Pasen – nieuw leven!

 

Ze zullen de spot met hem drijven en hem bespuwen en hem geselen en doden, maar na drie dagen zal hij opstaan. (Marcus 10:34)

De tijd gaat snel. Nog maar enkele weken, en we vieren weer Paasfeest. Het eerste christelijke feest in dit nieuwe jaar. Het feest van de opstanding, van het nieuwe leven dat zich baan breekt. De natuur om ons heen is er een zichtbare illustratie van. Pasen betekent: leven! En dat is iets wat de mens op het lijf geschreven is. Leven, eeuwig leven, het hoort bij hem, daar is hij voor geschapen.

Toch valt er ook nog wel wat anders te zeggen. Hoewel God de schepping zeer goed geschapen heeft en het alles enkel licht was, heeft de dood zijn intrede gedaan. Als een immense zwarte deken kwam de duisternis over de mensheid te liggen. Doodsheid, dorheid kenmerkt het bestaan van velen. Dit alles komt voort uit het feit dat de mens zich door de satan liet verleiden en daardoor bij God vandaan getrokken werd. God – de bron van alle licht en leven – kon niet langer volledig zijn weldadige klimaat in zijn schepselen openbaren. Er kwam een duistere macht tussenin te staan. Zonde maakt scheiding – de bijbel spreekt ervan:

‘Het loon van de zonde is de dood’ (Rom. 6:23).

Er is geen mens die niet ‘recht’ zou hebben op dit ‘loon’. Er is immers niemand die volmaakt zondeloos weet te leven; dus zou aan iedereen dit loon uitbetaald moeten worden. In Romeinen 5 vers 12 staat het zo:

‘Door één mens is de zonde in de wereld gekomen en door de zonde de dood, en zo is de dood voor ieder mens gekomen, want ieder mens heeft gezondigd’.

Zo lagen de zaken dus; een algemene doem lag over de mensheid. Wij allen waren op weg om voor eeuwig van God gescheiden te blijven, geketend door duistere banden van het dodenrijk. Wie zou daar verandering in kunnen aanbrengen? We weten het; er was slechts Eén die dit kon. En die het gedáán heeft ook. Jezus, het vleesgeworden Woord, de volmaakte mens, alleen Hij was in staat om de straf op de zonde te dragen en deze daardoor voor alle mensen weg te nemen.

Goede Vrijdag gaat vooraf aan Pasen. Immers: zonder dood geen opstanding. Welnu, Jezus is de dood ingegaan, vrijwillig, voor u en mij. Aan Golgotha’s kruis droeg Hij volledig de zondelast van heel de wereld: Hij heeft de drinkbeker van het lijden tot de laatste druppel leeg gedronken. Heel de hel liep storm op Jezus; er is niet één duistere macht die niet op Hem is aangelopen. Aan Golgotha’s kruis heeft de Heiland een volkomen offer gebracht. Jesaja profeteerde er al van:

‘De straf die ons de vrede aanbrengt, was op hem, en door zijn striemen is ons genezing geworden’ (Jes. 53:5b).

Beladen met de totale schuld van het mensdom is Jezus de dood ingegaan. Zo trad Hij het dodenrijk binnen. Wat een triomf moet dat geweest zijn voor de satan en zijn trawanten. Had de duivel niet al aan de voet van het kruis – door middel van mensenmonden – gehoond: ‘Hij heeft anderen gered, maar Zichzelf kan Hij niet redden’ (Matth. 27:42). Wat had Jezus in drie jaren van zijn actief bezig zijn met het Koninkrijk der hemelen niet een geweldige dingen gedaan. Bezetenen werden bevrijd, zieken genazen, zondaars ontvingen vergeving. De hel was in rep en roer geweest, want Jezus zette de ene na de andere macht voor schut; stuk voor stuk ontwapende Hij hen. Maar wat een overwinning voor de satan, nu deze Jezus dan toch uiteindelijk afgevoerd werd naar het dodenrijk. De grote generaal was gevangengenomen, zijn leger zou nu wel snel volgen. De triomf leek compleet. Goede Vrijdag werd het eerst in de hel gevierd! De meest succesvolle dag voor het rijk der duisternis.

Toch heeft de satan niet voldoende aandacht besteed aan Jezus’ laatste kreet, vanaf het kruis geslaakt:

‘Het is volbracht!’

