Geloven èn gehoorzamen

 

‘Evangelie’ en ‘geloven’ zijn overal bekende begrippen die onmiskenbaar bij elkaar horen. De blijde boodschap immers spreekt van Gods uitgestoken hand, waarbij het de bedoeling is dat de mens die hand grijpt. De liefde moet van twee kanten komen. God heeft,  in Christus Jezus,  zijn liefde aan de mens betoond; nu zal de mens daarop antwoord moeten geven. Duidelijk positie kiezen: vóór of tégen Jezus Christus.

Wanneer wij het evangelie uitdragen, zou men kunnen denken dat het grootste deel van de boodschap een bekeringsboodschap is. Toch gaat onze boodschap van het evangelie van het koninkrijk der hemelen dieper en dat is nodig. Ook dát is evangelieverkondiging, alleen voor een andere categorie mensen. Wanneer een moeder haar zuigeling de fles geeft, voor haar zoon een stapel boterhammen klaarmaakt en haar man ‘s avonds een stevige warme hap voorschotelt, is zij net zoveel bezig geweest met het bevorderen van de groei van de betrokken persoon. En omdat wij geestelijk volwassen willen worden en dit graag met anderen delen, houden wij ons toch voornamelijk bezig met steviger kost dan alleen de melkspijs. Ondanks dat willen we in het hiernavolgende artikel een onderwerp aanroeren dat van belang is voor zowel de jonge, als de ‘gevorderde’ christen. Zowel de eerste als de laatstgenoemde zal moeten geloven wil hij of zij zich een christen kunnen noemen. Maar daar is de kous niet mee af. Hoe belangrijk het gelovig aanvaarden van Gods Woord inzake vergeving en verzoening ook mag zijn, het is niet voldoende. Geloven in wat Christus voor ons gedaan heeft, is punt één, maar direct daarna volgt het tweede punt: gehoorzamen. Gehoor geven aan wat God verder in zijn Woord openbaart. En daar liggen nogal wat voetangels en klemmen.  

Dóen of niet doen?

De natuurlijke wereld is vaak een illustratie van het geestelijk leven. Zien wij hoe kinderen vaak niet meteen doen wat hun ouders van hen verlangen, in geestelijk opzicht is het al niet anders. Hoeveel kinderen Gods zijn er niet die in zeker opzicht hun hemelse Vader ongehoorzaam zijn en geen aanstalten maken hier verandering in te brengen?

Een voorbeeld: de doop. Wel te verstaan, de doop van de gelovige, in water, door onderdompeling. Nu kan het zijn dat men de noodzaak hiervan volstrekt niet inziet en dat men voldoende denkt te hebben aan de besprenkeling die men als baby heeft ondergaan. We laten deze ‘overtuigden’ hier nu maar buiten beschouwing. Er zijn daarnaast echter nog heel wat kinderen van God die in hun hart wel overtuigd zijn van het feit dat Jezus hun een duidelijk voorbeeld gaf toen Hij Zich liet dopen. Een voorbeeld ter navolging. En toch doen ze het niet; ze zijn dus ongehoorzaam aan de Heer. We hebben meerdere malen met zulke mensen gesprekken gehad. En dus leerden we ook de tegenargumenten kennen. Een veelvoorkomende reden is wel ‘de liefde’. De liefde tot de ander, bedoelen ze. Want hun beslissing van al of niet dopen is niet slechts een zaak van hen alleen. Er hebben ook anderen mee te maken. Ze zijn lid van een kerk die de Bijbelse doop niet kent en erkent en krijgen dus gegarandeerd de kerkenraad tegen zich als zij deze kant uitgaan. Nog erger wordt het wanneer de huwelijkspartner zich bij de tegenstanders schaart. Ja, zo’n doop brengt heel wat in beweging. Is ‘t dat nu allemaal wel waard? Getuigt het wel van liefde wanneer wij zo fanatiek zijn dat wij dit toch doorzetten, terwijl wij andere mensen erdoor in het harnas jagen? De liefde is toch zeker het belangrijkste?

