De kracht die in ons werkt
‘Aan Hem die door de kracht die in ons werkt bij machte is oneindig veel meer te doen dan wij vragen of denken, aan Hem komt de eer toe, in de gemeente en in Christus Jezus, tot in alle generaties’ (Ef. 3:20,21).
Wie Gods genade en kracht in zijn leven wil ervaren, heeft kennis van zaken nodig, onderscheiding van geesten, bekendheid met de wetten van het Koninkrijk der hemelen en wijsheid om ze op de juiste manier toe te passen. Wie verder wil komen in het geestelijke leven, moet zoeken naar een verdieping van geestelijk inzicht. Hij zal moeten ontdekken wat de bedoelingen van de Heer zijn en hij zal moeten leren hoe zijn talenten en gaven te ontplooien. Met dit zoeken naar verdieping van inzicht, zijn we in als wedergeboren christenen de laatste jaren duidelijk bezig geweest. We moeten immers eerst het plan van God leren verstaan en dienovereenkomstig leren bidden, om het op die manier ook gerealiseerd te zien worden in ons leven.
‘Wij kunnen ons vol vertrouwen tot God wenden, in de zekerheid dat Hij naar ons luistert als we Hem iets vragen dat in overeenstemming is met zijn wil‘ (1 Joh. 5:14).
Het is dus zaak, dat we zijn wil eerst leren kennen. En daar zijn we mee bezig geweest: met het verdiepen van ons inzicht, met het ontplooien van onze geestelijke gaven en mogelijkheden. En we hebben er de zegen van ervaren! Een vermeerderd geestelijk inzicht heeft onder ons duidelijk een toename van geestelijke kracht en beantwoorde gebeden tot gevolg gehad. God werkt overeenkomstig ons bidden en beseffen.
Boven bidden en denken
Dit zoeken naar meer kennis en inzicht in de dingen van de Heer, kan grote vreugde wekken – blijdschap over de perspectieven die open gaan, en over de verdieping van de reeds verworven inzichten. Toch kan het ook frustrerend werken wanneer je constateert dat er nog zoveel te ontdekken valt, nog zoveel te leren en te ontwikkelen ….. Je beseft: we moeten nog een hele weg gaan voordat de volle heerlijkheid van de Heer onder ons openbaar wordt. Naast de verwachting van wat komen gaat, kan er juist een gevoel van gelatenheid gewekt worden: de volle openbaring van Gods kracht … ach, zo ver zijn we nog lang niet!
In het leven van Gods kinderen moet ruimte zijn voor een natuurlijke ontwikkeling in de dingen van God – een steeds meer toenemen van kennis en inzicht. God gunt zijn kinderen de tijd! Soms echter komt de Heer hen met een bijzondere bemoediging tegemoet en doorbreekt Hij bewust het bekende stramien. Het is dan alsof Hij zeggen wil: Ik ben bereid méér te doen dan je kunt bidden of beseffen! Er valt inderdaad nog veel te leren, jullie moeten nog groeien, maar verlies de moed niet, Ik ben bereid je boven je beperkingen uit te tillen. Ik wil je laten zien dat Ik groter ben dan je bevattingsvermogen. Als God op die manier ingrijpt in je leven ….. dat is een heerlijke ervaring.
Hoe vaak worstelen we niet met onze problemen, geheel overeenkomstig ‘het boekje’. We passen onze inzichten toe, we bidden, bedienen, strijden, geloven om vervolgens tot de ontdekking te komen dat het ons toch blijkbaar aan het één en ander ontbreekt. En dan, plotseling – terwijl we er eigenlijk niet eens meer op gerekend hebben – komt het tot onze verbazing toch nog tot een doorbraak. Op een geheel andere wijze dan we eigenlijk verwacht hadden. God blijkt groter te zijn dan onze keurig uitgewerkte schema’s. Hij betoont zich machtig om oneindig veel meer te doen dan wij bidden of beseffen.
