Jezus in de synagoge

 

Jezus in de synagoge te Nazareth

 De leer van Jezus centraal

In het verhaal van Jezus’ optreden te Nazareth, dat we in Lucas 4:4-30 vinden, komt duidelijk naar voren dat onze Heer onafscheidelijk met zijn leer was verbonden. In Marcus 1:15 wordt meegedeeld dat de kern van zijn prediking de volgende gedachte bevatte:

‘De tijd is vervuld en het Koninkrijk Gods is nabij gekomen. Bekeert u en gelooft het evangelie’.

Het ogenblik van een nieuwe tijd en van een gelukkige periode was aangevangen. Er was een vastgesteld tijdstip in het herstelplan van God aangebroken met een uitzonderlijke historische betekenis. Het uur van de beslissing was gekomen maar noch Nazareth noch Jeruzalem hebben dit herkend. Aan het einde van Jezus’ bediening klonk het daarom uit zijn mond:

‘Had ook jij op deze dag maar geweten wat vrede kan brengen! Maar dat (evangelie van het Koninkrijk der hemelen) blijft voor je verborgen, ook nu’ (Luc. 19:42).

Daarom huilde de Heer over de inwoners van Jeruzalem.

Wanneer ook de christenheid in onze tijd dit evangelie niet accepteert, betekent dit ook voor haar de ondergang. Zo waren de dwaze maagden niet ingesteld op de demonische duisternis in het middernachtelijke uur. Waar wij deze eschatologische fase ingegaan zijn, geldt ook voor onze generatie:

‘Bekeer u en geloof het evangelie van het Koninkrijk der hemelen’.

Slechts een algehele omkeer en vernieuwing van denken is mogelijk door dit evangelie te aanvaarden, ‘want het geloof is door het horen en het horen door het woord van Christus’ dat immers betrekking heeft op de geestelijke wereld (Rom. 10:17). Alleen dit evangelie kan de mens trekken uit de duisternis van de demonie tot het Levenslicht, en uit de macht van de satan tot God. Er is geen ander evangelie dan dat Jezus zelf heeft verkondigd!

 De Heer had ook een engel van satan

Ook te Nazareth was een volk dat in duisternis was gezeten en over wie het licht zou opgaan. Ook in zijn vaderstad openbaarde de Heer de geestelijke wereld en bracht Hij zijn nieuwe leer, die gezag gaf in de hemelse gewesten. Deze boodschap hebben ook wij aan het einde van onze bedéling broodnodig. De toehoorders te Nazareth vonden de toespraak van Jezus schitterend, want ‘allen betuigden hun instemming met Hem en verwonderden zich over de woorden van genade, die over zijn lippen kwamen’. Maar dan slaat ook de boze zijn slag en komt de omkeer. Men keert zich tegen de boodschapper van het evangelie. In de natuurlijke wereld had Jezus immers geen schittering of glamour. Hij onderscheidde Zich in niets van het gewone volk: is dit niet de timmerman, de handarbeider, wiens broers en zusters als eenvoudige mensen bekend staan? De nederige afkomst uit een gezin waar alles heel gewoon en onopvallend is, wordt voor de inwoners van Nazareth tot een aanstoot, tot een onoverkomelijke hindernis voor het geloof aan een hogere zending. Zo zou men later in de Joodse Raad opmerken, dat de leerlingen  slechts ‘ongeletterde en eenvoudige mensen uit het volk waren’ (Hand. 4:13). Wie is in onze tijd in het kerkelijke leven in tel zonder universitaire scholing, zonder plechtig ambtsgewaad of zonder steun van het establishment? Is het niet zo dat het God heeft behaagd door eenvoudige broeders de dwaasheid van de prediking toch te verkondigen? Waar men ook nu de boodschap van het evangelie van het Koninkrijk der hemelen niet kan weerleggen, keert men zich tegen de boodschappers ervan. Die deugen niet. In Lucas 4 staat ook de verzoeking van Jezus in de woestijn, die niet het einde was van de beproevingen maar slechts het begin, want de duivel verliet Hem slechts tot een bestemde tijd. In de woestijn werd Jezus rechtstreeks in de geest aangevallen maar te Nazareth greep de boze Hem bruutweg door middel van zijn stadgenoten.

