Nakomelingen van Jezus
’Maar de wandaden van ons allen liet de HEER op Hem neerkomen.’ (Jes. 53:6)
Bovenstaand tekstgedeelte hoort tot de meest besproken en overdachte gedeelten van het boek Jesaja. De profeet spreekt hier over ‘de lijdende knecht van de Heer’, over het verzoenend werk dat Hij voor de mens zou volbrengen. Het plaatsvervangend lijden van de Verlosser wordt in dit hoofdstuk breed uitgemeten. En er wordt dan ook nu nog steeds uitvoerig over gesproken en gepredikt. De basis van het evangelie is erin te vinden: verzoening voor de mens die door zijn zondeschuld bij God in het krijt is komen te staan. Daar is het vlekkeloze Lam van God voor geslacht; vrijwillig heeft Hij zich voor ons in de dood gegeven. Hem zij daarvoor alle lof en dank van ons hart. Er zijn echter heel wat christenen die graag nog een stap verder gaan. Want dit hoofdstuk spreekt niet alleen van verzoening, doch ook van genezing.
‘Onze ziekten heeft Hij op Zich genomen en onze smarten gedragen’,
luidt het in vers 4. En daar begint onder de gelovigen al een scheiding in denken en belijden te ontstaan.
‘Dat is alleen maar in geestelijke betekenis bedoeld’,
beweert de ene groepering. Het zou dus niets met lichamelijke genezing te maken hebben. Deze gedachte spruit voort uit de ervaring dat er ook onder christenen nog zoveel ziekte voorkomt. En natuurlijk wordt er gebeden of de Heer genezing wil geven. Let wel: bidden in vragende zin. ‘Heer, wilt u…?’ en geen wonder dat het wonder van genezing dan veelal uitblijft. Met als gevolg dat men gaat beweren:
‘Die profetie van Jesaja aangaande de ziekte en smarten die Jezus voor ons op Zich heeft genomen kan nooit letterlijk bedoeld zijn’.
Met als gevolg dat men zich hoofdzakelijk bepaalt bij het zesde vers wat spreekt van de straf die Hij voor ons op zich heeft genomen. Hij heeft ons aller ongerechtigheid gedragen. Geloofsgenezing of gebedsgenezing blijft iets wat meer behouden schijnt te zijn voor de pinkstergroepen. Ook wij scharen ons graag onder deze kinderen van God die geloven in wonderen. En we getuigen met dankbaarheid dat we wonderen erváren hebben, ook in dit opzicht.
‘Jezus redt en geneest en Hij doopt met Gods Geest’,
is en blijft daarom ook onze belijdenis. De Heer maakt zijn beloften waar, ook aan de zieken en geschondenen, al weten ook wij dat dit niet altijd zomaar van een leien dakje, gaat. De vroege regen is gevallen, maar wij wachten nog op de uitstorting van de volle kracht van Gods Geest. Onze verwachtingen zijn hoog gespannen.
Gods plan gaat door
We hebben het nu gehad over verzoening en genezing. En daarmee hebben we al een zekere scheiding onder de gelovigen gesignaleerd. Gelukkig zijn er velen die deze twee facetten van het evangelie met beide handen aangrijpen. En daarmee hebben zij het plafond bereikt. Hun geloof, hun prediking cirkelt om deze twee bijbelse waarheden. Schuldvergeving en genezing, dat is het. Wanneer je met God verzoend bent en lichamelijk gezond bent, heb je toch wel alles wat je hart kan begeren. Dat is het einde. Toch zien al degenen die er zo over denken een uiterst belangrijk onderdeel van het evangelie over het hoofd. Het hier reeds genoemde hoofdstuk van Jesaja zegt namelijk nog veel ingrijpender dingen. Het spreekt uitvoerig over de lijdende Knecht van de HEER die de smart en de verdrukking op zich heeft genomen. De vraag is: waarom heeft Hij dit gedaan? Om de mens te verlossen, hem weer met God in het reine te brengen, natuurlijk. Ja maar, is dat alles? Wanneer de mens los is gekomen van de satan die hem ketende en zijn duister klimaat op zijn leven legde, wat dan? Is het dan verder alleen maar een zaak van genieten van de zegeningen die de Heer in overvloeiende mate geeft? Of heeft God een plan met zijn verloste kinderen? Het tiende vers van genoemd hoofdstuk zegt:
‘Wanneer Hij zichzelf ten schuldoffer heeft gesteld, zal Hij nakomelingen zien en een lang leven hebben én het voornemen van de HEER zal door zijn hand voortgang hebben’.