De kracht die in ons werkt
Wat nu is het geheim van deze plotselinge, spontane vrijmaking van Gods genade? Is het iets waarmee we zomaar willekeurig overrompeld worden, of valt hierin toch een wetmatigheid aan te wijzen? De apostel Paulus ontdekte het antwoord op deze vragen: God handelt in ons leven ‘door de kracht die in ons werkt’. Het ontbreekt de Heer nooit aan kracht om wonderen te werken. Die kracht moet echter ook in óns leven werkzaam worden. Zij moet de kans krijgen tot ontplooiing te komen.
Wat is nu deze ‘kracht die in ons werkt’? Het antwoord ligt voor de hand: het is de kracht van Gods Geest. Sprekend over de ‘openbaring van de Geest’ noemt de apostel Paulus een aantal gaven, waaronder ook de ‘werking van krachten’ (1 Kor. 12:10). Voor ‘openbaring van de Geest’ en ‘werking van krachten’ gebruikt hij in feite dezelfde termen. De conclusie hierbij is duidelijk: God kan slechts in die mate zijn heerlijkheid onder ons openbaren, waarin wij het zijn Geest ‘toestaan’ om met zijn kracht in ons werkzaam te zijn. De vraag is dan ook steeds: staan wij daar voor open? Zoeken we van harte de vrijmaking van zijn goddelijke dynamiek in ons? Zijn wij bereid te leven uit zijn kracht?
De kracht in het leven van Jezus
Dit geheim werkte ook in het leven van Jezus. Overal waar Hij kwam, kreeg de kracht van Gods Geest de kans zich door Hem heen te openbaren. Genas Hij zieken, het was dankzij de zalving van de Geest die op Hem was. Dreef Hij demonen uit, het was door de kracht van diezelfde Geest. Het volk herkende de kracht die in Hem werkzaam was. De ‘bloedvloeiende’ vrouw die besloot in geloof zijn kleed aan te raken, wist ervan. Vandaar dat zij tot haar daad besloot en het verwonderde haar niet dat de kracht die in Jezus was, inderdaad werd vrijgemaakt. Ook de Heer zelf wist er blijkbaar van, vandaar dat Hij opmerkte:
‘Ik voelde dat er kracht van Mij uitging’.
God kon hier boven bidden en denken werken, omdat de kracht van de Heilige Geest heel reëel in Jezus’ leven aanwezig was. Slechts het geloof was nodig om haar vrij te maken.
Jezus wist wat het betekende om Gods kracht ruim baan te geven. Vandaar dat Hij veel tijd doorbracht in de tegenwoordigheid van God. Hij wist, dat Hij in de dichte gemeenschap met zijn Vader geladen zou worden met goddelijke dynamiek. Het is geen wonder dat de kracht van Gods Geest bijzonder werkzaam werd na een nacht van gebed. Lucas vertelt dan ook:
‘En de hele menigte probeerde Hem aan te raken, want er ging een kracht van Hem uit die allen genas‘ (6:19).
Hetzelfde zien we gebeuren in het verhaal van de verlamde man die door enkele vrienden bij Jezus werd gebracht. Lucas beschrijft hoe ze elk obstakel overwonnen om hun verlamde vriend in aanraking te brengen met de Heer. Ze aarzelden zelfs niet een dak open te breken om zo de verlamde naar beneden te kunnen laten. Vanwaar dat doorzettingsvermogen? Ongetwijfeld omdat ze intuïtief aanvoelden dat Gods Geest op dat moment op bijzondere wijze aanwezig was. Dat gebeurde vaak bij Jezus. Zo kon Lucas bijvoorbeeld ook schrijven:
‘De kracht van de Heer was werkzaam in Hem, opdat Hij zieken zou genezen’ (5:17).
Gods kracht in de gemeente
Ook de eerste gemeente kende de openbaring van de werking van Gods kracht. Met wat een stelligheid benaderden Petrus en Johannes bijvoorbeeld de bedelaar bij de Schone Poort. Wat een zekerheid sprak er uit Petrus’ woorden toen hij de verlamde bij de hand vatte en zei:
‘Wat ik wel heb, geef ik u: in de naam van Jezus Christus van Nazareth, sta op en loop‘ (Hand.3:6).