Later zien we dat Paulus, de grote prediker van het evangelie van het Koninkrijk der hemelen, ook te doen krijgt met zo’n engel van satan, die hem met vuisten sloeg. Wanneer deze dienstknecht van Jezus Christus zich in de hemelse gewesten wilde ‘verheffen’, kwamen de aanvallen: de zwakheden, smaadheden, noden, vervolgingen, benauwenissen. Toen deze apostel bij een slavinnetje een waarzeggende geest uitgeworpen had, werd hij diezelfde dag nog gearresteerd, gegeseld en met een bebloede rug in een duistere cel opgesloten, terwijl zijn voeten zorgvuldig in het blok werden vastgemaakt. Laten de predikers van het volle evangelie in onze tijd vooral niet menen dat deze categorie engelen van satan uitgestorven is, want de machten die Jezus en Paulus vervolgden en verdrukten, zullen het ook hen doen, want de dienstknecht is niet beter dan zijn Heer. Op zijn overwinningstocht wordt de ruiter op het witte paard, het Woord Gods, onmiddellijk gevolgd door de hem vijandige demonenlegers (Openb. 6). Het blijkt een vaste regel te zijn: het evangelie van het Koninkrijk der hemelen is onvergelijkelijk schoon, maar zijn boodschappers worden vergezeld door gespecialiseerde troepen van de vijand, door engelen van de satan (2 Cor. 12:7).

 De toespraak

Het centrum van het Joodse leven buiten de tempeldienst was de synagoge. Hier was geen offerdienst maar men las onder leiding van de overste in drie jaar de Thora door, waarna de profetische boeken volgden. De dienaar stelt in ons verhaal de rol van Jesaja aan Jezus ter hand en deze zoekt dan zijn tekst erin op. Hij deed dit niet lukraak met de vinger tussen het papyrus van de boekrol, want hiervoor was zijn Bijbelkennis te groot. De Heilige Geest gebruikte door Hem Jesaja 60:1,2 om de luisteraars te confronteren met een nieuwe wijze van Schriftverklaring.

Tot zijn dertigste jaar had onze Heer trouw de diensten in de synagoge bezocht, maar nu was de tijd aangebroken dat Hij zijn enorme geestelijke kennis en inzichten zou openbaren. Dan zou men ook weten wie Hij was, want van Hem was geprofeteerd dat de Geest van de HEER op Hem was, omdat God Hem had gezalfd en zo tot Christus, dat is Gezalfde, had gemaakt. Jezus is de centrale figuur in het herstelplan van de Vader en wie in Hem gelooft en zijn woord bewaart, zal zijn medearbeider worden. Dan zal ook de volgeling van de Heer de blijde boodschap verkondigen en aan de gevangenen bevrijding en aan de blinden het ooglicht schenken. Ook hij zal dan de mishandelden in vrijheid stellen en het aangename jaar van de Heer of het jubeljaar bekend maken. Schreef Paulus niet:

‘Wanneer de tijd daarvoor gekomen is, luister ik naar je, op de dag van de redding help ik je. Nu is de tijd daarvoor gekomen, nu is de dag van de redding.’ (2 Cor. 6:2).

Voor het eerst in zijn geschiedenis hoort Israël het onveranderlijke, eeuwige, reddende volle evangelie. De Heer sprak immers: ‘Nu is deze Schriftplaats voor uw oren in vervulling gegaan’. Jezus heeft toen de tekst niet afgemaakt, want de profeet vervolgt: ‘En een dag van wraak van onze God; om álle treurenden te vertroosten, en dat men hun geeft hoofdsieraad in plaats van as, vreugdeolie in plaats van rouw, een lofgewaad in plaats van een kwijnende geest’. Slechts het eerste gedeelte van deze profetie wordt nu in Jezus vervuld. De Heer laat het vervolg niet toevallig weg, maar Hij was slechts begonnen ‘te doen en te leren’. Het allergrootste heil moet nog komen. Daarom sprak Hij dat déze Schriftwoorden waren vervuld. Zijn eerste bediening was beperkt en afgebakend. Aan het einde van zijn aardse loopbaan bad Hij daarom tot zijn Vader: ‘Ik heb U verheerlijkt op aarde door het werk te volbrengen, dat U Mij te doen hebt gegeven’ (Joh. 17:4). Daarna legde Hij zijn heerlijkheid af als een losprijs teneinde de dag van de wraak te kunnen doen ingaan.

