennis nemen van alles wat Hij van het begin van de schepping heeft gedaan, terwijl Hij in zijn grote genade ook een visie schenkt op de komende dingen. Jezus vergeleek dit groeiproces naar de volkomenheid en naar de troon van God, met het opgroeien van een tarweplant: eerst een halm, dan een aar en daarna het volle koren in de aar. God werkt geleidelijk. Hij wil eerst het herstel van het natuurlijke leven en daarna de volle ontplooiing van de geestelijke mens. Jezus gaf het voorbeeld: Hij redde, genas, herstelde en zegende, zodat er ontspannen en blijde, natuurlijke mensen waren, die konden uitzien naar de vervulling met de Heilige Geest. Zo was de Pinksterdag te Jeruzalem een mijlpaal in de menselijke ontwikkeling naar de volkomenheid en naar de eindbestemming.