Profetische inspiratie

 

‘en zij zullen profeteren . . . ‘ 

De gaven die vandaag aan de dag in onze gemeenten het meest op de voorgrond treden zijn ongetwijfeld die van het spreken in tongen en het profeteren. Blijkbaar was dat in de dagen van Paulus ook al zo. In zijn eerste brief aan de gemeente in Corinthe wijdt hij een groot gedeelte van het veertiende hoofdstuk aan deze twee geestelijke gaven. Van die twee is het profeteren in zekere zin de belangrijkste gave van de Heilige Geest. Waarom is het profeteren nu zo belangrijk? 

Paulus begint zijn uiteenzetting over de geestelijke gaven met de opmerking dat hij zijn lezers niet onkundig wil laten ‘over de uitingen van de geest’ (1 Cor. 12:1). Een van de meest markante eigenschappen van de menselijke geest is de gave van het ontwikkelen van gedachten. Kennis, wijsheid, fantasie, geloof zijn enkele bekwaamheden van de geest. De gedachten zijn als het ware verborgen in de geest, niemand ziet ze of bemerkt ze. Er moet ‘uiting’ aan worden gegeven, het moet er uit. Dit kan op verschillende manieren gebeuren: door gebaren, beelden, schrijven of spreken. Dit laatste, het spreken, is de beste manier om gedachten weer te geven. 

Ook God die geest is, heeft gedachten. Alles begint met het woord, vanuit de gedachte. Bij God, maar ook bij mensen. Doordat de Heilige Geest Zich door de doop in de Geest verbindt met de menselijke geest, is deze in staat ‘dingen te bedenken die van boven zijn’, door te dringen in de onzienlijke wereld en kennis te verkrijgen van de gedachten van God. Door de Heilige Geest is de mens in staat de hemelse, geestelijke zaken te verstaan. De ‘ogen van zijn hart’ worden dan verlicht, zijn denken vernieuwd (Ef. 1:18 en Rom. 12:2). De Heilige Geest wil Zich in de mens ontplooien en zo de menselijke geest aan Gods Geest ‘gelijk’ maken. Bij deze ontwikkeling wordt de menselijke geest niet opgejut of onder druk gezet, gedwongen iets tegen zijn karakter in te doen of buiten spel gezet. De openbaring van de Geest vindt plaats in over-eenstemming met de geestelijke begaafdheid van de mens. Ze is in harmonie met zijn wezen. 

Wat is profetische inspiratie? 

Voor veel mensen is het iets dat sterk met het gevoel samenhangt. Bepaalde omstandigheden, een sfeer, werken al dan niet inspirerend. Men zegt dan dat er bij het profeteren ‘iets over je komt’. Nu kan inderdaad een goede sfeer belangrijk zijn. Situaties, momenten of plaatsen kunnen wel eens inspirerend werken. We willen echter onze gevoelens wél onder controle houden, zodat we kunnen onderscheiden wie of wat ons inspireert en waar het ons heenvoert. Als alleen de ziel van de profeet aangeraakt is en deze met zijn woorden slechts op de ziel van de toehoorders inwerkt, krijgen we met recht een ‘zielige’ vertoning. Terwijl het toch bij het profeteren in de eerste plaats om een ‘uiting van de geest’ gaat. 

Het woord ‘inspiratie’ komt in de Nederlandse bijbel niet voor. Het woordenboek omschrijft het als ‘ingeving’, ‘inblazing of bezieling’. In déze omschrijving komen deze begrippen wél in de bijbel voor. Ze worden ook wel vertaald met ‘wind’ of ‘adem’. In Genesis 2 staat bijvoorbeeld dat

‘God de levensadem in de neus van de mens blies; en zo werd de mens tot een levend wezen’ (vers 7).