 De dag van wraak

Wanneer wij in onze tijd de woorden van Jezus overnemen, zullen wij bovendien spreken over de dag van wraak van onze God. Wij verheugen ons op deze dag, omdat er dan grote vreugde zal zijn voor zijn volk: overoude puinhopen worden herbouwd en de ruïnen van vroeger worden hersteld. De zonen Gods worden dan immers geopenbaard, die het herstel van alle dingen zullen bewerken. Zij zullen de wraak van God over de onzienlijke vijanden voltrekken. Er zijn tijden en gelegenheden vastgesteld om een gedemoniseerde schepping te bevrijden om deze tot een luisterrijke hof van Eden te maken. Wij zijn nu in de fase gekomen waarin de wraak over de tegenstanders van God en de mens zal worden voltrokken. Onze tijd voert naar de grote en beslissende slag in het geestelijke Harmágeddon, waar de strijd in de hemelse gewesten haar climax zal bereiken. Wij kennen immers maar één oorlog en maar één verdelging: de aarde zal worden gezuiverd van alle boze geesten, die de oorzaak zijn van alle ellende in de mens en in de schepping. De dag van wraak vraagt een lange voorbereiding en deze vergt veel volharding en geduld. De hemelse Landman geeft ons hierin het voorbeeld, want ook Hij wacht op de openbaring van zijn zonen, dus op de kostelijke en rijpe vrucht van de aarde. Deze goddelijke zelfbeheersing om niets te forceren hebben ook wij nodig.

De ‘vrome’ pinkstergeesten zijn evenwel altijd vol opwinding. Ze jagen de gelovigen op en drammen maar door: de christen moet steeds meer verbroken worden en de geloofsgenezing moet worden geforceerd. De grond brengt evenwel vanzelf vrucht voort: eerst een halm, daarna een aar en daarna het volle koren in de aar. Het evangelie van het Koninkrijk der hemelen verplaatst bij aanvaarding de mens vanzelf vanuit het duister in het licht, vanuit de macht van de satan naar God. Zong de psalmist niet: ‘Wacht dan, ja wacht verlaat u op de Heer’? In het tijdperk van de halm en de aar is de vrucht niet rijp. Zij geven slechts het leven door voor nieuwe ontwikkelingsvormen. Daarom zijn wij niet teleurgesteld als wij nog niet die werken doen, die Jezus eenmaal deed. Ook onze heiliging zal moeten toenemen, als wij het beeld van de Zoon gelijkvormig zullen zijn. Hij sprak:

‘Als jullie in mij blijven en mijn woorden in jullie, kun je vragen wat je wilt en het zal gebeuren. De grootheid van mijn Vader zal zichtbaar worden wanneer jullie veel vrucht dragen en mijn leerlingen zijn.’ (Joh. 15:7,8).

God drukt Zich wat het herstel betreft, alleen uit in de geestelijke christen en niet in de vleselijke. Zij die toegenomen zijn in wijsheid, liefde, barmhartigheid en Koninklijke waardigheid, zullen de predikers van de eindtijd zijn.

 Een nieuwe tijd

Wij moeten de signalen van onze tijd verstaan, zoals de Heer dit deed in zijn dagen, toen Hij sprak: ‘Nu is dit Schriftwoord voor uw oren vervuld’. Ook wij leven in een volheid van de tijd. Wij houden ons niet bezig met de tekenen van allerlei tumultueuze gebeurtenissen die wij in de krant, TV of internet lezen of horen, maar stellen ons in op wat de Geest tot de gemeenten zegt. De oude Simeon wandelde met God en hij werd door de Geest geleid om op het juiste ogenblik de tempel binnen te gaan. Hij sprak daar met het Kind op de armen:

‘Mijn ogen hebben uw heil gezien, dat Gij bereid hebt voor het aangezicht van álle volken: licht tot openbaring voor de heidenen’ (Luc. 2:30,31).

