De waterdoop
Een getuigenis
In het Nieuwe Testament werden mensen na een bewuste keuze en omkeer in hun leven door onderdompeling in water gedoopt in de naam van Jezus. Je laat je dopen op grond van je persoonlijke geloof, omdat je wilt getuigen dat je Jezus bent gaan volgen. De doop is het getuigenis dat je deel bent geworden van het lichaam van Christus.
Jezus zelf was ongeveer 30 jaar toen Hij zich liet dopen. Het Nieuwe Testament vertelt over duizenden mensen die zich laten dopen (Hand. 2:41) en ook in de tijd van de eerste gemeenten was dat praktijk. Er wordt geen melding gemaakt van het dopen van pasgeborenen. Wij dragen onze kinderen op aan Jezus en zegenen hen voor hun ontwikkeling tot mensen, die zelf voor de Heer Jezus kunnen kiezen (Marc. 10:16).
Nieuw leven
Door de doop ín water getuig je voor God de Vader, Jezus Christus, de engelen én mensen, dat je het oude leven, inclusief je zonden, achter je hebt gelaten. Wanneer je uit het water-(graf) opstaat, belijd je dat je zonden zijn vergeven en dat je een nieuw leven hebt ontvangen. Dit nieuwe leven is in gehoorzaamheid toegewijd aan God. Met de doop belijden we dat we met Jezus zijn gestorven en dat we met Hem zijn opgestaan. (Rom. 6:5)