Pinksteren vandaag
Wat betekent Pinksteren voor ons vandaag? Voor velen is het een nietszeggende naam, die hoogstens een vrije dag oplevert. Opnieuw geboren christenen worden geacht meer waarde aan het pinkstergebeuren te hechten. Toch vraag ik me de laatste tijd wel eens af of de komst van de Heilige Geest wel die kracht en rijkdom voor pinkstergelovigen betekent, die de Heer bedoeld heeft.
Voor de apostelen brak een geheel nieuwe tijd aan, toen de Heilige Geest werd uitgestort. Ook óns geestelijke leven kan op een geheel ander niveau komen wanneer wij deze belevenis ervaren. Veel christenen leven echter alsof de Heilige Geest nooit was gekomen. Ook opnieuw geborenen gedragen zich vaak alsof er nooit een Pinksteren bestaan had. Daarom is het goed, dat we weer eens opnieuw tot ons laten doordringen, welke nieuwe dimensie God – door de komst van de Heilige Geest – aan ons leven wil toevoegen.
Leven uit de volheid
In de eerste plaats moeten wij er natuurlijk van uitgaan dat God zijn Geest wil geven aan ieder die gelooft. Want: ‘Ik zal uitstorten van mijn Geest op alles wat leeft’, zegt de Heer. Wanneer wij de doop in de Heilige Geest ontvangen hebben, is de tweede stap, ook werkelijk te gaan leven met die volheid van de Geest. Je zult je in het geloof de rijkdommen moeten toe-eigenen die de Heer je door zijn Geest wil geven, en daar ook mee gaan werken. Ik heb het idee, dat veel wedergeboren christenen denken, dat het automatisch wel goed zit als je maar eenmaal gedoopt bent met de Heilige Geest. Voor sommigen is het slechts een ‘eenmalige’ belevenis geweest en anderen ‘doen’ er in de praktijk van het dagelijkse leven zo weinig mee. 1 Korintiërs 2:12 zegt:
‘Wij hebben niet de geest van de wereld ontvangen, maar de Geest die van God komt, opdat we zouden weten wat God ons in zijn goedheid heeft geschonken’.
Dat is wat wij nodig hebben en dat is wat wij in dit artikel nog eens willen doen: Zien welke krachten en heerlijkheden ons door God bij het Pinkstergebeuren geschonken zijn.
De geweldige verandering die na de Pinksterdag plaats greep in het leven van de leerlingen kan ons tot voorbeeld dienen. Toen Jezus nog op de aarde rondwandelde, zorgde Hij voor hen. Als er problemen waren, loste Hij die voor ze op. Als zij een boze geest niet konden uitdrijven, deed de Heer dat voor hen en Hij maakte hun duidelijk wat er aan mankeerde. Hij onderwees hen telkens weer in de dingen van het Koninkrijk der hemelen en probeerde hun geestelijk inzicht bij te brengen. Als de leerlingen in gevaar verkeerden, wendde de Heer zijn kracht aan om hen in veiligheid te stellen. De leerlingen moesten er niet aan denken, dat hierin verandering zou komen. Toch zei Jezus tegen hen:
‘Werkelijk, het is goed voor jullie dat Ik ga, want als Ik niet ga zal de pleitbezorger, de Trooster niet bij jullie komen’.
De leerlingen zouden niet verweesd achterblijven. De Heilige Geest zou voortaan door hen zélf doen, wat vroeger de Heer voor hen deed. Ja zelfs nog meer!
De volle waarheid
Hoewel de Heer zijn leerlingen lang nog niet alles verteld had over het Koninkrijk der hemelen, durfde Hij hen toch met een gerust hart achter te laten. In Johannes 16:12 en 14 zegt Hij:
‘Ik heb jullie nog veel meer te zeggen, maar jullie kunnen het nog niet verdragen. De Geest van de waarheid zal jullie, wanneer Hij komt, de weg wijzen naar de volle waarheid …. Door jullie bekend te maken wat Hij van mij heeft, zal Hij mij eren’.