Kijk eens aan, twee nieuwe gezichtspunten die meestal over het hoofd worden gezien:
1. Hij zal nakomelingen zien,
2. Het voornemen van de HEER zal voortgang vinden, eenvoudiger gezegd: Gods plan gaat door!
Er is méér
Jezus heeft zichzelf in de dood gegeven om zondaars gelukkig te maken, dat is bekend. Maar er is méér. De bedoeling van het verlossingswerk van Jezus is dat Hij nakomelingen zal krijgen. Het natuurlijk leven illustreert wat wij hieronder moeten verstaan. Wanneer uit een negerhuwelijk kinderen worden geboren, zullen dezen zonder twijfel donker van uiterlijk zijn. Wanneer een blank echtpaar nakroost verwekt, zal dat blank van huidskleur zijn. En dat zijn dan nog maar de uiterlijke overeenkomsten tussen ouders en kinderen. In ieder geval is het duidelijk dat iemands nageslacht grote overeenkomst vertoont met degenen uit wie hij geboren is. Deze lijn kunnen wij doortrekken in het geestelijke. In dit geval met betrekking tot de nakomelingen van Jezus. Zij zullen op Hem lijken, zijn wezen dragen. Dat zal voor velen inderdaad een nieuwe gedachte zijn, een idee waar zij niet zo gemakkelijk aan zullen kunnen wennen. Op Jezus lijken, kan dat werkelijk? Wij zongen vroeger op de zondagsschool: ‘Helaas, ik ben niet als Jezus, dat ziet een elk aan mij, ach, Heiland wil mij helpen en maak mij zoals gij’. Het werd wel gezongen, maar eigenlijk hadden wij – en degenen die ons dat vers leerden – alleen maar geloof voor de eerste regel van dat lied: ‘Helaas, ik ben niet als Jezus’. Begrijpelijk dat menigeen dit verzucht. Want de Verlosser was toch wel een heel bijzonder iemand. De Mensenzoon, vol van genade en waarheid, altijd afgestemd op de wil van de Vader.
En toch: Jezus die onberispelijk wandelde voor Gods aangezicht, zal ook in dit opzicht niet de Enige blijven. Hij zal nakomelingen hebben: mensen die sprekend op Hem zullen lijken, in wie Gods volheid woont en werkt. Dit is een van de heerlijkste: resultaten van het verlossingswerk van onze Heer. Hij ‘heelt’ inderdaad, en niet alleen ‘gebroken harten’, zoals het lied zegt. Hij heelt de totale mens, maakt hem tot alle goed werk volmaakt toegerust. Gods plan met de schepping is het herstel van alle dingen, in het bijzonder van de mens. God zoekt niet alleen mensen te redden van de ondergang, doch wil hen een plaats geven op zijn troon, zodat zij met de Mensenzoon kunnen regeren tot in alle eeuwigheden. De verhoogde Meester is bezig zich een parlement te vormen waarmee Hij de aarde kan besturen. Dit is het plan van God. Onze tekst zegt dat dit plan (dit voornemen) voortgang zal vinden. Het gaat door! Ondanks alle pogingen van de satan om dit plan te verijdelen. Ondanks het feit dat veel gelovigen het hoofd schudden wanneer zij over deze dingen horen spreken. Zij zullen er geen deel aan hebben indien zij zich niet van hun ongeloof bekeren.
Het volwassen zoonschap
De mens verlost van zonde, ziekte, gebondenheden en remmingen, zal in staat zijn om – door de Geest geleid – op te groeien naar het volwassen zoonschap. En dan staat er niets meer in de weg om net als Jezus volkomen te wandelen voor Gods aangezicht. Dan bedenken wij altijd de dingen van de Vader, dan is er geen boze macht meer die ons van deze heilige wandel kan afbrengen. Een wonderlijke gedachte? Nee, eigenlijk helemaal niet. Meer verwonderlijk is het dat een groot deel van de christenheid het zicht op deze heerlijke boodschap is kwijtgeraakt. Zoals reeds gezegd, houdt men het maar bij de vergeving van zonden en misschien ook nog wel bij de genezingsboodschap en de doop in de Geest, maar dan hebben we het verder ook wel gehad. Het plafond is daarmee bereikt. Dat de mens zal opgroeien naar het beeld van de Zoon van God, komt eenvoudigweg niet in de gedachten op. En wie er wel over durft te spreken, wordt als ‘extreem’ betiteld. Jagen naar de volkomenheid, waar de apostel zo duidelijk over sprak, wordt dan vertaald als: ‘poetsen aan je ziel’.
