De ‘Tegenwoordigheid’

 

Hij had een volkstuintje precies tegenover het flatje waar wij als jonggetrouwden woonden. Toen hij op een dag andijvie in overvloed had, belde hij bij ons aan, en bood mij een maaltje aan. We kenden hem wel. Hij was een enkele keer in de samenkomst geweest. Nadat ik hem een kopje koffie gegeven had, raakten we aan de praat. Hij vertelde het een en ander over zichzelf en plotseling schrok ik heel erg. Hij had het er namelijk over, dat hij stokjes bezat die konden bewegen en die zo letters van het alfabet konden aanwijzen. Hierdoor kreeg hij antwoorden op vragen die bij hem leefden.

 Lees verder

Ontferming

 

Als Hij het vindt, tilt Hij het met blijdschap op zijn schouders 

‘Hij werd met ontferming over hen bewogen, omdat zij waren als schapen, die geen herder hebben’ (Markus 6:34 – NGB). 

‘Hij sprak hun over het koninkrijk van God en maakte gezond wie genezing nodig had(Lukas 9:11).  

Het Nieuwe Testament beschrijft uitvoerig de wonderen waarin Gods macht en heerlijkheid op geweldige wijze tot uiting komen. De verhalen hierover spreken ons erg aan, omdat ook wij, in het midden van de gemeente, Gods wonderen en tekenen verlangen te ervaren. De grote vraag waarvoor wij gesteld worden is echter: wat is het geheim van Gods openbaring in het midden van zijn kinderen?

Lees verder

De laatste dagen

 

Het ontbreekt ons vandaag niet aan eigentijdse profeten die zeggen te weten welke rampen onze wereld binnen afzienbare tijd moeten treffen. De nadering van een komeet zou volgens hen op een toename van natuurrampen moeten wijzen. Hongersnoden, oorlogen, rampen en toenemende sociale en maatschappelijke ontevredenheid al dan niet geuit in geweld, vormen voor hen het bewijs dat in onze dagen de tijd is aangebroken die de Bijbel typeert als ‘de laatste dagen’, ‘de eindtijd’, ‘het einde van de tijden’. 

Lees verder

De vrouw in Gods plan

 

Emancipatie tot welzijn van allen 

Al vanaf het prille begin bracht het christendom een ongekende vrijheid teweeg. Mannen en vrouwen, slaven en vrijen en het gehele mozaïek van volkeren en naties: allen waren geroepen om van de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid bevrijd te worden, en de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen van God te smaken (Rom.8:21). Het evangelie van Jezus Christus had – en heeft nog – vanaf het begin grote indruk gemaakt op al diegenen, die persoonlijk het meest leden onder de heersende, veelal religieuze instellingen van hun dagen.

Lees verder

Toegang tot de troon

 

In zijn afscheidswoorden tot zijn leerlingen maakte Jezus een opmerking die men van Hem eigenlijk niet zou verwachten. Als wij als gelovigen afscheid nemen, verzekeren we elkaar doorgaans dat we voor elkaar zullen bidden. De Heer deed echter geen enkele toezegging van dien aard. Integendeel. In feite zei Hij zijn volgelingen precies het tegenovergestelde:

‘Ik zeg u niet, dat Ik de Vader voor u vragen zal’. 

Lees verder

Burgerschap in de hemel

 

‘Maar wij hebben ons burgerrecht in de hemel.’ (Fill. 3:20) 

‘Maar gaan we onze weg in het licht, zoals hijzelf in het licht is,  dan zijn we met elkaar verbonden’ (1 Joh.  1:7)

Het doel van het evangelie is om de zondaar – na de redding en de verlossing van de zonden – de wonden en beschadigingen, die de duivel in zijn leven aangebracht heeft, te herstellen. Daarna wordt de herstelde zondaar zelf opgeroepen om de boodschap van herstel aan anderen door te geven, want er staat: ‘U zult mijn getuigen zijn.’ God sprak in de Zoon en zijn stem klonk: ‘Herstel’. Jezus Christus schenkt ons de mogelijkheid om zelf onberispelijk en heilig te leven en bij onze door zonde neergedrukte naasten “herstel”werkzaamheden te verrichten, groter dan Hijzelf vroeger op aarde gedaan heeft.