Na tweeduizend jaar doet de Heilige Geest voor ons nog steeds hetzelfde. Er is ongekend veel strijd en verwarring geweest over de vraag: ‘wat is waarheid?’ Men heeft alle tijden door kennis gehad van de schriften, men heeft alles gedaan om een duidelijk overzicht te geven van wat men nu eigenlijk geloofde en toch is men dikwijls straatarm gebleven. Wat God zoekt, zijn mensen die vol zijn van de Heilige Geest. Tegen wie de Geest kan spreken. Aan wie de Geest de ‘tijden en gelegenheden’ duidelijk kan maken. Het is goed als wij de waarheden uit Gods Woord juist leren kennen.
Het is echter zeker zo nodig, dat wij vol zijn van de Heilige Geest, zodat wij deze waarheden op de juiste manier kunnen hanteren. Pas dan zullen wij geestelijke mensen worden, als de Heilige Geest, de waarheden in ons leven en in het gemeenteleven op zijn wijze kan toepassen. Door de Heilige Geest zullen we niet vastlopen in een strak, bestaand schema van waarheden, of op bepaalde punten doorslaan naar een ongezond uiterste. We zullen oren hebben om te horen ‘wat de Geest tegen de gemeente te zeggen heeft’. Wanneer we door de Geest van God geleid worden, hoeven we ons standpunt niet angstvallig te verdedigen of in discussie te treden met andersdenkenden. Doordat we de kracht van de Geest zelf ‘aan den lijve’ hebben ondervonden, weten we, dat diezelfde Geest ook de ander zal overtuigen. De oprechten gaat immers het licht op!
Beter bidden
Tot op de Pinksterdag hadden de leerlingen niet goed kunnen bidden. Op een dag vragen zij Jezus dan ook: ‘Heer, leer ons bidden’. In nood en strijd had Jezus altijd voor hen op de bres gestaan. Als Jezus echter spreekt over de komst van de Heilige Geest, zegt Hij:
‘Als je dan iets vraagt in mijn naam, hoef Ik het niet meer namens jullie aan de Vader te vragen, want de Vader zelf heeft jullie lief ….’.
Ook wij mogen vrijmoedig tot de Heer gaan en al onze wensen bij Hem bekend maken. De Hebreeënschrijver zegt:
‘Laten we dus zonder schroom naderen tot de troon van de Genadige, waar we telkens als we hulp nodig hebben barmhartigheid en genade vinden’.
Niet langer hoeven wij met het idee rond te lopen: God luistert wél naar een ander, maar niet naar mij. We mogen zélf vragen wat wij maar wensen, en het zal ons gegeven worden. Veel gelovigen laten altijd maar anderen voor zich bidden. En dat mag ook wel, maar het hóeft niet. Als iemand zichzelf te nietig vindt om naar de Heer te gaan, heeft hij nog niet de rijkdom gezien van de Geest die in ons is. Minderwaardigheidscomplexen en gevoelens van onmacht horen niet bij een geestvervulde christen.
Als de volheid van de Heilige Geest werkzaam in ons is, zullen we beter de geestelijke werkelijkheid leren onderscheiden. Als je ziet wat er in de geestelijke wereld écht aan de hand is, word je juist boven je zelf uitgetild en ervaar je de heerlijkheid van God, hoe moeilijk de omstandigheden ook zijn. Dat gebeurde bijvoorbeeld bij Stefanus. Als er iemand was die zich verworpen had moeten voelen, was het Stefanus wel. De woede van de deftige raadsleden had zich tegen hem gekeerd. ‘Zij knarsten met de tanden’. Was Stefanus daardoor van zijn stuk gebracht? Integendeel. In Handelingen 7:55 lezen we:
‘Maar vervuld van de heilige Geest sloeg Stefanus zijn blik op naar de hemel en zag de luister van God, en Jezus, die aan Gods rechterhand stond’.
Wij hebben veel geleerd over de hemelse gewesten. Toch is het me opgevallen, dat velen staan of vallen met de opinie van mensen. Wanneer je vervuld bent met de Heilige Geest, hoor je niet het gepraat van mensen, maar ervaar je dat Jezus koning is. Je weet met je hart dat Hij Heer is. Daarom zegt de Bijbel ook dat niemand kan zeggen: ‘Jezus is Heer’, dan door de Heilige Geest. De waarachtige beleving van zijn heerschappij ervaar je pas als zijn Geest rijkelijk in je woont.