Waar kwam deze rotsvaste overtuiging, dat de man bij een kleine aanraking genezen zou worden, vandaan? Vanwege hun diep geestelijk inzicht? Waarschijnlijk niet! In wezen begreep Petrus nog maar heel weinig van het evangelie. Denk maar eens aan het feit dat hij er nog zoveel moeite mee had dat het goede nieuws ook aan de heidenen gepredikt moest werden. Petrus wist echter wat hij bezat: de kracht van Gods Geest die in hem werkte. Dát was zijn geheim. Toen later het volk te hoop liep om zich aan de godsmannen te vergapen, moest Petrus hen teleurstellen:
‘Israëlieten, waarom bent u zo verbaasd en waarom staart u ons aan alsof het aan onze eigen kracht of vroomheid te danken is dat deze man weer kan lopen?’ (Hand. 3:12).
Niet door eigen kracht of godsvrucht. Niet door eigen geestelijk inzicht of betekenis. Wel overeenkomstig de kracht van Gods Geest die in hen werkte, konden zij dit wonder verrichten. Petrus getuigde:
‘Het komt door Zijn naam en door het geloof in Zijn naam dat deze man, die u hier voor u ziet en die u kent, kan lopen‘.
Dit sprak van Petrus’ inzicht in de waarde van die Naam en in wat deze vertegenwoordigde: Gods bereidheid om de Redder van de mens te zijn. Er was echter meer aan de orde dan alleen maar een goed inzicht in de waarde van Jezus’ naam. Daarom vervolgde de apostel met de woorden:
‘Het geloof dat Jezus schenkt, heeft hem in aanwezigheid van u allen gezond gemaakt‘.
Het geloof door Hem! Hier hebben we het geheim van het geloof dat bergen verzet. Het is een geloof door Jezus zelf bewerkt. Een geloof tot stand gebracht door de kracht van de Heilige Geest. De eerste christenen kenden deze kracht. Het boek Handelingen spreekt er telkens over. Zo lezen we bijvoorbeeld over de eerste christengemeente:
‘De apostelen verrichtten vele tekenen en wonderen onder het volk …. ze legden zelfs zieken op draagbedden of matrassen buiten op straat, in de hoop dat toch ten minste de schaduw van Petrus, wanneer hij voorbijkwam, op een van hen zou vallen …. en allen werden genezen’ (Hand. 5:12,15,16).
Wat was de reden van deze wonderlijke gebeurtenissen? Zeker niet het ‘bidden en beseffen’ van de apostel. Het was de werking van Gods kracht. Hetzelfde zien we in het leven van Stéfanus. Deze werd tot diaken gekozen omdat hij ‘een man vol van de Heilige Geest’ was. En wat lezen we over hem?
‘Stéfanus verrichtte dankzij Gods genade en kracht grote wonderen en tekenen onder het volk’ (Hand. 6:8).
Ook de apostel Paulus kende Gods kracht die tot veel meer in staat is dan wij bidden of beseffen. Daarom lezen wij over hem dat de Heer door zijn handen ‘buitengewone krachten’ kon doen,
‘zelfs de doeken en de werkkleren die hij gedragen had werden naar de zieken gebracht, zodat ze genazen en de boze geesten hen verlieten’ (Hand. 19:11).
Wat de Heer hier deed was ‘buitengewoon’. We hebben immers een God die niet alleen via vaste wetmatigheden werkt, maar die oneindig veel méér wil doen, naar de mate dat zijn kracht in zijn kinderen werkzaam kan worden.
Vrijmoedigheid
Als we spreken over de kracht van God die zich in ons moet openbaren, dan denken we allicht aan allerlei bijzondere zaken, zoals genezingen, wonderen en tekenen. Zij vormen inderdaad de meest spectaculaire wijzen waarop de kracht van Gods Geest in ons werkzaam kan worden. Er zijn echter ook andere manieren. Denk maar eens aan de ‘vrijmoedigheid’ die de Heer door zijn kracht in ons bewerken wil. Als Petrus en Johannes de verlamde genezen hebben, komt ook deze kant van de openbaring van Gods kracht openbaar. Handelingen 4:13 zegt:
‘Toen de leden van het Sanhedrin zagen hoe vrijmoedig Petrus en Johannes optraden en begrepen dat het gewone, ongeletterde mensen waren, stonden ze verbaasd, en ze realiseerden zich dat beiden in Jezus’ gezelschap hadden verkeerd’.