Ook Zacharias sprak:

‘Want met eigen ogen heb ik de redding gezien die u bewerkt hebt ten overstaan van alle volken.’ (Luc. 1:68).

Ook deze priester kende de stem van God en zo openbaart de Heer zijn verborgen raad ook nu aan zijn knechten, de profeten (Amos 3:7). Ook wij stellen ons in op de profetie, op de gedachten van God voor onze tijd, en niet op het geschrijf in wereldse kranten. Deze hebben ons geen nieuws te vertellen. De Geest maakt ons nu duidelijk dat wij opnieuw een volheid van de tijd zijn ingegaan. Nogmaals, wij groeien, ons aan de waarheid van het evangelie van het Koninkrijk der hemelen houdende, in liefde in elk opzicht naar Hem toe, die het hoofd is, Christus (Ef. 4:15).

 De boodschap verworpen

Wie dit heerlijke evangelie brengt, deelt het lot van de profeten van ouds. Hij wordt niet geëerd en geaccepteerd in het massachristendom. Dit is niet trots op de boodschappers van goede tijding, maar het staat afwijzend tegenover de leer die Jezus zelf eens predikte, namelijk die van het evangelie van het Koninkrijk der hemelen. De inwoners van Nazareth waren teleurgesteld. Jezus beantwoordde niet aan het verwachtingspatroon van hun tijd. Je ziet de stemming omslaan. Dan herinnert de Heer zijn stadsgenoten aan twee grote profeten, die eenmaal binnen een straal van vijfentwintig kilometer om Nazareth hadden gearbeid; Elia was in deze buurt niet veilig geweest, maar vond alleen geloof en hulp bij de weduwe van het heidense Sarepta Sidonis. Zij stelde vol vertrouwen haar restant aan levensmiddelen ten dienste van de profeet. Ook waren er vele melaatsen in Israël ten tijde van Eliza, maar niemand kwam tot deze profeet dan Naäman de Syriër. Jezus bedoelt dat de geesten die toen het volk verhardden, als machten uit het voorgeslacht ook in Nazareth aanwezig waren. Daarom gebeurde er in deze plaats niets en zou er ook niets gebeuren. De toespraak van Jezus wekte de geest van ergernis bij de bezoekers van de synagoge op en zijn luisteraars worden met nijd vervuld, wat weer gevolgd werd door een geest van geweld.

Het evangelie van het Koninkrijk der hemelen werd te Nazareth niet geaccepteerd; men wilde daar alleen wonderen zien in de zichtbare wereld, een levenshouding die men ook in onze dagen kan opmerken. Nazareth verstoot hiermee zijn profeet, zijn Messias en zijn geneesheer. Men sleurt Jezus uit zijn spreekgestoelte, dringt Hem naar buiten naar de op drie kilometer zuidoostelijk van Nazareth gelegen, steil naar het westen afdalende Djebel elkafze, berg van de sprong. Zullen nu de engelen Jezus behoeden en op de handen dragen? Of zal het de engel van satan nu lukken wat hem boven op de rand van de tempel mislukte?

Daar staat dan Jezus van Nazareth. In het westen ligt zijn vaderstad. Hoe vaak heeft Hij hier niet gestaan. Binnen zijn gezichtskring liggen Kapernaüm, Megiddo, Endor, het dal Jizreël. Allemaal plaatsen met een profetische betekenis. Dan bindt de Heer de macht van geweld, want zijn uur is nog niet gekomen. Hij loopt door de opgewonden menigte heen en keert Nazareth voorgoed de rug toe. Zijn inwoners hebben Hem verworpen en daarom worden zij verworpen. Jezus gaat echter door met zijn prediking van het Koninkrijk der hemelen, want Hij volgt zijn roeping. Wat een tekenend voorbeeld voor al zijn knechten, de apostelen en de profeten, om tot het einde toe hun roeping en verkiezing vast te maken. Wees daarom niet verslapt of verslagen, want als bepaalde hoorders het niet aannemen, zal men dit evangelie tot anderen moeten brengen door woord, geschrift en internet, want dit evangelie zal niet ledig tot God weerkeren, maar het zal doen wat Hem behaagt en dat volbrengen, waartoe Hij het zendt.