Jezus Christus
Zoon van God, de Mensenzoon
Jezus Christus is het evenbeeld van God en in Hem schittert Gods luister. (Hebr.1:3) Hij laat zien wie God werkelijk is (Joh.1:18; Kol.1:15). Jezus Christus liet Gods ware aard zien, namelijk liefde en goedheid:
‘De boodschap die wij van de Zoon gehoord hebben en aan u overbrengen luidt: God is licht en er is in hem geen spoor van duisternis.’ (1 Joh. 1:5)
Door het Woord van God en door de kracht van zijn Geest, de Heilige Geest, werd Jezus bij Maria verwekt. Omdat Maria de woorden van God geloofde kon Jezus uit haar, een maagd, geboren worden. Daarom is Jezus zowel de Zoon van God als de Mensenzoon. (Matth.1:18-25,16:16, Luc.1:26-37, Joh.1:6,14, 1 Tim.2:5).
God zegt over zijn Zoon:
‘Jezus is mijn geliefde Zoon, de Man naar mijn Hart,’ (Luc. 3:22)
De Mensenzoon
Jezus weet als geen ander waar wij mensen doorheen gaan, omdat Hijzelf als mens van vlees en bloed geleefd en geleden heeft. In elk opzicht heeft Hij verleiding en tegenstand doorstaan, maar zonder te zondigen (Heb 4:15). Jezus is ons in alles tot voorbeeld, door zijn woorden en daden heeft Hij ons laten zien hoe we leven moeten (1 Petr. 2:21). Hij is de eerstgeborene, onze oudste broer – en noemt ons zijn broers en zusters (Rom. 8:29; Hebr. 2:11).
Het Lam van God
Jezus gaf zijn leven aan het kruis, om ons vrij te kopen van zonde en dood (1 Tim. 2:6). Hij is onze redder, het Lam van God dat onze zonde wegneemt en verzoent ons met God (Joh. 1:29). Alleen door Jezus hebben wij toegang tot de Vader (Joh. 14:6). Hij is elke dag mét ons en pleit voor ons (Hebr. 7:25). Alleen door Jezus hebben wij eeuwig leven!
De opgestane Heer
Jezus is opgestaan uit de dood en heeft daarmee de macht van dood en duivel gebroken (2 Tim. 1:10). Door Zijn overwinning heeft Hij de basis gelegd voor ónze overwinning. Daarom heeft God Hem uitermate verhoogd en Hem de naam boven alle naam gegeven, opdat in de naam van Jezus Christus zich alle knie zal buigen en elke tong zal belijden: Jezus is Heer, tot eer van God de Vader (Fill. 2:9)! Jezus is Heer: dit betekent ook dat wij Hem gehoorzamen (Hebr. 5:9). Jezus is nu gezeten aan de rechterhand van God op de troon en vestigt van daaruit Zijn koninkrijk door middel van de gemeente (Kol. 3:11).
Zijn navolging waard
Jezus was en is volkomen afgestemd op zijn Vader en van Hem afhankelijk (Joh. 9:4). Hij daagt ons uit om Hem daarin na te volgen. Om een leven te leiden dat op Hem gericht is in denken, spreken en doen.
‘Toen vroeg Jezus hun: ‘En wie ben Ik volgens jullie?’
‘U bent de Messias, de Zoon van de levende God,’ antwoordde Simon Petrus.
Daarop zei Jezus tegen hem: ‘Gelukkig ben je, Simon Barjona, want dit is je niet door mensen van vlees en bloed geopenbaard, maar door mijn Vader in de hemel.
En Ik zeg je: jij bent Petrus, de rots waarop Ik mijn gemeente zal bouwen en de poorten van het dodenrijk zullen haar niet kunnen overweldigen.’ (Matth. 16:15-18)