Grondlegger en Voltooier
Jezus, de Grondlegger en Voltooier van ons geloof. (Hebreeën 12:1-11)
In de gemeente wordt vaak over het doel gesproken wat we samen bereiken willen. Paulus schreef aan de Filippenzen, dat hij zich uitstrekte naar dat wat vóór hem lag. Hij jaagde naar zijn doel:
‘de hemelse prijs waartoe God mij door Christus Jezus roept’ (Fill. 3:14). Hij voegde eraan toe: ‘Hierop moeten wij ons allen als volmaakte mensen richten.’
Paulus wist waarover hij schreef en deze gezindheid om het doel te bereiken, vinden we steeds weer in zijn brieven terug. De vermaning om dit doel onafgebroken in het oog te houden, geldt ook voor ons. Ook wij zullen hiervoor de juiste weg moeten kiezen en bewandelen. Ook wij weten dat wij ons moeten uitstrekken naar de prijs van Gods roeping, die van boven is. De Heer heeft ons ook geroepen en wij hebben gekozen om zijn weg te bewandelen. Laten wij ons daarom inspannen om onze roeping en verkiezing te bevestigen. Dan zal volgens 2 Petrus 1:10,11 ons rijkelijk de toegang verleend worden tot het eeuwige Koninkrijk van onze Heer en Redder, Jezus Christus.
De prijs die de Heer voor ons heeft, is het zitten op zijn troon, zoals ook Hij met zijn Vader op zijn troon zit. Ja, zullen sommigen zeggen, dit klinkt allemaal prachtig en het staat ook in de bijbel, maar zullen wij met ons kleine groepje dit werkelijk kunnen bereiken? Wordt het ons niet steeds voorgehouden om toch maar te blijven jagen en ijveren? Net als de voerman, die zijn ezel aan het lopen krijgt, door een wortel aan de zweep te binden en deze het beest voor te houden. De ezel loopt wel om de wortel te pakken, maar hij krijgt hem nooit. Grijpen wij niet te hoog en zijn wij niet te idealistisch? Is het doel niet als een zeepbel, die er mooi uitziet, maar wanneer je hem aanraakt uiteen spat? Als je om je heenkijkt en zelf midden in de strijd staat, is het begrijpelijk dat deze gedachten opkomen en de leugenaar vanaf het begin zal hier gretig op ingaan. Vanuit Hebreeën 12:1-11 hebben we echter een heerlijke bemoediging vanuit Gods Woord, dat de waarheid is. Er staat:
‘Laten we daarbij de blik gericht houden op Jezus, de grondlegger en voltooier van ons geloof: denkend aan de vreugde die voor hem in het verschiet lag, liet hij zich niet afschrikken door de schande van het kruis. Hij hield stand en nam plaats aan de rechterzijde van de troon van God.’
Jezus wist wat het kruis voor Hem betekende. Hij wist welke strijd Hij zou ingaan:
‘Hij nam de twaalf apart en zei tegen hen: ‘We zijn nu op weg naar Jeruzalem, en alles wat door de profeten is geschreven zal men de Mensenzoon laten ondergaan. Want hij zal worden uitgeleverd aan de heidenen en worden bespot en mishandeld en bespuwd. En nadat hij is gegeseld, zal hij worden gedood, maar op de derde dag zal hij opstaan.’ (Luc. 18:31-33).
Ondanks alles had Hij het oog gericht op het einddoel, op de vreugde die vóór Hem lag. Hij haalde het. Hij zit nu op de troon van zijn Vader. Hij moest ook in het geloof deze hele weg gaan, totdat Hij zeggen kon:
‘Nu kan Ik wandelen en alles overzien, want Ik heb het volbracht in geloof’.
Hij ging deze geloofsweg tot het einde.
Hij is de voltooier van het geloof. Hij is de Redder die ons voorging. Hij zegt: ‘Kijk naar Mij, zie je wel dat het doel geen schijn is, maar werkelijkheid? Zie maar, Ik zit op de troon. Houd moed, verslap niet door moeheid van uw ziel en vestig uw aandacht op Mij; dan zullen ook jullie met Mij zitten op de troon’. God heeft zijn kinderen lief. Zijn Zoon was een troetelkind bij Hem (Spr. 8:30). Toch gaf God zijn enige Zoon en plaatste Hem in deze wereld, terwijl de band Vader-zoon bleef bestaan. Bij de doop van Jezus sprak God:
‘Jij bent mijn Zoon, de geliefde; in Jou heb Ik vreugde.’
Jezus kon Zich in de Vader sterken en zo de tegenspraak van de zondaren verdragen. Ondanks zijn liefde spaarde de Vader zijn Zoon niet. Hij doopte Hem niet alleen met de Geest, maar ook met vuur. De boze zou in al zijn felheid op Jezus afkomen. Ja, Jezus riep door zijn komst deze machten op, want Hij zei:
‘Ik ben gekomen om op aarde een vuur te ontsteken, en wat zou ik graag willen dat het al brandde! Ik moet een doop ondergaan, en ik word hevig gekweld zolang die niet volbracht is.’ (Luc. 12:49,50).
Jezus was vol van de Heilige Geest en door deze Geest kon Hij Zich ook verheugen (Luc. 10:21). Door de doop in de Heilige Geest ontving Hij alles wat Hij nodig had om het doel te bereiken:
‘Hij is ook in alle dingen op dezelfde wijze als wij verzocht geweest, maar zonder te zondigen. Jezus heeft tijdens zijn leven op aarde onder tranen en met luide stem gesmeekt en gebeden tot Hem die hem kon redden van de dood, en werd verhoord vanwege zijn diep ontzag voor God. Hoewel hij zijn Zoon was, heeft hij moeten lijden, en zo heeft hij gehoorzaamheid geleerd.’
Ook ons behandelt God als zonen, want Hij voedt ons op als zonen van God tot gehoorzaamheid. Willen wij tot zoon opgroeien, dan zullen wij de leiding van de Heilige Geest moeten accepteren. Anders zijn wij bastaarden en geen zonen. De tucht van God is, dat wij zoals Jezus de smalle weg bewandelen. Dit is dan tevens de hoge weg, die tot de heerlijkheid voert.
Ondanks alles verslapte Jezus niet en ook voor ons geldt: ‘… en verslap niet als u door Hem bestraft wordt’. Onze vaders moesten bij de opvoeding ook tucht uitoefenen. Dit is nodig en de kinderen plukken er later de vruchten van. Zij zullen hen dankbaar zijn, als ze zien dat zij er wat door bereikten.
‘Een vermaning lijkt op het moment zelf geen vreugde te brengen, slechts verdriet, maar op den duur plukt wie erdoor gevormd is er de vruchten van: een leven in vrede en gerechtigheid.’
De Heer tuchtigt ons niet zomaar, om ons bang te maken. God is geen boeman, maar een Vader die ons steeds weer bemoedigt, Hij tuchtigt ons tot ons nut, opdat wij deel verkrijgen aan zijn heerlijkheid. Hij wil een gemeente zonder vlek of rimpel. Jezus is de eerste van vele broeders. Hij kon deze weg gaan door in de Vader te blijven en wij bewandelen hem door in Christus te blijven, door het persoonlijke contact dat we met Hem hebben. Wij sterken ons in Hem en worden niet verschrikt door de duivel, want deze is overwonnen. Laten wij daarom afleggen alle last en de zonde, die ons zo licht in de weg staat en met volharding de wedloop lopen, die vóór ons ligt. De Geest van de waarheid, die wij ontvingen, zal ons de weg wijzen tot de volle waarheid.