Bij Pinksteren hoort zending
Vóór Jezus naar de hemel ging, beloofde Hij zijn leerlingen, dat zij kracht zouden ontvangen, als de Heilige Geest over hen zou komen. In de eerste plaats zou die kracht voldoende zijn om zélf een overwinnend leven te kunnen leiden. Met de komst van de Heilige Geest beloofde de Heer hen immers: gerechtigheid, vrede (Joh. 14:27) en blijdschap (Joh. 16:22). En met deze goddelijke eigenschappen, gerealiseerd in het leven van gelovigen, zou het Koninkrijk van God werkelijkheid worden:
‘Want het Koninkrijk van God bestaat uit: rechtvaardigheid, vrede en blijdschap, door de Heilige Geest’ (Rom. 14:17).
Wanneer wij dus één of meerdere van deze kenmerken missen, is het Koninkrijk van God nog niet helemaal werkelijkheid geworden in ons leven. De oplossing is dan: ernst maken met de doop in de Heilige Geest! De kracht die Jezus bij zijn heengaan beloofde, zou echter niet slechts voldoende zijn voor ons persoonlijke leven, het zou een stroom van levend water worden, die uit ons zou vloeien en waardoor ook anderen, die nog in de duisternis leven, gezegend zouden worden.
In Handelingen 1:8 staat direct achter de belofte van kracht, de oproep om het evangelie te gaan verkondigen. In de naaste omgeving. Wat verder weg. En zelfs tot aan het uiterste van de aarde. In onze dagen hoor je niet zo veel meer over evangelisatiewerk. Zendelingen worden er vanuit de gemeenten in Nederland bijna niet meer uitgezonden. Als de kracht en de volheid van de Heilige Geest weer reëel worden – en dat hangt niet van de Heer af – zal dit veranderen. Zending en evangelisatie horen bij Pinksteren!
De Heer zond niet alleen zijn leerlingen uit na de komst van de Trooster, Hij gaf hun ook heerlijke beloften daarbij. De dingen die zij in Jezus zo bewonderd hadden, zouden zij door de Heilige Geest voortaan zélf kunnen doen: zieken genezen en boze geesten uitdrijven. En die beloften zijn ook voor ons. De leerlingen zouden macht krijgen over de legermachten van satan. Niet langer zouden ze in hun angst hoeven uit te schreeuwen: ‘Heer, help ons, wij vergaan!’ Zonder angst zouden zij de slangen kunnen opnemen en zelfs iets dodelijks drinken.
Wanneer zij bij de prediking van het evangelie voor hooggeplaatsten verantwoording zouden moeten afleggen van het geloof dat in hen was, zouden ze niet bevreesd hoeven te zijn, want de Heilige Geest zou hun op het eigen ogenblik leren wat zij zeggen moesten. Door de Heilige Geest hoeven ook wij nooit bang te zijn dat we met een mond vol tanden staan.
Bij de verkondiging van de boodschap van het Koninkrijk der hemelen zou de Heer hen leiden door zijn Geest. Dat zou Petrus ervaren, toen hij – tegen de Joodse wetten in – bij een heiden op visite moest. Dat zou Paulus ondervinden, toen hij in een droom door een Macedonische man geroepen werd, en dat zou hij ook merken, toen hij ergens heen wilde gaan, waar God hem niet hebben wilde: ‘De Geest van Jezus liet het hun niet toe’.
Wanneer de Geest van de Heer in je is, en je bent bezig met de prediking van het evangelie, met de opdracht die de Heer zelf gegeven heeft, kun je onwankelbaar zijn, hoe de golven ook over je heen slaan, je weet immers dat de Geest van God je geleid heeft en dat de rijkdom van die Geest, ondanks de strijd, overvloedig in je is. Dan laat je je niet intimideren door de vijand! Want:
‘Hij die in ons is, is sterker dan hij die tegen ons is!’