Het gelovig gebed
Bidden is gemakkelijk. Als je gelovig om iets bidt, krijg je het altijd. Op deze regel is geen uitzondering. De vraag is dan echter: wat is gelovig bidden? Het antwoord is eenvoudig. Geloven is voor waar houden wat God heeft beloofd. Gelovig bidden is: God eraan herinneren dat Hij verplicht is te verwezenlijken, wat Hij beloofd heeft. Het gelovig gebed is dus altijd naar de wil van God en daarom wordt het ook altijd verhoord. ‘Als het uw wil is, Heer, wilt U dan. ..’ is wel een gebed, maar geen gelovig gebed. Het is de bede van mensen, die niet weten wat de wil van God is. Het gelovig gebed wordt gebeden vanuit de zekerheid, dat God het begeerde geven zal.
En Paulus dan?
‘Maar’, zegt men, ‘hoe zit het dan met Paulus? Zijn gebed vanwege die doorn in het vlees werd toch ook niet verhoord! En hij zal toch wel gelovig gebeden hebben!’ Men bedoelt: het gelovig gebed is eigenlijk een gok. Je kunt tegen de klippen op geloven, maar je loopt toch altijd de kans dat de Heer een ander plan met jou heeft. Dat Hij je gebed ondanks je geloof toch niet verhoort. God maakt echter geen inbreuk op zijn eigen wetten. Daar is Hij God voor. Als er rondom die doorn van Paulus vragen zijn, moeten wij het probleem bij Paulus zoeken en niet bij de Heer. Gelovig bidden is erop wijzen, dat God moet doen wat Hij beloofd heeft. Paulus zou dus gebeden moeten hebben:
‘Heer, U hebt beloofd dat U die doorn wegnemen wilt en ik vraag U aan ook dit nu te doen’.
Bezat de apostel deze zekerheid? Nee. Nadat hij drie maal over (!) dit probleem gebeden had, maakte de Heer hem duidelijk, dat Hij die doorn niet weg wilde nemen. Wie veronderstelt dat Paulus in het geloof bad, moet aannemen dat de Heer eerst wél van plan was die doorn weg te nemen, maar na het geloofsgebed plotseling niet meer. Zo iets is natuurlijk al te dwaas.
De basis voor het geloof
Wilde Paulus gelovig bidden, dan moest hij zijn gebed op de een of andere belofte baseren. Wat die doorn in het vlees van Paulus was, is geen probleem. Het verband maakt het overduidelijk. Toen God zei dat Paulus maar met die doorn moest blijven zitten, stemde deze daarmee in met de woorden:
‘Omdat Christus mij kracht schenkt, schep ik vreugde in mijn zwakheid: in beledigingen, nood, vervolging en ellende. In mijn zwakheid ben ik sterk.’ (2 Cor. 12:10).
De doorn was de verdrukking, die Paulus leed terwille van het evangelie. Had hij een belofte dat God die verdrukking wilde wegnemen? Integendeel! Jezus zei tot zijn leerlingen:
‘In de wereld lijden jullie verdrukking’. (Joh. 17:33).
Paulus moest leren dat hij daarop geen uitzondering maakte.
Geloven is gehoorzamen
Het gelovige gebed is gebaseerd op de beloften van God. Aan deze beloften zijn echter vaak condities verbonden. Dit mogen wij niet vergeten, als wij met het gelovig gebed niet in de knoop willen komen. Geloven is méér dan alleen maar toestemmen in de zegeningen die God beloofd heeft. Het is ook gehoorzamen aan de opdrachten, die God geeft. Geloof en gehoorzaamheid gaan samen. Zo beloofde de Heer bijvoorbeeld aan oud Israël:
‘Ik ben de HEER uw genezer’,
maar Hij verbond deze belofte tegelijkertijd onlosmakelijk aan het gehoorzamen van zijn Woord. Blijft verhoring uit, ook al pleit men gelovig op Gods beloften, dan is het zaak eens na te gaan of men aan de voorwaarden voldoet. Ook voor dit onderzoek geldt een belofte. Jacobus zegt:
‘Wie om wijsheid bidt, ontvangt’.
Niemand hoeft in het onzekere te blijven over de vraag, of hij voldoet aan de voorwaarden, waarop zijn geloofsgebed verhoord kan worden.
Waarom is bidden nodig?
Gelovig bidden is weten wat God wil en de verwachting uitspreken, dat zijn wil volbracht zal worden. De vraag rijst waarom bidden eigenlijk nodig is. ‘Als je eenmaal weet, dat God iets van plan is, kun je toch net zo goed afwachten, dat het gebeurt?’ zegt men. De Heer zou inderdaad zijn wil kunnen realiseren zonder dat zijn k1nderen daarop aandringen, maar Hij vindt het fijn wanneer zij Hem aan zijn beloften herinneren. Om het maar eens bijbels te zeggen: het is Hem aangenaam. De Heer verheugt Zich erin, wanneer zijn kinderen van hun vertrouwen in Hem blijk geven door Hem op zijn beloften te wijzen. Deze gedachte zet het gelovig gebed in het juiste licht. Het is niet een techniek om God een zegen te ontfutselen. Het is een middel om Hem voldoening te schenken. Het gelovige gebed moet niet gepraktiseerd worden terwille van de gelovige, maar terwille van de Heer. Hem komt alle lof en eer toe.