Ondergaan én opstaan!
5 mei: Bevrijdingsdag
Dat had het eigenlijk moeten zijn, deze eerste zondag van mei. Maar aangezien deze gewoonte een paar jaar geleden afgeschaft is, moesten we het nu zónder doen. Hooguit konden we de vlag uitsteken, dat mocht natuurlijk wel. Verder was er buiten echter niet veel bijzonders te bemerken aan deze dag die destijds gekenmerkt werd door een nationaal, feestelijk herdenken van onze bevrijding. Nee, nu geen uitbundig feestvieren. En toch waren er deze dag nog heel wat mensen die bepaald werden bij het begrip ‘bevrijding’. Het waren de leden van de volledige evangeliegemeente die deze vijfde mei daaraan moesten denken, omdat in hun midden een doopdienst werd gehouden. En dat is toch wel een ‘bevrijdingsfeest’ bij uitstek!
Verschillende broeders en zusters uit de gemeente zouden door hun doop getuigen dat zij verlost zijn uit de macht van de vijand. Zij leerden Jezus Christus kennen, die hen overzette van de duisternis in Zijn wonderbaar licht. Zo kwam de gemeente op deze feestelijke zondagmorgen bij elkaar in het zwembad waar de doop zou plaats vinden. Het waren al gauw enkele honderden die getuige wilden zijn van deze bijzondere samenkomst. De voorganger van de gemeente leidde de doopdienst in met een kort woord over Romeinen 6:1-6.
‘Met Christus gestorven en opgewekt’,
is daarvan het thema. Dat gold ook voor de dopelingen. En wie gestorven is, moet nu eenmaal begraven worden; dat is in de natuurlijke wereld een normale zaak. Maar ook in geestelijk opzicht is dat het geval. Wie zich met Christus gekruisigd weet, dus zich één met Hem verklaart, zal Hem ook volgen in het (water)graf. Dit is het eerste feit dat door de doop wordt gesymboliseerd: óndergaan met Christus. Om daarna mét Hem op te staan tot een nieuw leven. Ziehier de tweede betekenis van de doop. De dopeling blijft niet in het ‘watergraf’, maar rijst op uit het water (nadat hij gehéél ónder is geweest). Wat een duidelijke illustratie!
Met Christus opgestaan!
Nooit en te nimmer kan dit heerlijke heilsfeit door een kinderdoop worden uitgebeeld. De kinderdoop is niet alleen on-Schriftuurlijk, maar ook volkomen onlogisch. De gelovige dient immers uit eigen vrije keuze zijn met-Christus-gestorven-zijn te aanvaarden. Dat kan niemand anders voor hem doen. Bij een zuigeling kan hier geen sprake van zijn. Men zou hoogstens kunnen concluderen dat de ouders dan hun kind voor dood verklaren. Zonder dat het daarbij zelf enige inspraak heeft. Daarom dragen wij onze kleinen in de gemeente op aan de Heer, die de kinderen oneindig liefheeft en voor hen zelfs Zijn Koninkrijk ontsluit. Maar hen vroegtijdig dopen, is on-Bijbels.
Het is goed deze dingen in hun juiste waarde te leren onderkennen en daarnaar te handelen. De doopkandidaten hadden dit begrepen en hadden hun besluit genomen. Zij braken met alle vroegere gedachten of leringen en waren bereid de Bijbelse weg ten volle te gaan. Zij lieten zich dopen, weloverwogen, uit eigen vrije wil. Dertien personen, voornamelijk jonge mensen, werden zo volwaardig lid van de gemeente van Jezus Christus. ‘In nieuwheid van het leven wandelen’ – dat is de eindindruk die steeds weer na zo’n doopdienst achterblijft. Daar culmineert de doop in:
‘Het oude is voorbij, zie, alles is nieuw geworden’.
Is dat niet een bevrijding? En dat nog wel op 5 mei! Om nooit meer te vergeten!