Het grote gebod

 

‘Heb de Heer, uw God lief, met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dit is het grootste en eerste gebod. Het tweede is daaraan gelijk: Heb uw naaste lief als uzelf,’ (Matth. 22:37-39).

Dit gebod van Jezus is de basis van ons christen zijn. 

Gods liefde was er eerst

We kunnen God van harte liefhebben, omdat Hij ons éérst heeft liefgehad en zijn Zoon voor ons gegeven heeft (Rom. 5:8). Jezus heeft het wezen van de Vader aan ons geopenbaard: God is liefde (1 Joh. 4:16). Wij hoeven geen speciale dingen te doen om Gods liefde te verkrijgen. Hij houdt gewoon van ons (1 Joh. 3:1).  

Kiezen voor Gods liefde

God liefhebben is een keuze van ons hart, onze toewijding. Dit houdt in dat wij voortdurend de nabijheid van God zoeken in gebed en aanbidding (Ps. 63:2) en Hem eren met de manier waarop wij leven. We willen God liefhebben boven alles en daarom luisteren we naar wat Hij tot ons zegt. Gods waarden en normen gaan voor ons boven alles (Hand. 5:29).  

Gods liefde uitdelen

De liefde van God is in onze harten uitgestort door de heilige Geest (Rom. 5:5) en mag door ons heen ook uitgaan naar onze naasten. Hoe meer liefde we van God ontvangen, hoe groter ons verlangen wordt om het te delen met anderen (2 Kor. 5:14). Wat liefde inhoudt leren we van Jezus, die zijn leven voor ons gegeven heeft. Zo willen ook wij onze naaste liefhebben en ons leven daarvoor inzetten (1 Joh. 3:16). De liefde van God bewerkt dat wij ons hart niet kunnen toesluiten als we onze broeders en zusters gebrek zien lijden (Jak. 2:15). Wij zoeken ernaar Gods liefde om te zetten in daden.