Liefde tot de waarheid

Zo zien wij dat terwille van de liefde of – nog mooier gezegd – ‘de lieve vrede’, aan ongehoorzaamheid tegenover God de voorkeur wordt gegeven. Men wil de vrede bewaren. Men heeft geen zin in verdeeldheid, doch wil eenheid. Jammer genoeg vraagt men zich dan niet af of die eenheid er een is naar Gods gedachte, een eenheid in de waarheid. Zulke ‘vredelievenden’ zouden er goed aan doen de woorden van Jezus op zich in te laten werken:

‘Denk niet dat Ik gekomen ben om vrede te brengen op de aarde; Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard’ (Matth. 10:34).

Daar krijgen we allemaal mee te maken. Een zwaard dat scheiding brengt tussen gerechtigheid en ongerechtigheid, tussen waarheid en leugen, maar ook tussen mensen onderling. En niet alleen tussen personen die weinig met elkaar te maken hebben, nee, zelfs mogelijk tussen huisgenoten. Die ‘lieve vrede’, die soms zo krampachtig wordt nagejaagd, is dan ook zeker niet altijd uit God. De liefde van God tot de mens houdt nauw verband met liefde tot de waarheid. Dit zal ons bij het bepalen van onze levenshouding altijd voor ogen moeten staan.

Persoonlijk verantwoordelijk

We komen nog eens terug op degenen die zeker weten dat God van hen verlangt dat zij zich laten dopen, en die hierin toch nalatig blijven. Iemand merkte in dit verband eens het navolgende op: ‘Ik kan het goed vinden met mijn vrouw, we zijn één in ons huwelijk; moet ik dan scheiding gaan maken?’ Deze broeder had oprecht over deze dingen nagedacht, wist aan de ene kant duidelijk wat de Heer van Hem vroeg, maar zat aan de andere kant met dat tegenargument. Hoe zit dit nu eigenlijk? Deze broeder maakte (in alle oprechtheid) een kardinale denkfout. De eenheid in het huwelijk is namelijk een zaak van de natuurlijke wereld; die eenheid is inderdaad door God ingesteld. Maar deze man zag niet dat beide echtelieden in de geestelijke wereld individuele personen zijn die ieder voor zich ten opzichte van God hun eigen verantwoordelijkheid hebben. Toen Adam, de eerste mens, door God op het matje werd geroepen na zijn overtreding van Gods gebod probeerde hij zich te verschuilen achter ‘de vrouw die U mij gegeven hebt’. Maar die vlieger ging niet op. Eva had haar oor geleend aan de influisteringen van satan, maar Adam niet minder. Ieder van hen was persoonlijk aansprakelijk voor zijn beslissing. Zo zal ook nu nog steeds de echtgenoot in geestelijke zaken alleen voor zichzelf moeten beslissen; hetzelfde geldt voor zijn vrouw. Vanzelfsprekend is het raadzaam dat men zulke dingen uitvoerig met elkaar bespreekt, zodat mogelijk de weg gevonden wordt die beiden als een geestelijke eenheid kunnen bewandelen. Wanneer of de man of de vrouw echter weigert om de weg die God wijst volledig te gaan, mag de ander zich niet laten intimideren door het opdoemende schrikbeeld van een geestelijke scheiding. Het Woord scheidt inderdaad vaneen; dat is niet tegen te gaan. Waarheid en dwaling kunnen niet samengaan. Lijmen heeft hier geen zin; de verdeeldheid wordt slechts opgeheven door… gehoorzaamheid! Gehoorzaamheid aan de wil van God; als kind gaan doen wat de hemelse Vader verlangt. Eenheid bewaren ten koste van de waarheid is letterlijk uit de boze. De Heer zelf sprak ook in dit opzicht klare taal, toen Hij zei:

‘Wie vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig… en iemands huisgenoten zullen zijn vijanden zijn’ (Matth. 10:37). 