Lees verder

Het vonnis

 

‘Toen zei God, de Heer, tegen de slang: ‘Omdat je dit gedaan hebt, zul je vervloekt zijn: alle dieren zullen je schuwen, de tamme en de wilde. Op je buik zul je kruipen, stof zul je eten, je leven lang. Vijandschap zal er zijn tussen jou en de vrouw, tussen al jullie nakomelingen: zij zullen jouw kop vertrappen, jij zult hen in de hiel bijten.’ (Genesis 3:14,15) 

Na de zondeval gaat God in het offensief, want Hij verklaart satan de oorlog en niet andersom! God doet dit door vijandschap te zetten tussen de slang en de vrouw, de duivel en de mens. Een geestelijke strijd komt op gang, waarvan bij God de uitslag al bekend is. Want Hij heeft niet alleen vijandschap gezet maar ook een vonnis uitgesproken: ‘Dit - het Zaad van de vrouw – zal u de kop vermorzelen’.  

Lees verder

De wapenuitrusting van God

 

Geen enkel kind van God ontkomt er aan. Er moet een strijd gestreden worden. Niet tegen vlees en bloed, niet tegen omstandigheden, niet tegen mensen of zelfs maar tegen ‘het eigen ik’, maar tegen de demonische machten in de lucht. Gelukkig weet de Heer wat zijn kinderen te wachten staat. Vandaar dat Hij voorziet in alles wat zij voor hun worsteling met het rijk van de duisternis nodig hebben. Hij stuurt ze het strijdperk niet in zonder hen eerst van de nodige wapens te voorzien. 

Vandaar dat Hij hun zijn gevechtsmogelijkheden aanbiedt: de wapenuitrusting van God.

Lees verder

HEERE, HERE, Heer

 

Een reactie van een lezer:

Er is één ding in het evangelie, broeders en zusters, dat ik niet kan verstaan. Allen – ook de jongeren – verlagen onze God en hemelse Vader tot een aardse en menselijke ‘baäl’ of Heer. U schrijft in een artikel  

‘Iedere stad had zijn eigen Baäl. Baäl betekent heer of bezitter, een gewone naam voor god bij de Feniciërs.’  

Tijdens mijn studie werd mij hetzelfde geleerd, maar met deze vermaning erbij, dat wij onze God en hemelse Vader nooit mogen verlagen met deze God-onterende naam van Heer, al schrijven wij die met een hoofdletter, want Hij is niet alleen het begin maar ook het einde. Daarom moeten wij in woord en geschrift onze hemelse Vader boven de aardse baäl stellen van de wereldse afgodendienaars en Hem noemen: HEERE, of zoals nu de nieuwe spellingen hebben: HERE.  

Lees verder:

Veranderende inzichten

 

Eeuwen hebben de kinderen van God moeten leven zonder de kracht van de Geest van God te kennen. Hiermee is nadrukkelijk niet gezegd, dat in vroegere eeuwen de Heilige Geest Zich niet met de kerk bemoeid zou hebben. Gelukkig is dat niet het geval, want dan zou er vandaag geen christenheid meer geweest zijn. Het tekort komen aan Geest bracht de kerk tot een grote concentratie op het geschreven Woord van God, zoals we dat in de Bijbel bezitten. Ontelbaar veel theologische verhandelingen en werken zijn daarvan het gevolg geweest. Veel schatten werden door deze geschriften in de openbaarheid gebracht, maar jammer genoeg werd de plank ook wel eens behoorlijk misgeslagen.

Lees verder: