Geloven is gevaarlijk
‘Kennis is macht’
‘Kennis is macht’, luidt het bekende gezegde. Geestelijk toegepast, heet het: ‘Bijbelkennis is geestelijke macht’. Wat een machtige waarheid! Juist voor de prediking van het evangelie. Hoe groter onze kennis van Gods Woord, hoe groter de kracht die we in de geestelijke wereld ontplooien, verzekeren we elkaar. En terecht. We achten die kennis zelfs zo belangrijk, dat we de Bijbelse feiten die de essentie van het evangelie vormen, netjes hebben gerangschikt en gecategoriseerd. Geestelijke waarheden, beloften en specifieke Bijbelverzen hebben we ondergebracht in een zorgvuldig uitgedacht schema. Zo hebben we een efficiënt werkende techniek in handen gekregen, waarmee we alle geestelijke noden, ziekten en demonen met succes te lijf kunnen gaan. Die techniek blijkt nog te werken ook. Wat een zegen heeft deze scherp omlijnde prediking en praktisering van logisch gerangschikte Bijbelswaarheden en beloften niet geschonken. Genezing, bevrijding, overwinning, geloof, geestelijke gaven en nog zoveel meer. Wonderbaar en vol evangelie!
En tóch . . . opgepast! Helaas, er zitten ook gevaarlijke kanten aan deze zaak. In het geloofsleven gaat het namelijk om meer dan het kennen van bepaalde Bijbelwaarheden alleen. Het gaat evengoed om een levende, concrete verbondenheid met Hem die de waarheid Zélf is, verbondenheid met de Héér. Waar nu de ‘techniek’ – ons manipuleren met de waarheid – essentiëler wordt dan de persoonlijke gemeenschap met de Heer, zit er iets scheef. En dat gevaar dreigt. Heel reëel. Juist omdat wij in het volledige evangelie zo duidelijk de waarde van een scherpomlijnde ‘techniek’ zien, zou deze wel eens aan zijn eigen deugden ten onder kunnen gaan. Ter illustratie enkele voorbeelden uit de praktijk.
Geloof
‘Het geloof is uit het horen en het horen door het woord van Christus’,
zeggen we met een Bijbelvers (Rom. 10:16). Naarmate je de Bijbelse waarheid meer in je opneemt, zal je geloof groeien. Op zichzelf is dat juist. En toch ook niet helemaal. Bijbels geloof is namelijk niet slechts geloof in bepaalde feiten of waarheden. Het is geloof in een persóón. ‘Heb geloof in God’, vermaande Jezus. En dát geloof is alleen mogelijk, wanneer er van een reële verbondenheid met God sprake is. Geloof is niet alleen afhankelijk van het woord, maar ook van de werkzaamheid van de Geest.
‘De letter doodt, maar de Geest maakt levend’,
zegt het Woord zelf.
Waar overgave en geloofsgehoorzaamheid aan de Heer nu ontbreken, kan de Geest eenvoudig niet werkzaam zijn. En waar deze zijn werk niet kan doen, heeft elke Bijbelwaarheid, hoe gretig ook aanvaard, slechts een negatieve, dodelijke uitwerking.
Troonrechten
‘We moeten leren te zijn, wat we in Christus zijn’, luidt een andere veelgehoorde slogan in onze kringen. Volkomen juist. Maar ook hier speelt ons de starre techniek van ons geloven helaas vaak parten. Onder dit leren kennen van onze troonrechten, verstaan we doorgaans namelijk hoofdzakelijk een mentale aangelegenheid. We prenten ons bepaalde teksten met een positieve strekking voortdurend in en geloven dan dat we automatisch zullen gaan ervaren waar die teksten over spreken. Zo drinken we de waarheden over onze ‘rechtspositie’ in Christus voortdurend in: We zijn rechtvaardigen, houden we onszelf voortdurend voor, ‘priesters, troonpretendenten, heiligen, overwinnaars, gezalfden van de Heer’. Wie zich echter Gods beloften voor zijn kinderen wil toeeigenen, zal heel praktisch ‘in Christus’ moeten zijn, in werkelijke, geestelijke verbondenheid met Hem moeten leven. Ontbreekt dit geestelijke, innerlijke contact, dan is dit manipuleren met Bijbelteksten niets anders dan ordinaire zelfsuggestie. Kortom, de techniek werkt dan niet.
Gaven van de Geest
We moeten leren de geestelijke gaven te gebruiken, heet het. Dat staat met die woorden wel nergens zo in de bijbel, maar ongetwijfeld bedoelt men er het equivalent van:
‘Streeft naar de gaven van de Geest’
mee. En dat is dus een door en door Bijbelse zaak. ‘We hebben kennis van het gebruik van de gaven van de Geest nodig’. Inderdaad. Maar laten we nooit denken dat de ‘techniek’ die we uit onze kennis distilleerden, ons in staat zal stellen om de gaven maar te pas en te onpas naar eigen ‘inzicht’ te gebruiken. Ondanks kennis van zaken, zullen we altijd volkomen van de Heer afhankelijk blijven. Jezus is daar Zelf het voorbeeld van. Hij was vol van de Geest en van wijsheid en kennis aangaande geestelijke dingen. Toch moest Hij toegeven:
‘De Zoon kan niets doen van Zichzelf, of Hij moet het de Vader zien doen’ (Joh. 5:19).
Waar werkelijke gemeenschap met de Vader ontbreekt, moet elke poging om via een aangeleerde ‘techniek’ gaven van de Geest te manifesteren, een fiasco worden.
Genezing
Wanneer u gelooft, zult u genezen worden, luidt een andere uitspraak. En ze is volkomen juist. Maar alleen met de kennis, dat we onder ‘geloven’ meer verstaan dan slechts het aanvaarden van de Bijbelwaarheden over genezing. Dit geloof moet – zeker waar het christenen betreft – voortkomen uit een echte verbondenheid met de Heer. De genezing voltrekt zich namelijk niet alleen door ons geloof in de waarheid, maar tevens door de aanwezigheid van de Geest in ons leven.
‘Indien de Geest van Hem die Jezus uit de doden heeft opgewekt, in u woont, dan zal Hij, die Christus Jezus uit de dood opgewekt heeft, ook uw sterfelijke lichaam levend maken door zijn Geest die in u woont.’ (Rom. 8:11).
Vervulling
Aanvaard in het geloof, dat u de Heilige Geest ontvangen hebt, moedigen we degene, die naar de volheid van de Geest zoekt, aan. Weer speelt de techniek ons vaak parten, doordat we een Bijbelwaarheid toepassen zonder de fijngevoeligheid en de leiding van de Heilige Geest. Inderdaad, wie de doop in heilige geest ontvangen wil, zal op het punt moeten komen, dat hij de belofte heel concreet in het geloof uit de hand van God ontvangt. Dit geloof is echter geen zaak, die geïsoleerd kan worden van de rest van ons leven. Wie de doop in de Geest in het geloof aanvaarden wil, zal tot volledige overgave gekomen moeten zijn; hij zal bewust met de zonde gebroken moeten hebben. Slechts dan zal men tot gelovig aanvaarden kunnen komen. Waar men nu, zonder enig geestelijk onderscheid, op grond van de techniek, iemand prest om ‘in het geloof te nemen’, zal men brokken maken. De techniek om de ander tot actief geloof te brengen is alleen zinvol, wanneer er met wijsheid gebruik van wordt gemaakt.
Bevrijding
Hetzelfde onverantwoordelijk omspringen met een geschematiseerde techniek, zien we op het vlak van de strijd tegen duivelse machten. ‘Ik bind alle machten die in deze persoon aanwezig mochten zijn’, hoor je wel eens in een bediening. Akkoord. Er kunnen machten in iemand huizen. De vraag is echter, wat voor machten dat zijn. En zijn ze er überhaupt wel? Vaak constateert men namelijk bepaalde uiterlijke symptomen als ziekteverschijnselen en zondige neigingen en constateert men op grond daarvan zonder meer dat hier machten in het spel zijn. Dat zal in de meeste gevallen ook wel zo zijn. Maar desondanks zullen we niet in de eerste plaats af mogen gaan op wat voor ogen is. We zullen het moeten hebben van de gave van het onderscheiden van geesten. Werkelijk geestelijk onderscheid kan alleen de Heilige Geest ons geven. Het blijkt bovendien dat satan erg geraffineerd te werk gaat. Vaak prononceert hij uiterlijke verschijnselen die helemaal niets met de zaak te maken hebben. In de hoop echter, dat de ware aard van de gebondenheid verborgen zal blijven. Wie in zo’n geval zonder meer afgaat op de ‘dode techniek’, zal hier bedrogen worden.
Zoek de Heer
Een ding mag duidelijk zijn: geestelijk inzicht is alleen constructief in de levens van hen die geleerd hebben de Heer met heel hun hart lief te hebben en in zijn tegenwoordigheid te leven.
‘Al had ik de gave om te profeteren en doorgrondde ik alle geheimen, al bezat ik alle kennis en had ik het geloof dat bergen kan verplaatsen – had ik de liefde niet, ik zou niets zijn’ (1 Cor. 13:2).
Laten we met ons hele hart de Heer zoeken en dienen. Dan pas zal de techniek werkelijk tot zijn recht komen.