De vrijmoedigheid die de kracht van Gods Geest ons schenkt, tilt ons boven onze menselijke beperkingen uit. Zij schenkt grote rust en ontspannenheid. In de eerste gemeente was men hier met stelligheid van overtuigd. Daarom bad men tijdens de hevige vervolgingen:
‘Welnu, Heer, sla ook nu acht op hun dreigementen en stel ons, uw dienaren, in staat om vrijmoedig over uw boodschap te spreken, door ons bij te staan, zodat zieken genezing vinden … ‘ (Hand. 4:29).
Leiding
Gods kracht openbaart zich vóór alles ook in de duidelijke leiding van de Geest. God heeft een overvloed van genade en kracht beschikbaar voor zijn kinderen. Hij deelt deze mild en overvloedig uit, maar niet verkwistend. God verlangt ernaar zijn kracht zodanig aan te wenden dat het ook het meeste effect sorteert. Daarom moet degene die Gods kracht wil ervaren ook bereid zijn om zich door de Geest te laten leiden. Geen beter bewijs van dit goddelijke principe dan de bediening van Jezus zelf. Hoewel Hij de Zoon van God was, moest ook Hij ‘gehoorzaamheid leren’. Vandaar dat Hij getuigde:
‘Van Mijzelf kan Ik niets doen’.
Ook Jezus had de leiding van Gods Geest nodig, opdat de kracht zich zou kunnen openbaren.
We zien hetzelfde in het leven van Jezus’ volgelingen. De eerste christenen hadden geen programma om het evangelie uit te dragen. Ze beschikten niet over evangelisatiemethoden. Elk nieuw initiatief van de gemeente werd echter ingeleid door de openbaring van de leiding van de Heilige Geest. Zo was daar bijvoorbeeld de evangelist Filippus. Onder zijn evangelieverkondiging kwam door de kracht van Gods Geest een hoge regeringsfunctionaris uit Ethiopië tot geloof. Aan deze bekering was eerst de leiding van Gods Geest vooraf gegaan.
Ook bij Paulus was dit het geval. Toen hij na zijn ontmoeting met Jezus op weg naar Damascus in de broederkring terechtkwam, was dat, omdat een eenvoudige leerling van de Heer zich opengesteld had voor de leiding van Gods Geest. De apostel Petrus bracht – met welk een heerlijk resultaat! – voor het eerst het evangelie aan de heiden Cornelius. Ook hiertoe had Gods Geest geleid.
Gods tegenwoordigheid
Onze hemelse Vader is van harte bereid om ons zijn kracht ter beschikking te stellen. Door deze kracht wil Hij oneindig veel meer in ons leven doen dan wij bidden of beseffen. De grote vraag is echter: hoe zal deze kracht ook daadwerkelijk in ons leven werkzaam worden? En: wat zou de doorwerking van deze kracht in de weg kunnen staan? Wat kunnen wij doen om tot de openbaring van deze kracht te komen? Het is in dezelfde tekst waarin Paulus spreekt over Gods werken ‘boven bidden of beseffen’, dat hij ons ook een glimp laat opvangen van het geheim. Hij zegt namelijk:
‘Hem zij de heerlijkheid in de gemeente’.
Met andere woorden: Wie Gods kracht ervaren wil, zal zich boven alles bewust moeten zijn dat deze kracht zich in het midden van Gods kinderen openbaart, wanneer zij Hem de lof en de eer en de aanbidding brengen!
Het is niet verwonderlijk dat de apostel de link legt tussen de kracht die in ieder persoonlijk werkt, en de kracht die werkt in het midden van Gods volk Die twee kun je namelijk niet van elkaar scheiden. Het is juist in het midden van zijn kinderen dat de Heer zijn heerlijkheid wil openbaren. Vandaar dat onze samenkomsten in het teken zullen moeten staan van het besef van Gods tegenwoordigheid. God geeft immers een speciale belofte:
‘Want waar twee of drie mensen in Mijn naam samen zijn, ben Ik in hun midden’ (Matth. 18:20).