Men zou kunnen zeggen dat God de mens inspireerde. In het boek Job staat over de adem – de inspiratie – van God: 

‘Maar het is de geest van God in de mens, de adem van de Ontzagwekkende die inzicht brengt.’ (Job 32:8)  

Voorzeggen 

Inspireren – ingeven of inblazen – zou je ook kunnen omschrijven als ‘vóórzeggen’. Een voorbeeld van zulk een voorzeggen vinden we bij Mozes. Mozes was de man waarvan Paulus zegt, dat ‘hij de onzichtbare zag.’ (Hebr. 11:27). Mozes bedacht de dingen die boven zijn, want: 

‘God sprak tot hem van mond tot mond’, niet in dromen, beelden of raadselen, maar rechtstreeks.’ (Num. 12:6-8) 

Mozes had echter moeite om erover te spreken, om het in duidelijke, verstaanbare taal weer te geven. Vandaar dat God Mozes daarin tegemoet kwam, door zijn broer Aäron aan hem toe te voegen. Deze moest in duidelijk verstaanbare taal doorgeven wat Mozes hem vertelde. De Heer noemde Mozes in dit verband ‘God’, en Aäron ‘profeet’. Aäron had dus iemand die hem ‘voorzei’, hem inspireerde (Ex. 4:14-17). Mozes deed als het ware wat Jezus als het werk van de Heilige Geest omschreef. Hij zal niet namens zichzelf spreken, maar Hij zal zeggen wat Hij hoort en jullie bekendmaken wat komen gaat (Joh. 16:14). Dat is inspiratie. Zo wil de Heilige Geest ons inspireren en hij die profeteert, geeft in duidelijk verstaanbare woorden weer, wat de Heilige Geest hem ‘voorzegt.’ 

Gedachten en woorden 

Hierbij is één ding zeer belangrijk. De profetie is niet los te maken van degene, die de gave bezit. Het profeteren gaat namelijk niet buiten de mens om. Het is niet iets wat zomaar plotseling over iemand komt. Het uitspreken van Gods gedachten betekent bijvoorbeeld, dat men de dingen zoekt die boven zijn. Men zal zich moeten oefenen in het onderscheiden van goed en kwaad om duidelijk te onderkennen wat door de Heilige Geest geïnspireerd wordt en wat afkomstig is van eigen wensen, of wellicht een influistering van de satan is. De Heilige Geest inspireert niet alleen de gedachten, Hij wil ook het moment waarop gesproken moet worden en de woorden die gebruikt moeten worden, inspireren. Het luisteren daarnaar is een oefening waarbij de omstandigheden en de sfeer niet bepalend zijn, maar wél kunnen ondersteunen. Vooral in het begin kunnen ze ‘over de drempel’ heen helpen. 

Niet op gevoelens leven 

We moeten verder aan dat gevoel geen overdreven betekenis hechten, maar ons oefenen in het luisteren naar de Geest. Geïnspireerd zijn is niet ‘gedwongen worden’. De Heilige Geest doet nooit iets buiten de wil van de mens om. Dat doen alleen de boze geesten en vooral de vrome machten. Wél staat er: 

‘Nooit is een profetie voortgekomen uit menselijk initiatief: mensen die namens God spraken werden daartoe altijd geïnspireerd door Heilige Geest.’ (2 Petrus 1:21)  

Het woord dat hier vertaald is met ‘geïnspireerd’ heeft feitelijk de betekenis van ‘dragen’ (een schip wordt door het water gedragen) en ‘voortbrengen’ – in Johannes 15 waar Jezus spreekt over de rank en de vrucht wordt dit woord in de grondtekst gebruikt voor het voortbrengen van de vruchten. Petrus heeft het dus over de profetie die uit God is en voortgebracht wordt door de gemeenschap met Heilige Geest. Gods Heilige Geest inspireert ons, wil in ons iets ‘voortbrengen’, op gang brengen. Daarbij is geen sprake van ‘dwang’ of ‘moeten’. De praktijk van het profeteren, het streven naar geestelijke gaven vereist een heilige wandel. Natuurlijk geldt dat voor ieder kind van God dat gedoopt is in de Heilige Geest en zich uitstrekt naar de volle redding. Voor het uitspreken van de gedachten van God in het midden van de gemeente is dat zéker nodig. Naast het hebben van gemeenschap met de Geest van God, is geloof nodig bij het profeteren. De Romeinenbrief spreekt van ‘profetie naar de mate van ons geloof’ (12:7). Het geloof dat zich op God en Zijn Woord richt, geeft de zekerheid dat men met de gedachten van God bezig is (Hebr. 11:1). 