Geestelijke beroering

De doop brengt inderdaad heel wat consequenties met zich mee. We noemden al even ‘de kerkenraad’. Al grijpt het daar wat minder in dan in het huwelijksleven, het kan toch heel wat deining veroorzaken wanneer iemand met zijn doopvoornemen op de proppen komt. Dominee en ouderlingen voelen zich geroepen het afdwalende schaap terecht te brengen, doch hebben tegen de puur Bijbelse argumentatie van de doopkandidaat geen afdoend verweer. Maar ja, je kunt de leer van de kerk toch maar niet zomaar aan de kant laten zetten. Men beticht daarom zo’n vermetele van ontrouw, liefdeloosheid, sektarisme, hoogmoed, betweterij, enzovoort. Overigens, dit geldt niet alleen voor het onderwerp ‘waterdoop’. De doop in Heilige Geest is ook al zo’n heet hangijzer waar velen hun handen aan hebben gebrand. Zodra iemand zich gaat uitstrekken naar het meerdere, naar ‘al de volheid van God’, komt alles in het geweer. Wij denken in dit verband ook aan die broeders en zusters die in hun kerk of geloofsgemeenschap gaandeweg geestelijk verarmen. Zij krijgen onvoldoende voedsel voor hun ziel en hebben ontdekt dat er meer is dan zij in eigen kring ontvangen. Vroeg of laat komt het zover dat zij hun eigen kerkdiensten beginnen te verzuimen. Zij komen in samenkomsten waar het ‘volledige evangelie’ gepredikt wordt. Een boodschap die meer perspectief biedt dan zij ooit gehoord hebben. En ook nu zijn dan al weer gauw de poppen aan het dansen. Opnieuw is de ‘lieve vrede’ in gevaar. Wat moet men doen, blijven lopen op de paden als vanouds of het ware pad voor het  leven kiezen – met de strijd die daarmee verbonden is? 

God gehoorzaam zijn

Bij al deze dingen is het goed te bedenken dat dit probleem al eeuwenoud is. In de begintijd van de gemeente deed het zich ook al voor. Wie Jezus waarlijk wilde volgen, moest ook breken met het oude, moest ook scheiding accepteren. De apostel Petrus gaf hiervoor de volgende beweegreden:

‘Men moet God meer gehoorzaam zijn dan de mensen’ (Hand. 5:29).

En dit geldt ook voor ons christenen die de Heer met heel ons hart willen dienen. God gehoorzamen boven alles; daar draait het om. Daar moet alles aan ondergeschikt gemaakt worden, die ‘lieve vrede’, die liefde voor de ander, dat eenheidsstreven. De enige kardinale vraag is: Wát wil God? En het antwoord daarop vinden wij niet in de belijdenisgeschriften, maar enkel en alleen in de bijbel, het Woord van God. 

‘Ga uit van haar’

Sommigen vragen zich af of het nu werkelijk allemaal zo rechtlijnig gesteld moet worden. Kunnen we niet beter van alle kanten een beetje water bij de wijn doen en in vrede met elkander optrekken? Dat zou voor de wereld toch een betere reclame zijn dan al die verdeeldheid? Wie zo redeneert, bedoelt het wel goed, maar geeft blijk weinig inzicht te hebben in de geestelijke wereld. Misschien leest men wel het boek Openbaring, maar dan toch zeker met geestelijke oogkleppen op. Men onderkent niet dat Babylon waarover in het laatste Bijbelboek zo uitvoerig gesproken wordt, niet één bepaalde kerk betreft. Men heeft niet in de gaten dat deze grote (geestelijke) stad een beeld is van de valse kerk die in vele geloofsgemeenschappen heeft weten in te dringen. En dus houdt men er geen rekening mee dat het wel eens kon zijn dat ook in hun eigen kerk of kring de boze werkzaam is met dwaling en leugen. Hoe ver is menige kerk verwijderd van de bedoelingen die God met zijn Woord heeft. Men kan bijvoorbeeld zondagsmorgens nog steeds heel wat vrouwen en jonge meisjes ter kerke zien gaan, het hoofd gedekt met al of niet modieuze hoed. De apostel heeft het immers zo bevolen. Dat de apostel veel belangrijker dingen heeft gezegd en veel ingrijpender opdrachten heeft gegeven, legt men naast zich neer. Dat was voor vroeger. Behalve dat hoedje, daar blijft men aan vasthouden. Geestelijke armoe is het gevolg. En dat werkt door.

Een heel ander voorbeeld zien wij in de gereformeerde kerk, die toch altijd de naam heeft gehad Bijbelgetrouw te zijn. Wie had ooit kunnen denken dat zelfs daar de vrijzinnigheid voet aan de grond zou kunnen krijgen? En toch is dit een feit, ondanks alle protesten die men daartegen vanuit orthodoxe richting naar voren brengt. Deze vloed is echter niet te keren. Men strijdt tegen Kuitert, Wiersinga en hoe die geleerde heren verder ook mogen heten en heeft niet in de gaten dat het de geest van Babylon is die hier aan het werk is. Babylon – tegenbeeld van het hemelse Jeruzalem, de stad van God – is in volle ontwikkeling. We vinden het over de hele aarde, in elke stad of dorp oefent zij haar invloed uit. Daarom is het dringend noodzakelijk dat iedere oprechte gelovige zich gaat afvragen of hij of zij wel ‘goed zit’. Het is niet zomaar dat het vierde vers van Openbaring 18 ons voorhoudt:

‘Gaat uit van haar, mijn volk,  zodat u geen gemeenschap hebt aan haar zonden en niet ontvangt van haar plagen’.

Deze waarschuwende opdracht is onmiskenbaar gericht tot de kinderen van God (‘mijn volk’). Duidelijk blijkt hieruit dat het mogelijk is dat waarachtige christenen zich bevinden in een geloofsgemeenschap die op weg is zich volledig met Babylon te associëren. De stad die aan vele stromingen (dwalingen) is gelegen. Een stad die in ontwikkeling is, waarin aanvankelijk een deel van de waarheid beleden werd, maar waar de waarheid steeds verder in leugens worden verhuld. Vandaar de oproep: ‘Ga uit van haar!’ Daar héb je het weer: scheiding maken. En dat in een tijd waarin er zoveel over eenheid gesproken wordt. En toch: het is beter God meer gehoorzaam te zijn dan de mensen. Tegen de stroom in roeien is niet het gemakkelijkste, maar het is wel de enige manier om Gods wil te doen. Geloven én gehoorzamen. We zullen er steeds weer bij bepaald worden, de pasbekeerde en degene die al langer ‘op de weg’ is. 

Zichzelf geven

Wij kunnen ons nog herinneren hoe vroeger bij ons in de kerk de aankondiging van de collecte gepaard ging met de opmerking: ‘God heeft de blijmoedige gever lief. Een aanmoediging om toch niet te karig te zijn met het ‘offer voor het werk van de Heer’. Dat kan belangrijk zijn. Van veel groter belang is echter het feit dat God degene liefheeft die zichzelf blijmoedig aan Hem geeft, zonder dwaalleringen vast te houden. De Heer verheugt Zich in zijn kinderen die Hem in alles gehoorzaam willen zijn, die volledig de weg bewandelen die Hij wijst. Mét instemming van anderen, of zónder instemming van anderen, ja misschien wel onder enorme tegenwerking van de naaste omgeving. Ook hier geldt:

‘Als God vóór ons is, wie zal tegen ons zijn?’ (Rom. 8:31).

Welaan dan, broeder, zuster, grijp moed en ga gehoorzamen daar waar u weet dat de Heer dit van u vraagt. De volle zegen zal uw deel zijn.