God, onze Vader

 

Alles is uit, door en tot God

Er is maar één God:

‘Luister Israël! De Heer is onze God, de Heer is de Enige.’ (Deut. 6:4). 

Dit is de basis van ons geloof. Wij erkennen en aanbidden Hem als onze God, oneindig groot en vol heerlijkheid. God is één: bij Hem is geen tegenstrijdigheid of verandering. Hij is de eeuwige God, die er altijd al was en er altijd zal zijn (Jak. 1:17). God is de schepper van de hemel en de aarde, de zichtbare en de onzichtbare wereld. Hij schiep daarbij de mens naar zijn eigen beeld en zijn gelijkenis (Gen. 1:26-27). Alles is uit Hem ontstaan, alles wordt door Hem onderhouden en alles heeft in Hem zijn doel (Rom. 11:36). God wil zich dan ook aan de mensen doen kennen en zijn voornemens in hen realiseren:

‘Hij heeft nu, op het einde van de dagen, tot ons gesproken door de Zoon, die Hij tot erfgenaam gemaakt heeft van al wat bestaat, door wie Hij ook het heelal heeft geschapen.’ (Hebr. 1:1,2). 

God is enkel goed

Gods natuur, bedoelingen en handelen zijn door en door enkel goed. Hij is alleen licht; er is geen enkele duisternis in Hem en Hij brengt geen enkele duisternis voort (1 Joh. 1:5; Jak. 1:13). Ook in dit opzicht is Hij één. God oordeelt en handelt rechtvaardig (Op. 15:3; Joh. 5:30). Hij is trouw aan zijn voornemen met de mensen en met zijn schepping en brengt dat op een volmaakte manier tot stand. 

God is liefde

Het wezen van onze God wordt gekenmerkt door liefhebben. Alles wat Hij doet komt voort uit zijn liefde. Uit liefde schiep Hij de mensen. Hij wil een liefdesband met ons opbouwen en ons tot zijn verheven doel brengen (1 Joh. 4:7-16). God is vol van genade (Rom. 3:24). Hij wil mensen rechtvaardigen, behouden, bevrijden, beschermen, opvoeden, en dat alles zonder tegenprestatie. Zijn liefde bracht Hem ertoe zijn enige Zoon te geven opdat wij eeuwig zouden leven. (Joh. 3:16) 

God is onze Vader

Iedereen die Gods liefdevolle boodschap aanvaardt en zich bekeert, mag zich een kind van God noemen; is uit Hem geboren (Joh. 1:12; 1 Joh. 3:1). Gods kinderen zijn dan ook leden van een hemels gezin en kunnen op vertrouwelijke en intieme wijze met God hun Vader omgaan. (Ef. 2:19)