Belangrijk is ook wáár men zijn geloof op richt. Wie bezig is met zichtbare zaken, zal zich in zijn profeteren ook met deze zichtbare zaken bezighouden. Wie zijn geloof richt op de hemel en met zijn geestesoog ziet en met zijn geestesoor hoort wat er in de geestelijke wereld gebeurt, zal in de uitingen van zijn geest ook spreken over de geestelijke wereld, over geestelijke waarden. 

Leven uit de liefde 

Wie de gemeente wil dienen met een geestelijke gave, zal een zachtmoedige geest moeten hebben. Hij zal namelijk leiding en correctie moeten kunnen accepteren – zowel wat betreft het eigen leven als ook wat betreft het profeteren. De liefde is hierbij de maatstaf. Wie liefheeft, zoekt zichzelf niet, heeft geen bijbedoelingen, is niet direct gekwetst; maar houdt voor alles het Koninkrijk van God in het oog. Men kan alleen vermanen en opbouwend werken als men zelf vermaning en opbouw wil aannemen. 

Dan is er het punt van groei en ontwikkeling. Men hoeft niet te wachten met profeteren tot een bepaalde mate van rijpheid en geestelijke volwassenheid is bereikt. Naarmate degene die profeteert geestelijk groeit, zal ook de gave – mee door het gebruik – toenemen in zuiverheid, duidelijkheid en rijkdom. 

Tot opbouw van de gemeente 

Sprekend over de gaven van de Heilige Geest, stelt Paulus dat de openbaring van de Geest ‘tot welzijn van allen’ is (1 Cor. 12:7). Door middel van de gave van profetie wordt de gemeente gesticht (1 Cor. 14:3-5 en 12). Dat Paulus hier de nadruk op de gemeente legt, is niet toevallig. Juist déze apostel had de openbaring ontvangen dat God zijn plannen uitwerkt dóór de gemeente. De volheid en het doel van God met dat volk worden bereikt door onder andere de werking en het gebruik van de geestelijke gaven. Wie naar geestelijke gaven streeft, zal dus vooral het welzijn van de gemeente op het oog moeten hebben. Dit betekent vooral dat hij zijn plaats in de gemeente zal moeten innemen, zijn taak moet kennen, deel hebben aan de gemeenschap en bovendien bereid moet zijn zich naar de leiding van de gemeente te voegen. ‘De gemeente stichten’ wil zeggen met alle fijngevoeligheid onderscheiden wat er gaande is en door hebben welke geesten de gemeente bedreigen of proberen aan te tasten. 

Het is een geweldige steun voor een voorganger te merken dat er broeders en zusters zijn in de gemeente, die voor haar welzijn bidden en strijden. Stichten betekent: opbouwen. Hetzelfde woord wordt gebruikt in de Efezebrief in verband met de opbouw van het lichaam van Christus (Ef. 4:12, 16 en 29). Profetie zal zich daarom vooral bezighouden met het ‘bouwwerk’ en niet met het fundament. Profetie brengt de gemeente ‘hoger op’, doet haar groeien en geeft haar juist die opbouwing die op een bepaald moment nodig is. Niet alleen de woorden zijn belangrijk, maar ook het moment. Een profeet moet niet alleen weten, wanneer hij moet spréken, maar ook wanneer hij moet zwijgen. Ook dat is een kwestie van oefening. Het gaat er dus niet om het maar ‘kwijt’ te zijn of ‘als ik maar gehoorzaam ben’. Vóór alles moet profetie stichten, opbouwen. Niet voor niets zegt Paulus, dat we moeten ‘proberen uit te munten tot stichting van de gemeente.’ (1 Cor. 14:12)