De duivel

 

Reële vijand

In de onzichtbare wereld bestaat een enorm en intens verzet tegen Gods plan met de mens. De satan en zijn legers demonen zetten alles in, om Gods doel te verijdelen. Als ooit de grootste aartsengel in Gods schepping (Ez. 28:11-19), wil de satan nu zelf een god zijn en door mensen worden aanbeden. Dit bóven God, de Vader van Jezus Christus. (Matth. 4:9). Deze grote engel (eens de ‘verzegelaar van de som’ – Gods ‘rentmeester’ – Can. vert.), is afgevallen tot de grootste massamoordenaar aller tijden en is nu enkel nog vol wraak, haat en afgunst jegens God en de mens.

Met inmiddels miljarden doden mede op zijn naam, wil de satan alle mensen met zijn leugens ‘inspireren’ om hen zo van God en van Gods doel af te houden en voor zichzelf en zijn eigen doel te gebruiken. De satan is wetteloos, listig en volhardt in zijn kwade opzet (2 Kor. 11:14). Jezus Christus betitelt de satan daarom als de ‘mensenmoordenaar vanaf het begin en de vader van de leugen.’ (Joh. 8:44). 

Jezus Christus kwam echter om het werk van de duivel te verbreken (1 Joh. 3:8; 1 Kor. 15:25). Hij is de confrontatie met de duivel aangegaan en heeft hem overwonnen! Hij ontnam door zijn dood en zijn opstanding de duivel elk bewijs, elk argument, waarmee hij recht op de mensen meent te hebben. Jezus ontwapende de boze machten en overwon hen (Kol. 2:15). Hij ging rond, weldoende en genezende allen, die door de duivel overweldigd waren (Hand. 10:38). 

Delen in de overwinning

Door te geloven wat Jezus voor ons deed en Hem te gehoorzamen, staan wij sterk tegenover deze vijand en hebben we deel aan de overwinning van Jezus Christus. God heeft de gemeente van Jezus Christus de eindoverwinning over iedere geestelijke vijand beloofd.

‘Zij hebben hem dankzij het bloed van het Lam en dankzij hun getuigenis overwonnen. Zij waren niet aan het leven gehecht en hebben hun dood aanvaard,’ (Openb. 12:11). 

De gemeente zal daarom mét Jezus Christus de overwinning behalen over:

  • De duivel met zijn demonenlegers,  de verderfengelen.
  • De antichrist (het beest uit de aarde), mét zijn inwonende geest (het beest uit de zee, de koning van de afgrond, Apollyon).
  • De dood en het dodenrijk.

Én voor eeuwig delen in Zijn heerlijkheid. (Op. 17:14)