Een volkomen offer heeft de Heer gebracht; Hij liet Zich niet verlokken om op het laatste moment dan toch nog van het kruis af te komen. Immers, wanneer Hij dat gedaan zou hebben, was zijn missie mislukt geweest. Dan was er geen verzoening voor de zondeschuld. Dan hadden wij allen persoonlijk de straf moeten dragen voor onze ongerechtigheden. Nee, Jezus verliet zijn post niet, Hij bleef trouw tot in de dood. En daarmee was het sluitstuk van zijn verzoeningswerk gereed; het werk was volbracht. Hier begon de dageraad te gloren voor ieder die van God vervreemd is. De duivel had echter nog één sterke troef in handen: de bewerker van het heil in handen houden, Hem vastketenen in banden van de dood. Want hoe zou de mens zich kunnen verlaten op een Verlosser, als deze Zelf in de gevangenis zou zitten? Hoe zou de mensheid deel kunnen hebben aan het nieuwe leven, wanneer haar Heer Zelf in de dood zou zijn? Glorie: de Heer is niet in het dodenrijk gebleven. Ook de laatste vijand – de dood – is door Jezus aan de zegekar gebonden.

 Jezus is Overwinnaar!

De evangeliën in de bijbel vertellen slechts de ‘buitenkant’ van dit gebeuren. Er is daar sprake van enkele vrouwen die bij het graf van Jezus komen op de vroege Paas-morgen. Zij komen daar om hun Heer te bewenen. Ze hadden nog wel zulke grote verwachtingen gehad, en wat is er van terechtgekomen: niets. Een doffe berusting ligt over hen. Het enige wat zij nog kunnen doen is zijn stoffelijk overschot eer bewijzen, door het te zalven. Meer kunnen ze niet doen. Maar zover komen ze niet. Wanneer zij bij het graf verschijnen staan zij plotseling oog in oog met een engel. De tijding die deze hemelse boodschapper hun doorgeeft is haast niet te geloven:

‘Wees niet bang, ik weet dat jullie Jezus, de gekruisigde, zoeken. Hij is niet hier, Hij is immers opgestaan, zoals Hij gezegd heeft’ (Matth. 28:5).

Het grootste werk, ooit door Jezus verricht, was voor het natuurlijk oog verborgen gebleven. Het vond plaats in de onzienlijke wereld, in de hemelse gewesten. In de regio van het rijk van de duisternis – locatie: dodenrijk – werd de grote zegepraal behaald. Daar schudde Jezus de ketens van de doodsmachten van Zich af en gelastte Hij Apóllyon, de koning van de dood, de sleutels van dood en dodenrijk aan Hem af te geven. Heel de macht van dit duistere satansrijk werd op slag gedegradeerd tot een ongekende onmacht. Het rijk van de dood werd door schrik bevangen: hier stond de grote Overwinnaar! De machtige Zoon van de levende God, Jezus, die kort daarna zou zeggen tot zijn discipelen aan wie Hij verscheen: ‘Aan Mij is alle macht gegeven in de hemel en op aarde’ (Matth. 28:18). Zelfs de macht van de dood is aan Hem onderworpen!

 Wat voor zin heeft de opstanding?

Het wordt weer Pasen. De vraag is nu: wat hebben wij daaraan? De christenheid gedenkt de opstanding van haar Heer, maar is dit nog wel relevant? Is er werkelijk een opstanding van doden? Velen betwijfelen dit en zelfs niet alleen onkerkelijken. Het moderne denken breekt ook hierin door via universiteit en kansel. Trouwens, ook in dit opzicht is er niets nieuws onder de zon. De apostel Paulus had destijds ook al te maken met deze gedachte. Zelfs onder gelovigen had de mening postgevat van: dood is dood. In 1 Korintiërs 15 geeft de apostel een uitvoerige uiteenzetting over deze zaak. Hij stelt het als volgt:

‘Het belangrijkste dat ik u heb doorgegeven, heb ik op mijn beurt ook weer ontvangen: dat Christus voor onze zonden is gestorven, zoals in de Schriften staat, dat Hij is begraven en op de derde dag is opgewekt, zoals in de Schriften staat’ (verzen 3 en 4).

Terwijl de andere apostelen de Heer na zijn opstan-ding allen met eigen ogen gezien hadden, moest Paulus uit een heel andere ervaring putten. Hij was er niet bij geweest, bij de zichtbare confrontatie met de opgestane Heer. Pas later, toen Jezus al was opgevaren naar de hemel, zou Paulus (toen nog Saulus geheten) een verlaat tête-à-tête met Jezus hebben. Een gééstelijke ontmoeting, zo reëel, dat dit hem heel zijn leven zou bijblijven. Paulus hoefde de Heer niet zichtbaar te zien, hij maakte op veel hoger niveau met Hem kennis. Het zou dezelfde apostel zijn, die later nog dieper ingeleid zou worden en zelfs tot in de derde hemel opgetrokken zou worden en daar woorden zou horen die het een mens niet geoorloofd is om uit te spreken (2 Cor. 12:4). Welnu, deze Paulus zet tegenover de Korintiërs uiteen wat de betekenis is van het machtige heilsfeit, dat Christus is opgewekt. Hij verplaatst zich allereerst in het denken van de natuurlijk denkende mensen die hem met hun tegenwerpingen benaderden.

‘Maar als Christus niet is opgewekt, is uw geloof nutteloos, bent u nog een gevangene van uw zonden en worden de doden die Christus toebehoren niet gered. Als wij alleen voor dit leven op Christus hopen, zijn wij de beklagenswaardigste mensen die er zijn’ (1 Cor. 15:17-19).

Als Christus niet is opgewekt, houden de christenen zich bezig met een fata morgana, een luchtspiegeling. Er zijn velen die zulke gelovigen maar als zielige mensen be-schouwen. Dood is immers dood – dat geldt voor iedereen. Wanneer deze lui gelijk zouden hebben, zou dus het Paasfeest een zinloze zaak zijn. Beklagenswaardig zouden we zijn, mensen over wie meewarig gesproken zou moeten worden. ‘Er is nog nooit iemand van de andere kant teruggekomen’, zegt men wel eens. En dit moet dan het bewijs vormen dat er geen opstanding uit de doden is. Toch is er wel terdege Eén die teruggekomen is. Alleen hebben zulke ongelovigen daar geen weet van, zij hebben nog nooit een ontmoeting met Hem gehad. Zij kennen de opgestane Heer niet en daarom hebben ze Hem doodverklaard.

En toch: wij vieren Paasfeest, en ontelbaren over heel de wereld met ons. Met de apostel belijden ook wij:

‘Maar Christus is werkelijk uit de dood opgewekt, als de eerste van de gestorvenen’.

Ons richtsnoer voor deze belijdenis is: a) de bijbel, Gods onfeilbaar Woord, b) de ervaring die wij zelf persoonlijk met Jezus Christus hebben gehad. Niet een natuurlijke, zichtbare confrontatie, maar een duidelijke ontmoeting in de geest. Ware geestelijke mensen zien namelijk niet alleen met hun natuurlijke, maar beschikken ook nog over geestelijke ogen. Daarmee kunnen zij ontwaren wat voor anderen verborgen blijft.

Paasfeest geldt niet alleen de opstanding van Christus, Paasfeest is ook onze opstanding ten leven! Jezus heeft zelf gezegd:

‘Waarachtig, Ik verzeker u: wie luistert naar wat Ik zeg en Hem gelooft die Mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven; over hem wordt geen oordeel uitgesproken, hij is van de dood overgegaan naar het leven’ (Joh. 5:24).

Is dit niet een heerlijke boodschap? Wie in Jezus Christus gelooft, is al overgegaan tot het eeuwige leven. Zij die in Hem geloven, kunnen naar het lichaam nog wel sterven, maar zij zullen het dodenrijk niet zien. Hun inwendige mens zal voor eeuwig bij de Heer zijn. Hij Zelf staat daar garant voor. De christen zal zijn aardse, vergankelijke lichaam achterlaten en er een verheerlijkt lichaam voor in de plaats ontvangen. Zo, samen met de Heer, zullen wij straks openbaar worden, om het herstel van de schepping krachtig ter hand te nemen. Door kruis en opstanding heeft Christus hiervoor de basis gelegd. En op die basis wordt voortgebouwd.

Paasfeest – opstandingfeest. Het is begonnen bij Jezus, Gods Zoon; het werkt door in allen die werkelijk in Hem geloven. De deuren van het doodrijk zijn opengebroken, ook voor ons. Jezus is de Sterkere gebleken!