Dit is meer dan theorie. Dit is realiteit. God wil in het midden van zijn volk verkeren. Zou Hij dan ook niet in het midden van zijn kinderen zijn kracht willen openbaren? Het komt er echter op aan, dat we open staan voor die kracht. We zullen moeten geloven in zijn tegenwoordigheid. En vanuit dat geloof Hem ook moeten grootmaken. Slechts vanuit het besef dat Hij tegenwoordig is, zullen we tot Hem kunnen spreken, maar ook námens Hem kunnen spreken in profetie. Juist in dit spreken van de Heer komt de kracht van de Geest die al eerder in het individu werkzaam was, in het midden van de gemeente openbaar. Paulus zegt:
‘Maar profeteert iedereen, dan zal een ongelovige buitenstaander door iedereen worden beoordeeld en terechtgewezen. Alles wat hem heimelijk beweegt zal aan het licht komen en dan zal hij zich ter aarde werpen, God aanbidden en belijden: Werkelijk, God is in uw midden’ (1 Cor. 14:24,25).
Onze bewogenheid
Een tweede factor die van belang is om tot de openbaring van Gods kracht te komen, is ongetwijfeld onze bewogenheid met de mensen om ons heen. De reden dat God in het leven van Jezus op zo’n machtige wijze zijn kracht kon openbaren, was geen andere, dan alleen zijn bewogenheid. Als Jezus zijn leerlingen uitzendt om het evangelie van het Koninkrijk te verkondigen en hun daartoe de kracht van zijn Geest schenkt, doet Hij dit op grond van zijn ontferming met de menigte om Zich heen. Hij stelt vast dat zij zijn als schapen zonder herder en besluit dan zijn leerlingen te laten delen in de bewogenheid en kracht die de Vader in zijn eigen hart gewerkt heeft.
Wie zoekt naar de kracht van de Heer zal zich dan ook voor alles open moeten stellen voor de nood van de wereld om hem heen. Gods kracht komt tot openbaring door bewogen mensen! Gods liefde zoekt kanalen waarlangs Hij anderen met zijn verlossing bereiken kan, maar deze kanalen moeten ook zelfbewust in deze liefde willen delen. De apostel Paulus kende dit principe. Als er één leven geweest is, waarin Gods kracht zich kon openbaren, dan is het wel het zijne geweest. Maar hij was het dan ook die zeggen kon:
‘De liefde van Christus dringt ons …. ‘
Gehoorzaamheid
Tot slot willen we de gehoorzaamheid noemen als factor die van belang is bij het zoeken naar de volle openbaring van Gods kracht. We stelden al: God wil zijn volle kracht aan ons kwijt. Hij is er niet zuinig mee. Maar Hij verspilt haar niet. Hij wil de openbaring van zijn kracht schenken op het juiste moment en op de juiste plaats. Vandaar dat het van eminent belang is om te leren luisteren naar de stem van Gods Geest. Jezus zelf was daar het lichtende voorbeeld van. Zijn geheim was zijn afhankelijkheid, zijn luisteren naar de stem van de Vader, en zijn gehoorzaamheid aan die stem. Hij zegt dan ook:
‘Wanneer u de Mensenzoon hoog verheven hebt, zult u weten dat Ik het ben, en dat Ik niets uit mijzelf doe, maar over deze dingen spreek zoals de Vader het mij geleerd heeft. Hij die mij gezonden heeft is bij mij; Hij heeft me niet alleen gelaten, omdat Ik altijd doe wat Hij wil’ (Joh. 8:28,29).
Willen we als zonen van God openbaar worden, wil Gods volle kracht in ons werkzaam worden, willen we Gods Geest de ruimte geven, dan zullen we ons ook door Hem moeten laten leiden.
‘Allen, die door de Geest van God geleid worden, zijn zonen van God’ (Rom.8:14).