Met machtigen de buit delen
Het hoofdstuk waar we het hier over hebben, besluit met een gedachte die alle voorgaande overtreft. Namelijk:
‘… met machtigen zal Hij de buit verdelen’.
Slaan wij de commentaren er op na dan blijft er van de ware betekenis van deze heerlijke uitspraak niet veel meer over. Men ziet slechts dat Christus – de grote overwinnaar – de gelovigen als buit binnenhaalt. ‘De talrijken zal Hij als buit ten deel ontvangen’, heet het dan. Dit is niet helemaal onjuist, want Jezus heeft zijn gemeente veroverd op het rijk van de duisternis; Hij heeft de satan zijn prooi ontnomen. Maar de heerlijkheid van Jezus’ overwinning is nog veel groter. Hij is het die vele zonen tot heerlijkheid zal brengen. Hij is het die velen tot overwinnaars zal maken. Dit zijn de machtigen met wie Hij de buit zal delen. Welke buit? De schepping in zijn totaliteit die rechtmatig ontnomen wordt aan de duivel die al te lang de werken van Gods hand bezoedelde en in bezit hield. De bijbel leert ons dat de overheden en machten al door Jezus onttroond zijn. Nu zullen dezen in de eindtijd – door alle beproevingen heen – ook door de kinderen van God overwonnen worden en tot een voetbank voor zijn voeten gemaakt worden. De Heer wacht daarop (zie Hebreeën 10:13). Wanneer wij Jesaja 53 in het kort analyseren, komen de volgende punten als belangrijkste naar voren. De oorspronkelijke volgorde even loslatende noemen wij:
-
De schuldvergeving, door het volmaakte offer dat het Lam van God heeft gebracht;
-
De Heer zal zijn ware volgelingen voeren tot volkomen overwinning over iedere tegenwerkende demon. Met deze overwinnaars zal Hij de troon van God delen, om te heersen over de hele schepping. Gods wondermooie schepping die als buit ontnomen wordt aan de satan. Deze buit zal verdeeld worden onder ‘de machtigen’. En de satan – Gods grote tegenstander – zal berooid worden weggezonden, naar de buitenste duisternis, de poel van vuur. De zegevierende Gemeente daarentegen zal stralen als de morgenster!;
-
Het plan van God gaat door! Niets en niemand kan zijn goddelijke planning in de war sturen. Al lijkt het wel eens anders: de Heer volvoert zijn plan. Een plan dat grootser en machtiger is dan wij vroeger ooit beseft hebben. Halleluja!
-
Onze ziekten en droefheid zijn op Hem gelegd. En waar Hij deze gedragen heeft, hebben wij vrijmoedigheid te claimen dat wij hier van verlost zullen zijn;
-
Jezus zal nakomelingen hebben. Hij verwekt nageslacht dat zijn beeld zal dragen;
Ware nakomelingen van Jezus
Al met al zien wij hoe dit overbekende hoofdstuk uit Jesaja uiteindelijk een boodschap verkondigt die met recht gekarakteriseerd kan worden als een ‘volledig’ evangelie. Het volle pond voor de christen die zich metterdaad uitstrekt naar ‘al de volheid van God’. Gods eigen Woord moedigt hem ertoe aan. Zouden wij dan met een boodschap genoegen nemen die niet verder reikt dan vergeving van zonde en genezing van het lichaam? Of zullen wij ons inzetten om het volledige evangelie te geloven en uit te werken in ons leven en in de gemeente waar de Heer ons geplaatst heeft? Dat is in ieder geval het allerbeste. De nakomelingen van Jezus zullen zich – net als hun Heer – richten naar de gedachten van God. Zodat zij in en door Hem als machtigen openbaar zullen worden en met Hem de buit zullen delen. Zodat de schepping verlost en geregeerd zal worden op de manier zoals God het bedoeld heeft.